Plafondschilderingen VI

Opnieuw zijn in de historische binnenstad enkele oude plafondschilderingen ontdekt. Het gaat om 16de- en 17de-eeuwse schilderingen in de vakken van een balkenplafond op de Oudezijds Achterburgwal, het Singel en de Keizersgracht. In alle gevallen kwamen de schilderingen aan het licht na het verwijderen van een later verlaagd plafond. Alle aanleiding dus om opnieuw te schijnwerpers te richten op het fenomeen plafondschildering (1).

Plafondschilderingen vormen een belangrijk interieurelement in Amsterdam. 16de- en 17de- eeuwse plafondbeschilderingen zijn uiterst zeldzaam; 18de- en 19de-eeuwse schilderingen, plafondstukken op doek, komen veel vaker voor. De reden hiervan is dat de vroege voorbeelden direct op balken en houten vloerdelen werden aangebracht en in latere perioden aan het zicht werden onttrokken door een stucplafond. Zodoende doet men bij restauraties, waarbij het verlaagde plafond (al dan niet tijdelijk) wordt weggenomen, soms spectaculaire ontdekkingen.

Oudezijds Achterburgwal 199 (tweede helft 16de eeuw)

OZ Achterburgwal 199 (foto: Stadsherstel)

Het hoekpand Oudezijds Achterburgwal hoek Rusland, een pand waarvan er velen zijn in de binnenstad, is in 1999 in het bezit gekomen van Stadsherstel Amsterdam NV. Het pand heeft 18de-eeuwse gevels met een vroeg-19de-eeuwse top, een rechte kroonlijst, een schilddak en een vroeg-20ste-eeuwse onderpui. Het is een vroeg voorbeeld van schaalvergroting in de breedte, in Amsterdamse School-stijl. Kortom, een Amsterdams woonhuis, waar veel aan verbouwd is.
Direct na de aankoop werd het pand uitgepeld. In de achterkamer op de begane grond kwamen plafondbeschilderingen aan het licht die vergelijkbaar zijn met die van Sint Annenstraat 12 en Zeedijk 30, welke dateren uit circa 1560-1565. Het schilderwerk laat bandwerk zien in de vroeg-renaissance stijl van Vredeman de Vries. Opnieuw zien we hier de typerende medaillons en ditmaal tussen het bandwerk fruit- en geschilderde bloemguirlandes. Net als bij de hiervoor genoemde voorbeelden zijn de schilderingen direct aangebracht op de houten vloerdelen. In een kleurenonderzoek heeft men pigmenten gevonden die werden gebruikt aan het einde van de 16de en het begin van de 17de eeuw, dezelfde felle kleuren die zijn gebruikt in de Sint Annenstraat en op de Zeedijk. Tijdens de restauratie zullen de schilderingen alleen worden schoongemaakt. Ontbrekende stukken hout worden aangevuld met nieuw hout dat blank zal blijven.

Singel 282-286 (circa 1642)

Ontwerptekening Philips Vingboons. Plafondschildering in Singel 284 (foto: Bureau Monumentenzorg).

De renaissance wordt in Amsterdam in circa 1625 opgevolgd door de meest zelfverzekerde bouwstijl die de stad gekend heeft, het Hollands classicisme. Een vroeg voorbeeld van deze stijl is het pand dat burgemeester Anthonie Oetgens van Waveren (1585-1658) in 1639 op het Singel liet bouwen. Het betreft het woonhuis van Oetgens zelf, Singel 284, met aan weerszijden twee kleinere huizen die door hem werden verhuurd: Singel 282 en 286. Om te suggereren dat het één groot pand betrof, werd door de Amsterdamse bouwmeester Philips Vingboons (1607-1678) een gemeenschappelijke voorgevel ontworpen. Dat is opmerkelijk, omdat dit pas in de stadsuitleg van 1663 gebruikelijk werd. Hoewel het grote driehoekige timpaan verdwenen is, is het oorspronkelijke ontwerp, dat in 1648 gepubliceerd werd in "Afbeelsels der Voornaemste Gebouwen uyt alle die Philips Vingboons geordineert heeft", nog duidelijk te herkennen. Ook deze panden zijn verbouwd. Niet alleen de top, maar ook de onderpuien werden gewijzigd. Bovendien is tegenwoordig niet nummer 284, maar 282 het grootste pand.
Het was dan ook een grote verrassing, toen in januari jl. een groot deel van de oorspronkelijke 17de-eeuwse beschildering werd ontdekt, op de beletage van Singel 284. De balken en zoldering van de achterkamer in het voorhuis zijn onder andere gesierd met ranken, bloemenslingers en putti die wapenschilden ophouden. Op een geschilderd familiewapen prijkt in het middenveld het wapen van de heerlijkheid Waveren, dat de bouwheer sinds 1642 bezat. De schildering kan dus niet vóór dat jaartal gedateerd worden. Wat er nu gaat gebeuren met de waardevolle vondst is nog niet bekend. Aanvankelijk was men van plan het verwijderde stucplafond terug te plaatsen, maar het is de vraag of dit nu nog zal gebeuren. In ieder geval is het van belang dat de beschilderingen hun historische plaats behouden, of ze nu zichtbaar blijven of niet.

Keizersgracht 31 (laat-17de eeuw)

Plafondschildering in Keizersgracht 31

Keizersgracht 31 werd in 1628 gebouwd, maar tegen het einde van de 18de eeuw verbouwd. Onder andere werd de 17de-eeuwse trapgevel vervangen door een lijstgevel met trigliefenfries. De 18de-eeuwse stoep heeft fraaie gebeeldhouwde treden. De empire-deurpartij is uit het begin van de 19de eeuw. In 1911 werd het pand verhoogd. Wederom een pand met een rijke bouwgeschiedenis.
Tijdens de voorbereiding van de jaarlijkse Open Monumentendag stuitte het Bureau Monumentenzorg in dit pand op een nog niet bekend laat-17de-eeuws interieur met plafondschilderingen van uitzonderlijke kwaliteit (2). Het plafond is volgens de huidige bewoner tien jaar geleden achter een verlaagd plafond te voorschijn gekomen en bestaat uit drie doeken die tezamen één geheel vormen: een kleurrijk middendoek met twee vrijwel identieke, als grisailles uitgevoerde zijstukken. De doeken bevinden zich op 17de-eeuwse wijze in de vakken tussen de balken; de balklaag maakt onderdeel uit van het geheel. Bij de komende restauratie krijgen de omtimmerde balken weer de historisch juiste kleur. De detaillering verwijst naar de Amsterdamse schilder De Lairesse (1641-1711), maar mogelijk is het van een leerling van deze bekende meester; een signatuur is niet zichtbaar. Op het centrale doek staat een voorstelling van de "Overwinning van de handel op de Oost". Centraal staan twee vrouwenfiguren, begeleid door putti: links, zeilend op de wind, de godin Fortuna, rechts de allegorische figuur van de 'Overvloed'. Achter een balustrade staat een Oosterse koopman met een sabel. Op de twee zijstukken zijn in twee grote medaillons schrikgodinnen afgebeeld, die waarschijlijk de gevaren van de zee symboliseren. Aan weerszijden van de medaillons bevinden zich twee putti met de drietand van Neptunus en de staf van Mercurius. Het geheel verwijst naar de gevaarlijke, maar fortuinlijke handel over zee.

De drie hier beschreven plafonds geven een ontwikkeling weer: een ontwikkeling naar steeds grotere en spectaculaire beschilderingen, die in de 18de eeuw zal uitmonden in het grote plafondstuk met mythologische of bijbelse voorstellingen van Jacob de Wit. De goden op de wolken in Keizersgracht 31 wijzen al de weg.

Walther Schoonenberg

Voetnoten:
(1) De vorige afleveringen in deze serie waren: Herengracht 150-152, in: Binnenstad 165 (september 1997), p. 60-61, Sint Annenstraat 12, in Binnenstad 168 (januari 1998), p. 20-21, Herengracht 479, in: Binnenstad 173 (november 1998), p. 90-91, Herengracht 366, in: Binnenstad 182 (mei/juni 2000), p. 48-50, en Zeedijk 30, in Binnenstad 188 (mei 2001, p. 49).
(2) De zaal, waarin de beschilderingen zich bevinden, was tijdens de laatste Open Monumentendag te bezichtigen. Binnenkort begint de restauratie van de schilderingen door het Atelier voor restauratie en research van schilderijen.

(Uit: Binnenstad 190, september 2001.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.