Interview met oud-commissaris Zee

"De stofkam moet weer door de binnenstad"

Dries Zee in het kantoor van de N.V. Zeedijk
Dries Zee, is oud-commissaris van het politiebureau Warmoesstraat. Hij houdt nog steeds het kwaad in de gaten, nu niet meer als politieman, maar als vrijwilliger bij de werkgroep Openbaar Binnenstads Belang. Hij blijft betrokken bij de veiligheid in de binnenstad door hetgeen hij in deze functie ziet en hoort. Vrolijk wordt hij er niet van.

In september vertelde hij de vaste Tweede Kamercommissie voor justitie wat zijn bevindingen waren. "Een aantal jaren is het in de binnenstad van Amsterdam en in het hart daarvan, de Zeedijk en omgeving, goed gegaan op het gebied van openbare orde en veiligheid. Al doet de politie wat zij kan, je moet vaststellen dat er een kentering is in de beleving van de veiligheid en bepaald niet ten goede. Een golf van zwart geld en dus 'kwaad' geld dat het 'goede' geld verdrijft, spoelt over de buurt."
Ook wees hij erop dat de politie wel weet wat er op straat gebeurt, maar geen idee heeft wat zich achter de gevels afspeelt. "Daar zitten op prachtige stoelen, keurig uitziende criminelen in dure kantoorpanden op hoogpolig tapijt ongrijpbaar voor politie en justitie en voeren daar hun malafide praktijken uit. Het politiekorps heeft te weinig mensen om de noodzakelijke uitbreiding van de recherche te realiseren."
De leden van de Tweede Kamercommissie waren naar Amsterdam gekomen, omdat dit jaar de Tweede Kamer de wet BIBOB (Bevordering van Integriteit Beoordelingen door Openbaar Bestuur) gaat behandelen. Die wet moet het mogelijk maken dat gemeentes beter op kunnen treden tegen illegale praktijken en is een antwoord op de bevindingen van de Commissie Van Traa. Deze commissie kwam enkele jaren geleden onder andere tot de conclusie dat criminele groepen erin zijn geslaagd een economische machtspositie op te bouwen in de horeca, het gokwezen en het onroerend goed en dat zij daarbij vaak vergunningen van de gemeente hadden gekregen. Als reactie daarop startte in Amsterdam het zogenaamde Van Traa-team dat met behulp van politie, justitie, wetenschap en ambtenaren probeert de georganiseerde criminaliteit de voet dwars te zetten.
Dries Zee weet dat er successen zijn behaald, maar ook dat de gemeente soms machteloos staat. Als er voor een pand een bouwvergunning wordt aangevraagd, dan kan de gemeente er wel achter komen of de aanvrager een crimineel is, maar als het om een crimineel gaat, is er geen juridische grondslag om die vergunning te weigeren. De nieuwe wet zou de gemeente op dit punt meer armslag moeten geven. Hoe hard dat nodig is ziet Zee regelmatig.
Hij windt zich erover op dat in de binnenstad panden worden verbouwd en er daarna verboden pado-winkels in komen. Hij maakt zich er kwaad over dat illegale onderhuur een voortwoekerend gezwel op de wallen blijft, hij verbaast zich er over dat er weer meer wordt gedeald op de Zeedijk, dat het onveilig is geworden bij de oostelijke onderdoorgang van het Centraal Station. "Ik kijk hier met zorg rond. Weet je wat de pest is? Als we hier een project beginnen om een bepaald deel van de stad veiliger te maken, dan gaat het een tijdje goed. Maar als de zaken onder controle zijn, en het project wordt afgesloten, dan verwaarlozen we de zaak en dan gaat het weer fout. Om in wielertermen te spreken: "We beheersen de kunst niet om het gat dicht te rijden. We verbinden alleen wonden maar aan het gezwel zelf doen we niets."
Een paar jaar geleden, toen Dries Zee nog commissaris van het bureau Warmoesstraat was, hield hij een schoonmaakactie in de Molensteeg, een straatje waar alles wat Onze Lieve Heer verboden had, gebeurde. Een paar honderd politiemensen, de belastingdienst, bouw- en woningtoezicht, waren bij die nachtelijke actie betrokken. Illegale bordelen en gokpanden werden opgerold. Er kwam kritiek op de actie, het woord razzia werd gebruikt, maar de buurt was er veiliger en rustiger door geworden en de criminelen in de buurt werden onrustig bij de gedachte dat zo'n actie wel eens herhaald zou kunnen worden..
"Het zou eigenlijk weer moeten gebeuren," zegt Zee. "Er zijn hier plekken zat waar de stofkam hoognodig eens doorheen moet." Waarom gebeurt dat dan niet?
Dries Zee: "De politie heeft te weinig mensen. Dat krijg je als politiemensen in de randstad niet meer mogen verdienen dan in een plattelandsgemeente. Waarom zou je dan naar Amsterdam gaan als je daar bovendien moeilijker aan een woning komt? Je schrikt je toch kapot als je hoort dat er vorig jaar in Nederland anderhalf miljoen aangiftes zijn gedaan bij de politie en dat er een miljoen niet behandeld konden worden."
Toch heeft Zee ook kritiek op de manier waarop gewerkt wordt. De gewone dienders doen volgens hem te weinig aan de criminele activiteiten achter de gevels. Voor de bovengrondse veiligheid, straatroverij, zakkenrollerij, zwart rijden is wel aandacht. "Agenten lopen op straat, en bekeuren caféhouders die een te groot gedeelte van de openbare weg als terras in beslag nemen. In de Amsterdamse buurten werken in totaal 200 buurtregisseurs die de voelsprieten van het korps zijn. Zij weten wat er leeft in de buurt en zij horen veel. Maar die andere duizenden dienders moeten ook meer als voelsprieten werken. Ook zij moeten met burgers praten en zij moeten bij hun speurtochten ondersteund worden door de buurtregisseurs. De gewone dienders horen ook van burgers te horen dat er ergens een vreemde snoeshaan woont, dat er in een bepaald pand rare dingen gebeuren. Of dat er ergens een verdachte opslagplaats is. Zij moeten weten wat de werkelijke bedreigingen in de stad en buurt zijn. Op die manier kan je bij de criminelen zand in de machine gooien. En weet je wat ook zou helpen? Als er steeds vaker grote verkeerscontroles worden gehouden. Hoofdcommissaris Kuiper is daar ook een voorstander van, ook wil hij een strengere controle op de naleving van de Algemene Plaatsellijke Verordening. Dan loop je tegen heel wat meer zaken op dan alleen achterlichten die het niet doen. Het is goed dat ook de hoofdcommissaris vindt dat het tegenhouden van het kwaad de belangrijkste bijdrage is die de politie de samenleving kan aanbieden. Voorkomen is beter dan genezen. In de binnenstad zou controle op de bouw- en horecavoorschriften een prima ingang zijn om kwaad tegen te houden. Op die manier kan heel wat rotte vis uit de vijver worden gehaald."
Dries Zee hoopt dat de nieuwe wet die eind dit jaar in de Tweede Kamer wordt behandeld, Amsterdam meer armslag geeft. In het wetsontwerp waarover de Kamerleden zich moeten buigen, zitten echter nog wel enkele hiaten. Zo wordt in het wetsontwerp de gemeente geen mogelijkheid gegeven om een bouwvergunning te weigeren aan personen die criminele contacten hebben.
Dries Zee hoopt en verwacht dat de Tweede Kamerleden die een werkbezoek aan Amsterdam brachten inmiddels wel weten dat deze hiaten opgevuld moeten worden.
"Vooral na wat er op 11 september in New York is gebeurd, moeten we alles op alles zetten om duistere figuren hier geen kans te geven. Als we eerlijk zijn wisten we diep in ons hart best wat de kwetsbaarheid was van onze samenleving. We wisten best dat de achilleshiel van de opsporing van strafbare feiten onder andere het gebrek aan zicht is op internationale vennootschapsstructuren en financiële stromen waardoor beursfraude en grensoverschrijdende fraude op grote schaal mogelijk is. We wisten best dat we in de opsporing en vervolging als uitgangspunt zouden moeten nemen dat internationale criminaliteit, criminaliteit binnen ondernemingen en financiële criminaliteit onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Maar we wilden de knop bij onszelf niet omdraaien. Op 11 september is die knop omgezet. Op kleinere schaal had het natuurlijk allang zo moeten zijn dat we in Nederland een zelfde systeem hebben voor koop, huur- en verhuur en gebruik van onroerend goed als wat het kentekenbewijs is voor een auto. Bij onroerend goed is het traceren van belangrijke gegevens over wie de eigenaar echt is en wie de echte bewoner is, bijzonder lastig. Maar als de politieke wil er is om dat goed te regelen, dan zou dat op korte termijn goed geregeld kunnen worden. Dat zou best een belangrijk onderdeel kunnen zijn van maatregelen tegen terroristen en andere zware criminelen."

Frans Heddema

(Uit: Binnenstad 192, februari 2002.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.