Woord en Weerwoord

Wat kan de Jordaan verdragen?

In de Hazenstraat staan op de nummers 2 en 8 sinds enige jaren enkele moderne panden, ontworpen door architect J. Dijkman. Het zijn zorgvuldig vormgegeven gebouwen, die afwijken van wat gebruikelijk is in de Jordaan, maar zich toch redelijk lijken te voegen in het straatbeeld. De meningen over het ontwerp zijn verdeeld. In ieder geval roepen de twee gebouwen in de buurt geen agressieve gevoelens op, iets wat de nieuwbouw op Tweede Laurierdwarsstraat 56 duidelijk wel doet. Voor wie de gebouwen niet kent is het de moeite waard er eens kritisch naar te gaan kijken.
Het controversile bouwplan voor Rozenstraat 153

Dezelfde architect heeft een (dubbel) woonhuis met garage ontworpen voor Rozenstraat 153. Op die plek staat nu, naast een poort naar het (voormalige) Vuile Weespad, een onderstuk. Nieuwbouw, met behoud van de poort, is uitstekend, maar voor welke vorm moet je kiezen? De hierbij gereproduceerde tekeningen van de voor- en de zijgevel laten zien wat Dijkman voor ogen staat. De voor- en achtergevel bestaan vrijwel geheel uit glas, verdeeld door antracietkleurige aluminium strips, de kap en een groot deel van de zijgevel zijn met western red cedar bekleed. Aan de linkerzijde bevindt zich 6 meter achter de voorgevel een gesloten dakkapel; in de uitbouw aan de rechterzijde is het trappenhuis opgenomen.
De Vereniging tot behoud van de Jordaan heeft B & W gemeld dat zij meent dat dit plan niet mag worden gerealiseerd omdat het te sterk afwijkt van de omgeving (zie: zienswijze).

De huidige situatie in de Rozenstraat. Op de plaats van het lage gebouwtje zou de nieuwbouw komen.

Het plan voegt zich niet in zijn omgeving, dat valt moeilijk te ontkennen. Is daarmee de kous af, of zijn er ook andere argumenten? Anders gezegd: is alles wat op zichzelf goed is maar afwijkt van de omgeving altijd verwerpelijk? Laten we, om de zaak eenvoudig te houden, de vraag beperken tot de Jordaan. Dan is het al moeilijk genoeg en een voor de hele binnenstad geldend antwoord is in ieder geval niet te geven.

In recente discussies over wat in de binnenstad wel en niet toelaatbaar is, komt steeds weer het begrip schaal als het allerbelangrijkste naar voren. Op dat punt lijkt dit plan aanvaardbaar. Het gaat duidelijk om een individueel pand met in de omgeving passende maten. Bij de kap wordt het al minder eenvoudig. Wel een duidelijke beindiging, die zelfs niet plat is, maar past een ronde kapvorm in het stadsbeeld? Over de materiaalkeuze hoeven we nauwelijks te praten; die wijkt opvallend af van wat gebruikelijk is. Het uitgeschoven trappenhuis is natuurlijk in de gesloten bebouwing van de Jordaan ook geen standaardoplossing, maar juist naast een poort is dat misschien wel goed gevonden. Maar alles bijeen een pand dat sterk afwijkt van wat er in de omgeving staat, zowel van de oudere bebouwing als van de recente.

Er zijn mensen, -en ik ben er een van die menen dat een enkel afwijkend pand in een levende stad geen ramp hoeft te zijn mits het maar voldoende kwaliteit heeft en b.v. aan de eisen wat betreft schaal voldoet. Dergelijke gebouwen kunnen, integendeel, juist de kwaliteiten van de overige bebouwing markeren en tegelijk de historie verbinden met de tegenwoordige tijd. Alleen, ze mogen niet domineren, en hoe kun je dat voorkomen?
Daarvoor heb ik, eerlijk gezegd, (nog) geen oplossing. Maar voor ik daarnaar ga zoeken is het goed om te weten of er mensen zijn, die mijn opvatting over afwijkende gebouwen delen. Als iedereen binnen de vereniging zegt dat er van 'onaangepast bouwen' nooit sprake kan zijn, kan ik mij de moeite verder besparen. Daarom hoor ik graag reacties op mijn stelling. Bij voorkeur wat toegespitst op dit bouwplan om het een beetje concreet te houden.
Ik ben benieuwd.

Herman Pinkse

[Zienswijze van de Vereniging tot Behoud van de Jordaan]
[Reactie van Geurt Brinkgreve]

(Uit: Binnenstad 188, mei 2001.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.