Project Bloedstraat, Gordijnensteeg en Monnikenstraat

Een van de laatste verwaarloosde plekken wordt bebouwd: aanwinst voor de oude binnenstad

Het bebouwde terrein tussen de Bloedstraat, Gordijnensteeg en Monnikenstraat.
In het Wallengebied bevinden zich nog twee verwaarloosde woningcomplexen, het Blaauwlakenblok en het project De Monnik. Het Blaauwlakenblok (voormalige panden van de Bijenkorf, later gekraakt), wordt door Woningstichting De Key opgeknapt. Wethouder Iping van de Deelraad Centrum gaf daarvoor in april het startschot. Het project De Monnik bij de Nieuwmarkt start in het najaar.

Wie van de supermarkt Albert Heijn op de Nieuwmarkt via de Bloedstraat naar de Oudezijds Achterburgwal loopt ziet aan de rechterkant een grote schutting, die verder de Gordijnensteeg afgrenst en doorloopt naar de Monnikenstraat. Achter de schutting zijn archeologen bezig met opgravingen. Via het informatiecentrum in de Zuiderkerk werden de basisgegevens verkregen. Hillen & Roosen is de projectontwikkelaar en gaat bouwen. Het architectenbureau Geusebroek Stefanova maakt het ontwerp. In het blad Ons Amsterdam van april 2002 staat een uitvoerig artikel over het klooster dat op deze plek gestaan heeft.
In de Monnikenstraat, zo vermeldt het artikel, kon na de sloop van het onderstation van het GEB een deel van het voormalige Minderbroederklooster worden opgegraven. De minderbroeders waren volgelingen van de heilige Franciscus van Assisi (1181-1220). In kuisheid, nederigheid en armoede wilden de minderbroeders een voorbeeld geven. In korte tijd verspreidden de orden zich in de steden. In 1464 ontstond in Amsterdam een klooster tussen de Bloedstraat, Gordijnensteeg en Monnikenstraat.
Bij de opgravingen dit voorjaar ontdekten stadsarcheologen de wijnkelder en de resten van de eetzaal, het refectorium. De eetzaal was 6,5 meter breed en 14 meter lang. De zaal werd ook gebruikt door Alva's Raad van Beroerten. De maaltijd werd in de volksmond ook wel het 'bloedmaal' genoemd. Het is ook een mogelijke verklaring voor de naam Bloedstraat. De hertog van Alva was in 1567 naar Nederland gestuurd om de opstand van de reformatie neer te slaan. Hij nam intrek in het klooster en probeerde de oude orde weer te herstellen. Deelnemers aan de opstand tegen de Spanjaarden werden door de 'bloedraad' gevonnist. Na het vertrek van Alva in 1578 werden de monniken verjaagd; het klooster werd geplunderd en later afgebroken.
Op een deel van de resten van het klooster liet François du Gardyn, naar wie de Gordijnensteeg is genoemd, een pakhuis bouwen. Ook het pakhuis van Du Gardyn was geen lang leven beschoren en werd vervangen door kleine huisjes aan de Gordijnsteeg, waarin nog muren van het oude klooster opgenomen werden. Een brand verwoestte de laatste bovengrondse resten van het klooster.
In de eerste helft van de zeventiende eeuw was de Bethaniënbuurt een deftige woonwijk. Na de achttiende eeuw nam de bevolkingsdichtheid toe en raakte de buurt in het slop. Dit verval duurde tot de Tweede Wereldoorlog. In de jaren zestig werd voor de Bethaniënbuurt het eerste bestemmingsplan van de stad Amsterdam opgesteld. Het herstel van de buurt vordert gestaag. Een van de laatste verwaarloosde plekken in de Bloedstraat krijgt een bijzondere invulling.

Peter Geusebroek vindt het een grote eer dat zijn bureau is uitgekozen om het ontwerp te maken om op deze plaats in de stad iets te mogen toevoegen. "Wij putten inspiratie uit een zorgvuldige bestudering van de bestaande stedelijke omgeving. Het gaat ons om de meerwaarde van de context" aldus de architect. Het project 'De Monnik' neemt de stedenbouwkundige karakteristieken van de oude stad over. De te gebruiken materialen hebben door de eeuwen heen duurzaamheid bewezen en ze zijn voor de stad vertrouwd: metselwerk, lood, hout, hardsteen en glas. De verkaveling omvat gesloten bouwblokken met geringe breedte. Het project 'De Monnik' krijgt vier verdiepingen. De hoogtes kunnen per perceel verschillen, waardoor de horizontale lijnen verspringen ten opzichte van elkaar. Het metselwerk wordt in verschillende tinten uitgevoerd. De gevels van De Monnik eindigen in een kroonlijst maar wel met een moderne interpretatie. De voordeuren maken een massieve indruk. Ieder huis verschilt van kleur maar toch doet het niet aan als een bonte verzameling.

Gerard Smink
(VVD-deelraadslid Amsterdam Centrum)

(Uit: Binnenstad 195, nov. 2002.)

(Zie ook: Stadsvernieuwing aan de Oude Zijde in Binnenstad 194 en Stadsvernieuwing aan de Oude Zijde (vervolg) in dit nummer.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.