De hoek Gasthuismolensteeg/Herengracht

Op een foto uit 2000 staat nog het oude Gastmolensteeg 18. De nieuwbouw van Gasthuismolensteeg 18: verrijking van het stadsbeeld?
In nummer 192 hebben wij de lezers opgeroepen hun mening te geven over de renovatie en nieuwbouw op Herengracht 243a en Gasthuismolensteeg 18/20. (Zie: Nieuw en - niet zo - oud.) Om het geheugen op te frissen: het hoekpand van Van Arkel, gebouwd in 1900, met het beeld van de Transvaalse boer aan de gevel en het daarmee verbonden (grotendeels veel oudere) pand in de steeg. De oproep is ook op de website van de vereniging geplaatst en dat heeft heel wat reacties opgeleverd. Kennelijk is de website een heel geschikt medium voor een meningspeiling en komt bijna niemand meer toe aan het schrijven van ouderwetse brieven, want die zijn niet ontvangen.

Een aanzienlijke meerderheid van de lezers / bezoekers (overigens niet allemaal leden van onze vereniging) reageert afwijzend. Op de website was de vraag (te) kort samengevat in de stelling: "De nieuwbouw van Gasthuismolensteeg 18 is een verrijking van het stadsbeeld." Van de 115 personen die reageerden waren 32 het met deze stelling eens. Daartegenover stonden echter 80 personen die het hier niet mee eens waren en 3 personen die vonden dat het weinig uitmaakt. De vraagstelling in Binnenstad was, net als de weerbarstige werkelijkheid, wat minder eenvoudig, maar leent zich niet goed voor een snelle meningspeiling. Maar ook wanneer we zouden hebben gevraagd of men de gekozen oplossing acceptabel vond als nieuwbouw onvermijdelijk bleek te zijn, zou het antwoord ongetwijfeld in meerderheid negatief zijn geweest.
Dat bleek ook wel uit de reacties van de personen die hun mening wat uitvoeriger hebben verwoord. Van de negen reacties waren er wat betreft Gasthuismolensteeg 18 zes zonder meer negatief, een positief en twee wijfelend. Vormgeving en materiaalgebruik worden niet passend voor deze plaats gevonden. Niet iedereen was overigens van mening dat bij sloop historiserend had moeten worden gebouwd, maar de hier gekozen oplossing week, vindt men in het algemeen, veel te sterk af van het beeld in de negen straatjes. Behoud en herstel had de voorkeur verdiend, iets wat immers ook door het gemeentebestuur tot beleidsuitgangspunt is verklaard. En als er nieuw wordt gebouwd, waarom dan niet een deur opgenomen zoals uitdrukkelijk verlangd wordt in de criteria die de welstandscommssie hanteert? (En waarom geen borstwering, waarvoor hetzelfde geldt?)
Uit de reacties bleek ook hoeveel problemen het bouwen in een hoeksituatie oplevert, zowel voor de omwonenden als voor de bouwheer. Dat aspect verdient zowel bij de opzet van de bestemmingsplannen als in de uitvoering kennelijk veel meer aandacht.
Het hoekpand kwam slechts zijdelings aan de orde. Het werd, mogen we aannemen, toen het werd gebouwd ook niet passend gevonden, maar niemand zegt nu dat het had moeten worden gesloopt. Wel zijn er wat aanmerkingen op de renovatie, m.n. wat betreft de kleurkeuze en het glanzend vernissen van de onderpui.

Wanneer je bouwplannen moet beoordelen probeer je dat op een rationele manier te doen, dus aan de hand van duidelijke criteria. In de praktijk blijkt dat heel moeilijk te zijn, want iedere situatie is weer anders. Maar ook blijkt dat bij de beoordeling een flinke portie emotie een rol speelt. Dat lees je ook in de binnengekomen reacties. Dat spreekt bijna vanzelf, want een stad is een onderdeel van ieders leefwereld en dus iets wat je primair 'beleeft'. Toch is het, lijkt mij, goed om soms ook wat meer analytisch naar de stad en naar bouwplannen daarbinnen te kijken. Welke elementen bepalen het beeld van een stad en hoe waardeert ieder die elementen en het totaal? Welke invloed hebben toegevoegde elementen op het beeld? Welke eisen moet je daaraan stellen? Hoeveel variatie kan een stad verdragen, maar ook hoeveel variatie heeft een stad nodig om aantrekkelijk te blijven? En dat allemaal in ons geval toegespitst op de Amsterdamse binnenstad. Als je het antwoord op dit soort vragen enigszins kent is het misschien mogelijk om naast de altijd nodige objectgerichte actie ook wat meer structureel bezig te zijn.

Een heel andere vraag is of wij onze ogen moeten sluiten voor de economische kant van het bouwproces. We zijn geneigd snel te roepen dat er weer grof geld moet worden verdiend ten koste van het stadsbeeld. Soms is dat zeker waar, maar het is lang niet altijd zo'n simpel zwart-wit verhaal. Soms kan immers renovatie ruimten opleveren die moeilijk verhuur- of verkoopbaar zijn, zeker wanneer de prijs per vierkante meter erg hoog wordt. Voor een eigenaar kunnen nog allerlei andere factoren een rol spelen. Het uiteindelijke bouwplan is het resultaat van een heel gecompliceerd besluitvormingsproces. Als je een bepaalde uitkomst daarvan wilt bevorderen is het noodzakelijk te weten welke factoren een rol spelen en hoe zo'n proces precies verloopt. Toegespitst op dit bouwplan zou ik graag willen weten of behoud van Gasthuismolensteeg 18 een haalbare optie zou zijn geweest, financieel, bouwtechnisch en woontechnisch. En daarnaast wat de belangen en opvattingen van de eigenaar/ontwikkelaar waren. Daarbij gaat het nog niet over de vorm. Pas als is gebleken dat behoud en herstel in redelijkheid niet mogelijk zijn komt de vorm die de dan onvermijdelijke nieuwbouw moet krijgen aan de orde. Een dergelijke analyse is voor dit project natuurlijk nakaarten, maar wellicht levert zo'n analyse een methode van aanpak op voor andere gevallen en ben je er dan vroeg genoeg bij om aspirant-bouwers op het juiste spoor te zetten.

Herman Pinkse

(Uit: Binnenstad 194, juli 2002.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.