De nieuwe onderpui van Warmoesstraat 104

Als er aan één onderdeel van Amsterdamse winkelwoonhuizen veel wordt veranderd dan is het wel de onderpui. Veel winkeleigenaren schijnen het nodig te vinden om eens in de zoveel jaar weer een ander bordkartonnen onderpuitje te maken, met schreeuwerige letters erop, meestal zonder enige relatie met de gevel erboven. Toch begint zich een nieuwe trend af te tekenen, zichtbaar in enkele winkelstraten in de binnenstad, waar steeds vaker fraaie onderpuien verschijnen. Een voorbeeld hiervan is de onderpui van Rokin 44 die in vormgeving aansluit bij de Art Nouveau-gevel erboven. Een ander voorbeeld is Warmoesstraat 104, waar de nieuw gemaakte onderpui onderdeel is van het 18de-eeuwse gevelbeeld. Deze eikenhouten onderpui is ontworpen door Neil Kesper.
Warmoesstraat 104 op een oude foto van het Bureau Monumentenzorg (ongedateerd). Warmoesstraat 104 na restauratie in 2002 (foto Walther Schoonenberg).

Vier jaar geleden wilde de Gemeente een rij historische panden in de Warmoesstraat slopen voor de uitbreiding van de Effectenbeurs. Dat is niet doorgegaan. Nummer 104 en ook de bekende theewinkel op nummer 102 daarnaast hielden moedig stand naast de wond die de Effectenbeurs al aan het begin van de 20ste eeuw in de Warmoesstraat heeft geslagen en inmiddels is besloten dat de Beurs naar de IJ-oevers verhuist.

Warmoesstraat 104 werd onlangs ingrijpend gerestaureerd door het bureau van Neil Kesper. Neil Kesper heeft jarenlang als tekenaar gewerkt bij het gemeentelijk Bureau Monumentenzorg en is vorig jaar voor zichzelf begonnen. Hij vertelt enthousiast over dit bijzondere project. "Allereerst moet je je verdiepen in de geschiedenis van het pand. Warmoesstraat 104 is een van de oudste winkelwoonhuizen van Amsterdam. Het wordt in 1561 het voor het eerst vermeld onder de naam De Keyserinne en is oorspronkelijk gebouwd in de tijd dat de Warmoesstraat de voornaamste straat van Amsterdam was. Zoals meerdere panden in de Warmoesstraat heeft ook dit pand nog een gotisch houtskelet."

Het interieur van Warmoesstraat 104: gotisch houtskelet met beschilderingen (foto's Walther Schoonenberg)

De trotse eigenaar Carsten Hesz trof bij het uitpellen van het pand de resten daarvan aan. Aan één zijde was het houtskelet echter geheel verdwenen. Bij de bouw van de Effectenbeurs in 1911-13 werd een hele reeks panden in de Warmoesstraat tot aan nummer 104 gesloopt. Het buurpand, nummer 106, bleek een gemeenschappelijke muur met nummer 104 te hebben. Die muur werd bij de sloop per ongeluk gemolesteerd, waarbij de gehele linkerzijde van het houtskelet, bestaande uit stijlen en sleutelstukken, in de puinbak verdween. De balken en stijlen aan de rechter zijde zijn wel bewaard gebleven, maar niet ongeschonden. Tijdens de huidige restauratie bleek er nog maar één gotisch sleutelstuk aanwezig te zijn. De andere sleutelstukken zijn bij een eerdere verbouwing allemaal afgekapt. Tijdens de restauratie zijn de sleutelstukken met peerkraalmotief weer aangevuld. Op de oude balken bevinden zich 17de-eeuwse beschilderingen: jachttaferelen, die in de 19de eeuw zijn overgeschilderd. Deze zijn zoveel mogelijk hersteld."

Warmoesstraat 104: oude toestand vóór restauratie (tekening Neil Kesper). Reconstructietekening: op de kuif en de siervazen na uitgevoerd in 2000-2002 (tekening Neil Kesper).

De buitenzijde van het pand is in het midden van de 18de eeuw ingrijpend verbouwd. De voorgevel werd opnieuw opgemetseld en gemoderniseerd. Het pand werd verhoogd en voorzien van een top in Lodewijk XV-stijl, een modieuze verhoogde lijstgevel, die zo sterk werd opgehoogd dat het bijna een klokgevel lijkt. Na de verbouwing kreeg het pand ook een nieuwe naam; in 1780 staat het bekend als Breda.
De houten top was nog voor het grootste deel aanwezig en is gerestaureerd. Uit een foto van rond de eeuwwisseling blijkt echter dat de kuif en de siervazen zijn verdwenen. Kesper: "Van de oude kuif is een deel teruggevonden in de kelder. Ik heb er een reconstructietekening van gemaakt. De kuif moet echter nog gesneden worden, de eigenaar ziet op tegen de kosten. Jammer, want de kuif maakt de restauratie echt af, het is de kroon op het werk."

Het meest opmerkelijk is de reconstructie van de 18de-eeuwse onderpui.
Kesper: "Er zat een eenvoudige houten onderpui uit de 19de eeuw en Monumentenzorg heeft terecht moeite met het verwijderen van zo'n authentieke pui. De pui moest echter gesloopt worden, omdat het pand scheef gezakt was en een nieuwe fundering nodig had. Bovendien schrijft Bouw- en Woningtoezicht bij houten onderpuien het gebruik van een ijzeren balk voor. Wij wisten dat er oorspronkelijk een heel mooie onderpui moet hebben gezeten, die in stijl aansloot bij de bijzonder rijke top. Dat is bevestigd tijdens het werk: in de grond werden twee met rocailles geornamenteerde hardstenen panelen van de rococo-pui teruggevonden. Die zijn opnieuw gebruikt, zodat de onderpui niet helemaal een reconstructie is."

Het ijzeren frame in de onderpui is reeds aangebracht (foto Neil Kesper). De nieuwe onderpui van Warmoesstraat 104 (foto Walther Schoonenberg).

De onderpui is door Neil Kesper uitgetekend in maar liefst zesentwintig detailtekeningen. Kesper: "Die gedetailleerde tekeningen heb ik naar Litouwen gestuurd waar een ambachtsman de gehele onderpui in losse onderdelen heeft gesneden uit een goed stuk eikenhout. Na drie maanden hadden we een nieuw gemaakte 18de-eeuwse houten onderpui."
Kesper: "De architectuur komt nu weer tot zijn recht. Er stond een versleten huis en nu staat er een puntgaaf monument. De kostbare restauratie is geheel zonder subsidie gerealiseerd. Reconstructies worden sowieso niet gesubsidieerd en de weinige subsidiegelden die wel te verkrijgen zijn, zijn de moeite van de rompslomp en de tijdsvertraging niet waard. Als je eens wist hoeveel moeite het heeft gekost om dit restauratieplan door de welstandscommissie te krijgen".

Geveltop van Warmoesstraat 104 vóór restauratie (foto Neil Kesper) Geveltop van Warmoesstraat 104 na restauratie in 2002 (foto Walther Schoonenberg).

Sommige mensen zullen zeggen dat hier sprake is van geschiedvervalsing.
Kesper: "Het is zoals aan het begin van de Zeedijk op een gevel staat: De mensheid wil bedrogen worden. Mensen willen in de oude binnenstad de architectuur van vandaag niet. Die is niet verfijnd, en past qua maat en schaal niet in de oude stad. Mensen willen oude kwaliteit, liefst het origineel maar als dat er niet meer is, mag die worden nagemaakt. Als het maar goed gebeurt."
De jonge ingenieur is in Engeland geboren, maar woont al 20 jaar in Amsterdam.
Kesper: "Als Engelsman kijk ik van buitenaf met een zekere distantie tegen Amsterdam aan. Ik zie hoe mooi de binnenstad is en met hoeveel details alles is uitgevoerd. Ik vind het vanzelfsprekend dat mensen dat niet alleen willen behouden, maar dat ze verdwenen onderdelen ook weer terug willen brengen. De reconstructie van zo'n onderpui moet qua stijl feilloos aansluiten bij de bestaande gevel. Maar de goede kijker en de vakman moeten tevens kunnen zien dat het niet helemaal authentiek is. Boven de toegangsdeuren heb ik enigszins verborgen het jaartal aangebracht."
En inderdaad, als je werkelijk goed kijkt, kun je in de 'barokke' krullen van het snijraam het bouwjaar onderscheiden.

Juliet Oldenburger en Walther Schoonenberg

Meer informatie over Neil Kesper: http://www.linesburo.nl.

(Uit: Binnenstad 193, mei 2002.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.