Opnieuw het Binnengasthuis-terrein

Op 26 juni 2001 ontving de VVAB een concept-raadsnotitie over de "ontwikkeling van het Binnengasthuisterrein", die behandeld zal worden in de raadscommissie op 29 augustus.

In de notitie wordt gemeld dat het door de gemeente aangekochte ABN/Amro-gebouw van De Bazel in de Vijzelstraat te klein is, om te dienen als nieuwe universiteitsbibliotheek: "Om het gehele programma te kunnen huisvesten bleek het noodzakelijk om het pand uit te breiden met een kelder in vier lagen onder de keurtuin voor een fietsenstalling en boekenmagazijn en een tweelaagse kelder onder de Keizersgracht. De juridisch-planologische procedure die hiervoor nodig is, is met name voor het onderkelderen van de keurtuin een risicopunt". Desalniettemin was de gemeente bereid 35 miljoen gulden bij te dragen. College van Bestuur-voorzitter Noorda gaf het supercadeau van wethouder Stadig terug en kwam met een nieuw voorstel: de UB blijft op het Singel, terwijl op het BG-terrein slechts een faculteitsbibliotheek wordt gerealiseerd, voor de nieuwe Faculteit der Geesteswetenschappen. Het aanzienlijk kleinere bouwvolume kan min of meer in de contouren van de bestaande bebouwing worden ingepast, maar sloop van het Zusterhuis en de Theaterschool is "noodzakelijk", gegeven de politieke beslissing de sociale woningen op het terrein te behouden. De notitie zegt dat "het Cuypersgenootschap en de Vereniging Vrienden van de Binnenstad op zich verheugd (zijn) over het gereduceerde programma, maar niet zonder meer akkoord (gaan) met de mogelijke sloop van de voormalige Theaterschool en het Zusterhuis." Wij gaan echter niet "niet zonder meer", maar níet akkoord met de sloop van monumenten en vinden dat de bibliotheek in de bestaande bebouwing moet worden ingepast, gecombineerd met nieuwbouw aan de Nieuwe Doelenstraat en ondergrondse bouwlagen.

De tot sloop veroordeelde Theaterschool op het BG-terrein komt eerdaags officieel op de Rijksmonumentenlijst.

Het is verheugend dat de notitie "stedenbouwkundige randvoorwaarden" stelt, die tegemoet komen aan onze eerdere kritiek dat het beschermd stadsgezicht niet zwaar genoeg wordt meegenomen. Zo lezen we dat de universiteit "globaal binnen de (bestaande) contouren" moet blijven, dat "goot- en bouwhoogte zodanig zijn dat in de straten van de directe omgeving de nieuwbouw vanaf de straat niet zichtbaar is", dat "de nieuwbouw door zijn geleding en architectuur zoveel mogelijk de historische karakteristiek van zelfstandige paviljoens (moet) uitdrukken", dat "in het binnengebied de hovenstructuur worden teruggebracht en versterkt", enzovoort. Dat is positief, maar daar staat weer tegenover dat opnieuw het voorstel van een "hoogte-accent" in de vorm van een toren met een maximale "footprint" van 20 vierkante meter wordt onderzocht, ook al staat er tevens dat zo'n accent strikt gezien "niet nodig" is: "Op zichzelf is het een te overwegen idee dat de bibliotheek/de universiteitscluster met een hoogte-accent langs een aantal zichtassen zichtbaar en herkenbaar is. Dat middel is in de oude binnenstad van oudsher toegepast." Wordt hiermee de Zuiderkerkstoren of De Kolk bedoeld? In beide gevallen zijn het ons inziens juist argumenten om dat hier niet te doen. Vervolgens zegt de notitie dat "het effect op het beschermd stadsgezicht pas in een verder stadium van uitwerking (kan) worden beoordeeld." Dat is juist, maar dan is het te laat. Hoogbouw is de binnenstad tot nu toe vrijwel bespaard gebleven en concurrentie van de oude torens door nieuwe, staat op gespannen voet met de gedachte van het beschermd stadsgezicht, zeker als het 'hoogte- accenten' betreft die juist bedoeld zijn om op te vallen.

Ons inziens moet eerst op basis van 'stedenbouwkundige randvoorwaarden' een beschermend bestemmingsplan worden opgesteld, zoals de gemeente gevraagd is door de staatssecretaris van O.C. en W., binnen drie jaar na de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht. Ondanks de eerdere toezeggingen van wethouder Stadig dat de 'koninklijke weg' zou worden bewandeld (eerst een bestemmingsplan, daarna een bouwplan), spreekt de notitie van het opstellen van "een bestemmingsplan voor het hele gebied op basis van de genoemde uitgangspunten parallél aan het hier voorgestelde proces van verdere uitwerking". Het verdient ons inziens eerder aanbeveling om een Cultuur Historische Effect-Rapportage (CHER) te laten maken, als toetssteen voor het op te stellen beschermende bestemmingsplan.

Eén en ander heeft onze vereniging in een raadsadres laten weten aan de Gemeenteraad.

Walther Schoonenberg

(Uit: Binnenstad 189, juli 2001.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.