Het Makelaarskantoor, NZ Voorburgwal 75

Het erfgoed van de makelaars

In 'Ons Amsterdam' (april 1972) staat een artikel van J.H. Kruizinga: "Het makelaarskantoor werd opnieuw gerestaureerd". Iedere liefhebber van de binnenstad kent het opvallende vroeg 17de-eeuwse gebouw op de scherpe hoek N.Z. Voorburgwal / Nieuwe Nieuwstraat. Het is na 30 jaar weer aan een onderhoudsbeurt toe. Menigeen vraagt zich af: wie is de eigenaar, en wat gaat ermee gebeuren?
Ingang van het Makelaers Comptoir, NZ Voorburgwal 75 Het gebouw staat op de scherpe hoek NZ Voorburgwal – Nieuwe Nieuwstraat, een herinnering aan de vóórstedelijke rivierdijk.

Het kadaster geeft als informatie: eigendom commissarissen van het "makelaarskantoor" Amsterdam. Het Makelaers Comptoir werd in 1634 gebouwd in opdracht van de 'overlieden' van het Makelaarsgilde en het is nooit verkocht. In de eerste Nederlandse Grondwet van 1798 werden alle "Gilden, Corporaties en Broederschappen van neringen, ambachten of fabrieken" opgeheven. Sinds 1817 werd het gebouw met zijn inventaris beheerd door "Kommissarissen, administrerende de bezittingen en inkomsten van het voormalige Makelaarsgilde". Tijdens de door Kruizinga beschreven restauratie waren er nog drie commissarissen in functie, nu is er nog één: de heer R. Kuylman.

Het makelaarsgilde

De beroepsaanduiding makelaar is nog steeds gangbaar bij onroerende goederen, effecten en assurantiën. De makelaar wordt geacht deskundig te zijn op zijn terrein, hij staat tot niemand in vaste betrekking, handelt in opdracht van hetzij koper hetzij verkoper, hij brengt beide partijen tot elkaar en sluit overeenkomsten in naam en voor rekening van zijn principaal of in naam van een nader te noemen meester. Die formuleringen zijn nog steeds gangbaar. Bij het Gilde ging het om andere zaken dan nu, namelijk roerende goederen, vooral om partijen tropische producten. Eén makelaarsnaam heeft het beroep een onverdiend ongunstige klank gegeven, namelijk Batavus Droogstoppel. De functie van Amsterdam als centrum van wereldhandel in de 17de en 18de eeuw zou ondenkbaar zijn geweest zonder vertrouwde en deskundige makelaardij. Dat is niet vanzelf gegeaan. In 1522 werd nog de tussenhandel in granen als immoreel verboden. Nog geen eeuw later, in 1612, kwam het officiële makelaarsgilde tot stand met strenge normen voor beroepsgedrag en boetebepalingen bij wangedrag. De erkende makelaars, leden van het Gilde, hadden een makelaarsstafje met het stadswapen. Wie zo'n stafje niet kon tonen bij een transactie was een scharrelaar op de zolderplanken, de beunen, een beunhaas. In het Makelaers Comptoir worden nog enkele van die stafjes bewaard. Het gebouw bevat meer herinneringen aan zijn vroegere functie, zoals schilderijen met de namen en wapenschilden van de overlieden en andere inventarisstukken.

Gesprek met de laatste commissaris

De heer R. Kuylman, 61 jaar, is voor zover bekend de enige beëdigde makelaar in roerende goederen in Nederland, die nog zijn praktijk uitoefent.

Is de makelaardij een uitstervend beroep?
Wat de roerende goederen betreft, vooral de tropische producten, is dat inderdaad het geval. De goederenstroom die vroeger via de makelaardij zijn weg zocht van producent naar consument, wordt gemonopoliseerd door internationals, die alles in eigen hand hebben: plantages, transport, verwerking, distributie. De specifieke terreinkennis van de makelaar wordt overbodig door de snelheid van de moderne communicatie.

De heer R. Kuylman, de laatste makelaar-commissaris, voor de wapenschilden van zijn voorgangers.

Hoe kwamen de beëdiging en de benoeming tot commissaris van het Makelaers Comptoir tot stand? Bestaat er nog een vereniging met contribuerende leden?
Beëdigd werd je voor de rechtbank. Daar ging een examen aan vooraf in wetskennis, beroepsethiek en warenkennis op je eigen gebied. Voor mij is dat cacao en cacaoproducten. Commissaris kun je alleen zijn als beëdigde en praktizerende makelaar, op voordracht van de fungerende commissarissen. De benoeming vindt plaats door een brief van Burgemeester en Wethouders. Ik werd in 1984 op voordracht van de drie, toen in functie zijnde commissarissen benoemd tot mede-commissaris, en op 28 april 1987 tot volledig commissaris. Een vereniging bestaat al lang niet meer. Sinds jaren ben ik de enige, die verantwoordelijkheid draagt voor de bezittingen van het voormalige Makelaarsgilde. Ik beschouw het als mijn plicht om ervoor te zorgen, dat dit gebouw met zijn merkwaardige interieur in veilige handen komt. Een plicht jegens de stad en jegens al mijn voorgangers, waarvan de namen en wapenschilden hier aan de muur hangen. Stel je voor dat het Comptoir na mijn overlijden op de markt komt! Dan blijven de gevels wel staan, maar wordt het van binnen leeggesloopt en ingericht als luxe appartement.

Makelaarskantoor 'pied à terre' voor een politiefunctionaris?

Wat ziet u als toekomstige bestemming voor het gebouw? Hebben u ooit voorstellen bereikt om er een woning van te maken?
Het Comptoir is ontworpen als verenigingsgebouw met een beperkte kantoorfunctie en een krappe woongelegenheid voor een huismeester. Hoe dan ook is eerst een grondige, conserverende restauratie nodig. Daarbij zal gezocht moeten worden naar een bestemming, die zoveel mogelijk aansluiting heeft bij de oorspronkelijke.
Voorstellen voor bewoning? Ja, dat is een zonderling verhaal. Ik kreeg bezoek van een hooggeplaatste politiefunctionaris, die op het stadhuis de tip had gekregen dat hij hier een geschikt 'pied à terre' zou kunnen vinden. Het was een plezierig gesprek, maar zonder het gewenste resultaat. Blijkbaar bestond in de Stopera de mening, dat dit gebouw met zijn inventaris gemeente-eigendom zou zijn. Ik zit hier nog als de enige bevoegde commissaris en ik heb hier enkele dagen per week mijn een-mans kantoor.

Aan welke instantie of instelling zoud u de eigendom – en dan de nodige restauratie! – willen toevertrouwen?
Ik moet zekerheid hebben, dat het niet doorverkocht wordt en dat het vakkundig wordt hersteld en beheerd. Ik denk aan een van de monumenten-beherende instellingen, en mijn voorkeur gaat uit naar de vereniging 'Hendrick de Keyser', in de eerste plaats omdat daar de aandacht voor het historische interieur sterker is dan bij instellingen, die vooral op de woonfunctie zijn gericht. Met 'Hendrick de Keyser" ben ik nu in bespreking.

Het makelaarsstafje met het stadswapen was het legitimatiebewijs van de beëdigde makelaars, leden van het Gilde.

Zijn er inventarisstukken die essentieel zijn voor de historische betekenis van het gebouw, en daar moeten blijven of terugkomen na restauratie? En andere voorwerpen, waarvoor een museale bestemming de meest passende zou zijn?
Inderdaad, de wapenborden van de 'overlieden' van het Gilde, en hun opvolgers, de commissarissen bijvoorbeeld, die horen hier en nergens anders. Dat moet precies worden vastgelegd voordat het gebouw in andere handen overgaat. Sommige zaken maken zelfs deel uit van het gebouw, zoals de vergulde roos in een van de plafondbalken. Dat is het verhaal van de "afspraken onder de roos". Er bestaan ook objecten, die ons eigendom zijn, maar al in bruikleen werden gegeven aan het Amsterdams Historisch Museum. Zo'n bruikleen kan na mijn overlijden gelegateerd worden. Ook dat moet vastliggen. Misschien komt een enkel stuk in aanmerking voor het Rijksmuseum. Het archief gaat naar het Gemeentearchief.

Hebt u bij al deze bemoeiïngen de definitieve liquidatie voor ogen van de bezittingen van het voormalige Makelaarsgilde?
Ja, wanneer ik zekerheid heb over de restauratie van het gebouw, de onvervreemdbaarheid en het zorgvuldige beheer van de roerende en onroerende zaken, dan zal bij mijn overlijden de geschiedenis van het Makelaarsgilde en zijn eigendommen zijn afgesloten.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 189, juli 2001.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.