De Zuidelijke IJ-oever

De Zuidelijke IJ-oever bestaat uit vijf in het IJ aangeplempte eilanden, waarvoor in de jaren '80 het ambitieuze – om niet te zeggen: megalomane – bestemmingsplan werd ontworpen, bekend als 'Manhattan aan het IJ'. Dat zakte door de knieën, toen de financiers het lieten afweten.

In 1998 werd het ook formeel door de Raad van State vernietigd. Dat wil niet zeggen, dat in het vroegere havengebied nieuwe initiatieven overbodig waren. Er werd doorgewerkt aan planologische en architectonische projecten voor de deelgebieden. Volgens een voorbereidingsbesluit van 25 oktober 2000 worden die plannen in hun verschillende staten van voorbereiding nu samengevoegd in het bestemmingsplan - Historisch Stadsfront IJ-oevers.

Op een onthullend kaartje in een gemeentelijke nota wordt duidelijk wat de plannen zijn: "verticale geleding" en "aaneengesloten bebouwingsfront".
Bron: Oosterdokseiland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen, Projectgroep Zuidelijke IJ-oever
Ook op een door de gemeente gemaakte maquette is te zien welke plannen er zijn. Op dit detail is de beoogde bebouwing op het Oosterdokseiland te zien.

Het Amsterdam - Overleg, waaraan onze vereniging deelneemt, heeft er in een uitvoerige brief aan de Gemeenteraad van 30 november 2000 voor gepleit om aan dat totale bestemmingsplan een "grondige studie te doen voorafgaan van de bestaande structuur en bebouwing van het plangebied, ten einde na te gaan welke elementen daarvan geïntegreerd kunnen worden in nieuwe ontwikkelingen. Vóór alles dient door de Gemeenteraad te worden vastgesteld dat de maximumhoogte de limiet van dertig meter niet mag overschrijden." Die brief was tevens een bezwaarschrift tegen het inmiddels vastgestelde bestemmingsplan - Oosterdokseiland, wat in een vervolgbrief van 18 mei 2001 werd bevestigd. Op 8 juni ging het Amsterdam - Overleg in beroep bij Gedeputeerde Staten.

Nabij New Metropolis vereist nieuwbouw langs de IJ-oevers: de Labouchere toren.

Ook de in aanbouw zijnde Labouche-toren (zie: Verpeste zichtlijn) maakt duidelijk dat de officiële verhalen over de zichtlijnen en het herstel van de visuele relatie tussen het IJ en de historische binnenstad niet meer zijn dan de hypocriete camouflage van een plannenmakerij, die het tegenovergestelde beoogt, namelijk een muur van hoogbouw tussen de oude stad en wat er over is van het IJ.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 189, juli 2001.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.