Keizersgracht 718: Puzzel voor gevorderden

Bouwkundig opzichter, de heer R. Nieuwenhuis, kreeg van de Stichting Jan Pietersz.Huis II geen gemakkelijke opdracht. Een klein grachtenhuis met twee woningen, die niet meer voldeden aan de eisen van deze tijd, moest worden omgetoverd tot drie luxe wooneenheden voor musici.

Alle leidingen en installaties moesten worden vernieuwd, elke vierkante meter moest optimaal worden benut. Geluidsisolatie en lichttoetreding vormden daarbij heikele kwesties. Het geheel moest worden gerealiseerd binnen een beperkt budget. En alsof dat nog niet ingewikkeld genoeg was, stelde men zich bovendien ten doel de renovatie zodanig uit te voeren, dat het historische karakter en de spaarzaam bewaard gebleven historisch waardevolle onderdelen in het interieur optimaal tot hun recht zouden komen.

Geschenk

Keizersgracht 718, na de opknapbeurt. Rechts daarvan Keizersgracht 716, eveneens uit 1671.

Keizersgracht 718 is een relatief klein grachtenhuis met achterhuis, gebouwd door Anthonie Krol, houtkoper en meester-timmerman, vermoedelijk in 1671. Het huis had een klokgevel, evenals zijn kleinere tweelingbroer op de hoek op nummer 716. Vroeg in de 19de eeuw vond een ingrijpende verbouwing plaats, waarbij de voorgevel werd vernieuwd, met een lijstbeëindiging, schilddak en dakkapel. De stoep, de voordeur met getorste schijnnaald en gesneden kalf en het snijraam dateren uit diezelfde tijd. Achtergevel, bouwmuren en balklagen zijn nog wel grotendeels 17de-eeuws. In 1948 werd het interieur verbouwd ten behoeve van het Dr. Aletta Jacobshuis. Daarbij zijn vermoedelijk veel oude onderdelen verloren gegaan. De voorlaatste grote verbouwing vond plaats in 1969. Toen is een nieuwe fundering aangebracht, werd de benedenruimte weer voor bewoning geschikt gemaakt en moest het oude achterhuis plaats maken voor een nieuw exemplaar, in een voor die tijd kenmerkende historiserende stijl. Begin 2000 werd het huis door vioolpedagoge mevrouw Davina van Wely geschonken aan de Stichting Jan Pietersz. Huis II.

Uitgepuzzeld

Inspectie van de dakkapel

Het metselwerk van de voorgevel is met zorg gereinigd, waardoor de bakstenen en fijne stootvoegen weer te zien zijn. Afgezien van het nodige herstel- en schilderwerk bleef het exterieur nagenoeg ongewijzigd. Binnen zijn de oorspronkelijke balklagen met ravelingen weer zoveel mogelijk in het zicht gebracht. Alle vroeg 19de-eeuwse elementen, zoals de trappen met kuipstuk en bordes en de nog aanwezige lambrisering, zijn gerestaureerd. Hetzelfde geldt voor de binnenluiken en draaibare neggen aan de voorzijde van de beletage. Op de vroegere bergzolder zijn slaapkamers gemaakt. Daarom werd besloten de steile, rechte zoldertrap te vervangen door een nieuwe spiltrap die past in de oude raveling. Onder de spiltrap kon precies een badkamertje worden gemaakt. De badkamers en keukens van de beletage en eerste verdieping bevinden zich in het kleine achterhuis. Bij noodzakelijke nieuwe toevoegingen werd consequent gekozen voor een bescheiden contrast met de historische context. De kleurkeuzes zijn gebaseerd op kleurenonderzoek in het huis. De balken van de beletage kregen een 17de-eeuwse leverkleur. De balken van het souterrain kregen een lichtere kleurvariant, terwijl op de hogere verdiepingen voor vroeg-19de-eeuwse kleuren is gekozen. De klus zit er op, Nieuwenhuis is uitgepuzzeld. Het resultaat mag er zijn. Met de verbouwing van Keizersgracht 718 is bewezen dat modern wooncomfort en behoud van monumentale waarde prima door één deur kunnen.

Joyce Alma en Dik de Roon

(met dank aan Ron Nieuwenhuis)

(Uit: Binnenstad 193, mei 2002.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.