Van wie zijn de paden in het Begijnhof?

Pad in het Begijnhof
Het bestuur van de stichting Het Begijnhof heeft de toegang vanuit het Spui afgesloten. Dat heeft veel protest uitgelokt. Al eerder was de doorgang tussen de Begijnhofhuizen en het erf van het Amsterdams Historisch Museum op slot gegaan. Die afsluitingen zijn een verlies voor stadgenoten en bezoekers.

Het voorheen gesloten blok Burgerweeshuis was bij de restauratie in de jaren zeventig met zijn twee prachtige binnenplaatsen en de Schuttersgalerij opengelegd voor de wandelaar. Op korte afstand van en evenwijdig aan de drukte van de Kalverstraat ontstond een route die de stad op haar mooist toonde. Op het monumentale klassicisme van Jacob van Campens binnenplaatsgevels volgde de intimiteit van de individuele Begijnhofhuizen volgens een middeleeuwse plattegrond. Het Begijnhof verlatend stond men tegenover het statige Maagdenhuis, in 1783 gebouwd als R.K.-meisjesweeshuis. Er waren weinig plekken in Amsterdam waar de wandelaar de continuïteit en de architectonische rijkdom van de oude stad zó overtuigend en zó beknopt om zich heen zag als op de route van Weeshuispoort in de Kalverstraat over het Begijnhof naar het Spui. Dat mag niet meer, jammer maar onvermijdelijk. Het Begijnhof is alleen nog overdag toegankelijk door de poort in de gedempte Begijnensloot; oorspronkelijk, toen het complex nog aan drie kanten door water werd omringd, lag daar een brug.
De doctoraalscriptie notarieel recht "Begijnhof Amsterdam, eigendom van de paden", door Marije van Roon en Bas Rutgerink, geeft de reden van de afsluiting. Het Begijnhof, eeuwenlang een oase van rust midden in de stedelijke drukte, is een toeristische trekpleister geworden. De bewoonsters kregen steeds meer last van luidruchtig en baldadig gedrag van bezoekers. Bijzonder hinderlijk waren de groepen toeristen achter gidsen, die kwakend door luidsprekers veeltalige onzinuitleg uitkraamden. Het gebeurde herhaaldelijk dat lieden met camera's ongevraagd en zonder toestemming de voortuintjes binnendrongen om door de ramen van de interieurs foto- of filmopnames te maken. Een toegangsbord bij de poort meldt nu dat grote groepen niet meer zijn toegelaten, al blijven individuele bezoekers welkom, mits deze zich behoorlijk gedragen. Maar wie controleert dat gedrag? Er is geen portier of bewaker.
Zijn de paden nu openbare weg, gemeente-eigendom of particulier eigendom? In de genoemde scriptie wordt dat tot op de bodem uitgezocht, gebruikmakend van vele vroegere publicaties over het Begijnhof, aangevuld met eigen archiefonderzoek. De conclusie is duidelijk: de paden zijn, evenals de bleekvelden en het grootste deel van de gebouwen, eigendom van de stichting, zodat het bestuur bevoegd is de toegangen tot dit particuliere terrein af te sluiten. Alleen de Engelse Kerk, tot aan de Alteratie de kapel van de Begijnen, heeft recht op een z.g. 'noodweg'.
Dat het Begijnhof nog bestaat, en niet zoals de talrijke kloostergebouwen na 1578 werd onteigend en verkaveld, is te danken aan het kerkrechtelijke feit dat de Begijnen geen kloosterlingen waren, zij deden geen gelofte voor het leven en zij behielden hun eigen vermogen. Tot in de twintigste eeuw waren de huizen vrijwel alle eigendom van de bewoonsters, daarna zijn deze verenigd in de stichting. Het Begijnhof heeft sinds de regelgeving door hertog Albrecht van Beieren in 1393 zijn bestemming behouden, namelijk huisvesting van alleenstaande vrouwen. De aanvankelijk gemeenschappelijke geloofspraktijk is inmiddels verdwenen. Alleen de kapel met het stijlvolle interieur uit 1671 van Philips Vingboons, nu bekend als de Heilige Stede, is een levend centrum gebleven van katholiek Amsterdam. Officieel is het een parochiekerk, gewijd aan St. Joannes en Ursula, en deze heeft een eigen uitgang naar de Nieuwezijds Voorburgwal.
Het stichtingsbestuur heeft in de jaren tachtig het gehele complex laten restaureren door de architect Joop van Stigt. Moderne woonvoorzieningen zijn zorgvuldig ingevoegd in de historische structuren, die vaak ouder zijn dan de gevels uit de 17de en 18de eeuw. Ook het binnenterrein, de vroegere bleekvelden en de bestrating, is opgeknapt. Het stichtingsbestuur ziet het als zijn taak dit kostbare, maar ook kwetsbare ensemble van gebouwen, open ruimte en beplanting in goede staat te houden en de bewoonsters hun ongestoord woongenot te garanderen. Het afsluiten van de poort naar het Spui en van het hek naar het museum, en het weren van grote bezoekersgroepen waren onvermijdelijke maatregelen. Wij hopen dat het genoeg zal zijn. Verschillende hofjesbesturen in de stad hebben al besloten tot of overwegen sluiting voor het publiek.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 192, februari 2002.)

[Bewoonsterscommissie Begijnhof]
[Meningspeiling]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.