Beleid aanbouwbalkons 180° gedraaid

Burgemeester en wethouders hebben enkele jaren geleden een beleidsvisie over aanbouwbalkons geformuleerd, waarin het behoud van het waardevolle stadsbeeld een zwaar gewicht kreeg. Alle bij de bescherming van dat beeld betrokken organisaties, van onze vereniging tot en met de Welstandscommissie en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, hebben hun zegje mogen doen en waren tevreden. Nadat ook de tegenstanders, terecht, alsnog de gelegenheid hadden gekregen, hun standpunt naar voren te brengen, adviseerde de betrokken raadscommissie in meerderheid positief over het beleidsvoorstel.

Uiteraard was niet iedereen tevreden. Voor sommige bewoners betekende het beleid dat zij hun zeer begeerde balkon aan de voorzijde niet konden krijgen. Dat zij daar niet blij mee waren kun je begrijpen. Voor de burger telt het eigen belang natuurlijk snel zwaarder dan het wat abstracte algemene belang van behoud van het stadsgezicht. Dat dit laatste ook in hun directe voordeel is, wordt dan gemakkelijk over het hoofd gezien.

Waar één aanbouwbalkon is gedoogd volgen er meer, wratten op het gezicht van de binnenstad

Wie ook niet blij was, was de bedenker van de aanbouwbalkons, de heer Van Gendt. Hij is niet mokkend in een hoek gaan zitten, maar heeft met bewonderenswaardig doorzettingsvermogen en met het nodige tactische inzicht de zaak opnieuw aanhangig gemaakt. Daarbij heeft hij handig ingespeeld op de frustraties van individuele bewoners. Hij heeft ook bedacht dat excursies een uitgelezen mogelijkheid zijn om de mening van bestuurders te beïnvloeden en heeft de Raadscommissie Bouwen, Wonen en Economie Binnenstad op de fiets gekregen voor een met zorg uitgezette tocht. Oriëntatie ter plaatse heet zoiets dan in ambtelijke termen. Tegen zoveel vernuft en volharding was het gemeentebestuur niet bestand en er kwam een nieuw beleidsvoorstel, erbarmelijk slecht geredigeerd en nauwelijks gemotiveerd. Heel wonderlijk, want het beleid maakte een zwenking van 180°. Op 29 maart werd het besproken in de raadscommissie, die het door stuurde naar de gemeenteraad. Daar werd het voorstel op 25 april zonder hoofdelijke stemming aanvaard.
In plaats van een beleid, waarin balkons aan de voorzijde niet zijn toegestaan, tenzij zij aantoonbaar geen schade toebrengen, geldt er nu een beleid, waarin balkons in principe zijn toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat zij wèl schadelijk zijn. Dat geldt ook voor panden, ingedeeld in 'orde 2' (beeldbepalende panden). Zonder iets af te doen aan de eerdere constatering dat de gevelwanden in de (beschermde!) binnenstad in het algemeen een vlak karakter hebben, wordt dat vlakke karakter nu opeens kennelijk niet meer van belang geacht.

In april 2000 heeft de Gemeenteraad bepaald dat de gevel en de kap van panden in orde 2 niet mochten worden gewijzigd. Dat uitgangspunt is met deze nieuwe bepaling voor deze panden bij dit besluit dus gewijzigd, zonder er verder een woord aan vuil te maken.
Dat eerst moet worden gekeken naar de mogelijkheid om balkons aan de achterzijde aan te brengen, een essentieel uitgangspunt, is vervallen. Bovendien wordt de toegelaten diepte van balkons aan de voorzijde zonder enige motivering verruimd van 60 centimeter naar 1 meter. Een advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en van de Commissie voor Welstand en Monumenten voor dit grondig gewijzigde beleid werd niet nodig geacht.
Een treurige ontwikkeling voor ieder die hart heeft voor de historische binnenstad van Amsterdam. Misschien niet eens in de eerste plaats, omdat het beleid wordt gewijzigd, maar vooral om de manier waarop dat gebeurt. Een stadsdeelbestuur kan het onmogelijk slechter doen.

Er is nog een lichtpuntje. Bij de behandeling is aangedrongen op verdere concretisering van de toetsingscriteria door de Welstandscommissie. Die wens kunnen wij van harte onderschrijven en wellicht zal daarbij blijken dat er meer toelaatbaar is dan in de wel zeer strakke regeling in de eerste generatie nieuwe bestemmingsplannen mogelijk is. Het formuleren van die criteria moet wel op aanzienlijk zorgvuldiger manier gebeuren dan deze beleidswijziging. Een uitwerking van de nota "De schoonheid van Amsterdam" ligt voor de hand, wellicht in de vorm van beeldkwaliteitsplannen. Dat is een forse opgave, maar de unieke betekenis van de beschermde Amsterdamse binnenstad maakt dat niet alleen verantwoord, maar zelfs absoluut noodzakelijk.

Herman Pinkse

(Uit: Binnenstad 189, juli 2001.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.