Haarlemmerplein

Symmetrische indeling van het Haarlemmerplein, getekend door P. Gofferjé in de stadsplattegrond van Balthasar Florisz. uit 1625
Het stadsdeel Amsterdam-Centrum maakt momenteel een nieuw bestemmingsplan voor de Haarlemmerbuurt, waarin het Beschermd Stadsgezicht een belangrijke rol zal moeten spelen. Opvallend is dat in het concept van dit plan een belangrijk deel van het Haarlemmerplein ontbreekt en is aangeduid met een witte vlek.

In een publicatie over de cultureel-historische ontwikkeling van dit gebied uit juni 2000 verklaart de Dienst Binnenstad deze omissie. Zij stelt dat "de vorm en de bebouwing van het plein in het algemeen niet monumentaal van aard waren; bovendien was één zijde schuin afgesneden door de stadswal …" De rooilijn van het afgebroken blok komt dan ook niet op de waarderingskaart voor.

Deze negatieve visie heeft de Dienst kennelijk overgenomen van de auteurs B. Bakker en dr. L. Jansen, die in respectievelijk nr. 87 en 52 van het Jaarboek Amstelodamum zeggen geen 'masterplan' te kunnen ontdekken dat ten grondslag ligt aan het plein en aan het Haarlemmerplein dan ook geen grote historische waarde toekennen. Toch vindt Bakker dit kennelijk vreemd, want hij stelt dat in de laatste kwart van de 16de eeuw de Nederlandse architecten en militair-ingenieurs goed op de hoogte waren van de maatgevende renaissancistische militaire ontwerpkunst. Volgens Bakker verliep de inrichting van stad en land volgens geometrische patronen. Over dit onderwerp waren destijds publicaties in omloop van Vitruvius en Filarete. In Nederland heeft Simon Stevin twee belangrijke werken over vestingbouwkunde geschreven, "Stercktebouwing" in 1594 en "Nieuwe maniere van Stercktebou door Spilsluysen" in 1607. Hij beschouwde symmetrie in de stedenbouw als een intellectueel en esthetisch principe en in deze geschriften ontvouwt hij een meetkundig systeem voor het aanleggen van versterkingen. Op vele plaatsen in Europa werd dit zogeheten 'oud-Nederlandse stelsel' nagevolgd. Bakker concludeert dan ook dat stadsplattegronden in het algemeen juist wél harmonisch ontworpen waren, maar weet dat principe niet op het Haarlemmerplein te betrekken. Zijn verwarring verbaast niet, want de originele kaart van deze uitleg is verloren gegaan, waardoor nadere gegevens ontbreken.

Toch was er altijd "een geheimzinnige harmonie op het Haarlemmerplein te bespeuren", zoals oudere buurtbewoners van vóór de afbraak in 1970 mij vertelden. Is dat toeval of was er wél een masterplan? Om hierover meer zekerheid te verkrijgen ben ik gaan meten; als uitgangspunt nam ik de oudst bekende kaart van Balthasar Florisz. uit 1625, waarvan aangenomen kan worden dat die identiek was aan de originele. Na enige berekeningen bleek er een zorgvuldige symmetrie aan het ontwerp van het plein ten grondslag te liggen: de oppervlakken aan weerszijden van de as, die in het verlengde van de Haarlemmerdijk naar de Haarlemmerpoort loopt, zijn gelijk. Juist de door de stadswal schuin afgesneden zijde van het plein heeft de ontwerpers geprikkeld om naar een symmetrische oplossing te zoeken tussen de as van de Haarlemmerweg enerzijds en de ongelijke rooilijnen van het plein anderzijds. Uit bijgaande tekening blijkt hoe men m.i. te werk is gegaan. Vlak A is gemiddeld 8 'kavels' lang en 5 kavels breed, vlak B is 10 kavels lang en 4 kavels breed. De oplossing is even simpel als effectief: beide oppervlakken zijn even groot, 40 vierkante kavelbreedte. Dit is waarschijnlijk ook de reden waarom de zuidelijke pleinwand niet verder naar achteren gelegd is, waardoor de Vinkenstraat niet rechtstreeks op het plein uitkomt. Het Haarlemmerplein blijkt een zorgvuldig ontworpen stedelijke ruimte te zijn, uitgelegd volgens de bekende principes van het 'oud-Nederlandse stelsel'. De historische noordelijke rooilijn is een interessant stedenbouwkundig gegeven, dat verwijst naar het renaissancistische principe dat een harmonische indeling van de ruimte zich zal weerspiegelen in het welbevinden van de mensen.
De noordelijke rooilijn mag dus niet verdwijnen onder de nieuwbouw die men hier voorbereidt. Dat zou tegen de aanwijzingen van het Beschermd Stadsgezicht zijn. De rooilijn zou zelfs in het nieuwe ontwerp zoveel mogelijk in ere hersteld kunnen worden door de oorspronkelijke lengte van het bouwblok zoveel mogelijk terug te bouwen.

P.J. Gofferjé

(Uit: Binnenstad 194, juli 2002.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.