Goed naar de feiten kijken!

Geert Mak heeft Maxima aardig verwelkomd. Oud naast nieuw in Amsterdam, veel verschillende bevolkingsgroepen, een hint naar de misdaden van het Videla-regime in Argentini, en dat met zijn aardige persoonlijkheid, dat doet niemand hem na. Maar daar gaat het nu even niet om. Wij zijn in Binnenstad onder elkaar en kunnen ons veroorloven kritisch te lezen en zout op slakken te leggen. Anders gaan onjuiste ideen en gladde clichs een eigen leven leiden.

Mak noemt de gouden eeuw voor Amsterdam een probleem. Want direct na dit hoogtepunt kwam de anticlimax, "die ons land eeuwenlang heeft beheerst". De gouden eeuw is dus een trauma, "dat we altijd met ons meeslepen" en dat ons verhindert de sprong in de moderne tijd te maken. De suggestie is, dat wij de last van onze oude binnenstad moeten afschudden. Je hoort dit tegenwoordig meer, het past in de tijdgeest. Maar klopt het met de werkelijkheid?
Het is niets uitzonderlijks, dat een land of een stad in zijn eerste jeugd een hoogtepunt aan kunst, literatuur en filosofie bereikt. Athene, Florence, Brugge - ze hebben een zinderende bloeitijd gehad, maar voelen ze zich bedreigd of geremd door de herinnering aan Sofocles, Giotto en Memlinc? Ik denk van niet. Voelt de moderne Milanese kunstenaar zich belemmerd doordat hij vlak naast Da Vinci's Laatste Avondmaal woont? En heeft Shakespeare de Engelsen belet nog vierhonderd jaar lang schitterende literatuur voort te brengen? Hebben Piet Mondriaan en Karel Appel zich soms van hun eigen pad hebben laten afbrengen (waarmee ze, los van wat wij van hen vinden, de wereld veroverden) door de herinnering aan Vermeer en Rembrandt?
Waar die allereerste toppen vandaan komen, de wandschilderingen van Lascaux, de piramiden, de Tien Geboden en de evocatieve kracht van Homerus, dat blijft het raadsel van het wezen mens. Maar we weten wel, dat een schoolkind in het Athene van Socrates al Homerus moest leren lezen, wat voor hem net zo moeilijk was als voor onze kinderen Vondel; dat Horatius er trots op was dat hij de geest van de Griekse lyriek Alcman, Sappho, toen vijfhonderd jaar oud in het Latijn had vormgegeven; dat Virgilius zich op Homerus, Dante zich op Virgilius beriep; dat Shakespeare Plutarchus las in het Frans en in zijn eigen vorm herschiep; dat Hooft Tacitus navolgde, dat de Japanse prenten Van Gogh hebben genspireerd en dat Picasso putte uit Rembrandt, Goya en Ingres. Het gouden verleden werkte niet verpletterend.

De Weesperstraat-doorbraak met in het verschiet de Rembrandttoren.

En zouden wij dan belemmerd worden door dat zeldzaam grote oude stadsgebied, omsloten door de Buitensingelgracht? De ervaring leert anders. Altijd weer hebben ontwerpers, kunstenaars, schrijvers zich genesteld binnen de lasso's der grachten om zich te concentreren op hun eigen talent en hun eigen vorm. Ikzelf wil op de barricaden staan voor de oude stad, maar ik zie vanuit mijn raam aan de gracht heel in de verte de Rembrandttoren, als een ideale vermenging der tijdperken. 'Het verleden als een molensteen om onze nek': het vervelende van die vlotte gemeenplaatsen is, dat er zoveel uiteenlopende fouten in samengevat zijn. Ik moet nu een zin uit Geert Maks inaugurele rede in zijn geheel citeren: "Een normale stad leeft in meer dan n tijdvak tegelijk. Als je op de Campo dei Fiori in Rome staat, kun je het allemaal voor ogen zien: stukken zuil van het antieke Rome, middeleeuwse muren, gevels uit de Renaissance, om de hoek een boulevard uit de barok, even verderop een twintigste-eeuwse doorbraak. Uit alles blijkt de sterke levensdrift van zo'n stad in alle tijden." Dit doet je denken: 't is ook nooit goed. Is het verleden nu die molensteen, of is het juist een teken van vitaliteit, dat het verleden zichtbaar aanwezig is? Wat wil hij dan? Dit wil hij: "Zoiets zie je echter bijna nergens in Amsterdam. Hier is voortdurend een spanning aanwezig tussen de vitaliteit van de stad en de porseleinkast van het oude centrum. Eerbied voor het bestaande lijkt bijna een onlosmakelijk onderdeel van ons idee van de 'goede stad'."

Beste Geert, wat maak je me nou? Toont Rome dan geen eerbied voor die antieke zuil? En hebben wij geen tijdperken naast elkaar? Zie het stadhuis van Jacob van Campen, dat in 1648 plompverloren tussen de kleine huisjes en de gotische Nieuwe Kerk is geplant. Schitterend, dat is pas historie. Kijk naar het ingetogen Peeck en Cloppenburg, naar de leuke Bijenkorf en naar het Nationale Monument uit 1956. Het gebouw van Cees Dam vervult je wensen van eigentijdsheid. Nog scherpere contrasten? Op de Nieuwezijds Kolk hebben we een oeroude stenen muur diep onder de grond, daarnaast het Korenmetershuisje uit de renaissance en dan het moderne glaswerk van winkelcentrum De Kolk. En wat zeg je van de Stopera op Vlooienburg? Ik pleit er niet voor, dit alles mooi te vinden, ik laat je zien dat Rome niet de enige is met 20ste-eeuwse levensdrift. Kent Amsterdam geen doorbraken vlak om de hoek van zijn monumenten? Ik serveer je de Raadhuisstraat met de galerij van Van Gendt, de Vijzelstraat met de bank van De Bazel, en na de oorlog de 20ste-eeuwse levensdrift van de Wibaut-Weesperstraat. Toch geen geringe doorbraken.

De Reguliersgracht bij de Kerkstraat. Kort na de oprichting protesteerde Amstelodamum met succes tegen plannen om de Reguliersgracht te dempen.
(B.F. Eilers, tussen 1909 en 1920, Gemeentearchief Amsterdam)

En alweer: ik zeg niet dat die levensdrift altijd op elegante wijze geuit wordt. De Weesperstraat is waarschijnlijk de lelijkste straat van de wereld, maar ze is er wel. Geert Mak meent, "dat de redding van het zeventiende-eeuwse Amsterdam voor een belangrijk deel te danken is geweest aan het feit dat het negentiende-eeuwse Amsterdam zo arm was als een kerkrat". Alweer is dit net niet waar. Amsterdam stichtte het Vondelpark in 1864, het Amstelhotel in 1866 en na 1870, toen de grote economische ommekeer kwam, schiep Amsterdam in de toen heersende Europese stijl niet alleen het Centraal Station, maar hotels, warenhuizen en kunsttempels, die pas na honderd jaar aan vernieuwing en uitbreiding toe waren. Plus de Beurs van Berlage die als de grondslag van de nieuwe architectuur geldt. Je kan het ene gebouw mooier vinden dan het andere, maar armoe was het niet.
Dat de demping-Reguliersgracht niet doorging, komt niet door geldgebrek, maar door het protest van Jan Veth en de ontwakende stadlievende intelligentsia. Nix geldgebrek. Doorbraken zijn juist veelal honing op het brood van speculanten, die de daalders horen rinkelen.
Eerst de feiten kennen en dan behoedzaam beeldvormen, dat is de enig juiste manier van geschiedschrijving.

Ricardo

[Geert Mak's reactie]

(Uit: Binnenstad 191, december 2001.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.