Henk Koper: Oom Dagobert in monumenten

Henk Koper onderzoekt een fundering.
Over publiciteit kan Henk Koper niet klagen. Talrijke bladen schreven over zijn Stichting Red de monumenten. En in alle verhalen komt de zin terug dat “de stichting tien jaar geleden werd opgericht om woonhuismonumenten op verantwoorde wijze te restaureren opdat dit cultureel erfgoed ook de komende eeuwen behouden kan blijven. Een doelstelling die niet alleen in Amsterdam, maar ook op vele andere plaatsen in Nederland haar vruchten heeft afgeworpen. Niet voor niets resulteerden de inspanningen dan ook in een erkenning van het gerenommeerde Bureau Monumentenzorg in Amsterdam.”
Ook op de website van de stichting en in de brochure die zij uitgeeft, komen deze zinnen voor. Ze maken nieuwsgierig. Wie is Henk Koper, wat doet die stichting en hoe zit dat met die erkenning van Monumentenzorg?

Henk Koper werd in 1951 geboren, zijn familie zat in de bouw. Ook Henk was een doener. Hij volgde de ambachtschool, werd metselaar en trok op zijn 28ste naar Amsterdam. Daar kocht hij voor 40.000 gulden op de Blauwburgwal een bouwval die hij opknapte. Van het een kwam het ander. “Het gewone bouwwerk: weer een trappetje, weer een zelfde kapelletje, ging mij vervelen.” Monumenten kregen zijn aandacht.
“Al doende kreeg ik daar verstand van, ik hoefde mijn kennis niet uit de boeken te halen. Het zal in het begin wel eens fout zijn gegaan, maar dan kreeg ik op mijn kop van Monumentenzorg. Nou gebeurt dat niet meer. Ach, in principe is alles hetzelfde. Je gaat een pand strippen en dan weet je wat er terug moet komen. In Amsterdam heb ik altijd oude rotzooi gekocht, bedreigde monumenten. Die restaureren we en dan verhuur ik ze. Ik stukadoorde zelf monumentale plafonds.”

Voor het restauratiewerk heeft Henk Koper zijn eigen bouwbedrijf. “Dat is mijn stichting, ik huur gewoon mijn mensen in.”
Waarom een stichting als bouwbedrijf? Koper kijkt verbaasd. “ Met een stichting krijg je meer contacten in het wereldje, dan kan je makkelijker subsidies krijgen en je hoeft bij het kopen van een monument geen overdrachtbelasting te betalen. Mijn vrouw en ik zitten in het bestuur, maar ik ben de baas. Vergis je niet: ik ben behoorlijk commercieel, ik ben oom Dagobert in monumenten, ik ben geen stoffig bestuurder. Panden die ik heb opgeknapt verkoop ik niet; ze gaan in de verhuur, het duurdere spul.”
Hoeveel panden de stichting heeft gekocht en gerestaureerd, wil hij niet zeggen. In elk geval horen Nieuwmarkt 11 en Prinsenstraat 10 erbij. In jaarverslagen en financiële verslagen is dat niet te vinden, want die zijn er niet.
Op 12 april 1990 werd de stichtingsakte gepasseerd. De stichting heet dan Redt de Monumenten, dus met een t. Koper: “Die heb ik bij mijn reclamemateriaal over het hoofd gezien.”
Doel van de stichting, volgens de akte: “aan- en verkoop van verwaarloosde monumenten en andere gebouwen met speciale bouwstijlen.” Dat doel wordt bereikt door “het verlenen en geven van voorlichting aan de eigenaren van dergelijke gebouwen omtrent het gebruik van materialen alsmede door het organiseren van educatieve programma’s, studiereizen, research en het aangaan en onderhouden van contacten met organisaties, nationaal en internationaal die een gelijk of aanverwant doel hebben.”
Koper geeft toe dat de doelstelling in de praktijk wat anders is “Ik verkoop geen panden, ik verhuur ze.”

En hoe zit het met die educatieve reizen? Koper vertelt dat hij zo’n twee keer per jaar in België, Tsjechië en Frankrijk bijeenkomsten heeft met mensen die hetzelfde doen als hij. “We houden elkaar op de hoogte”, is alles wat hij kwijt wil. In Praag heeft hij geprobeerd om met subsidie monumentale bouwvallen te restaureren, maar dat is mislukt. En dat terwijl hij een aanbeveling van het Bureau Monumentenzorg in Amsterdam kon laten zien.
Een woordvoerder van Monumentenzorg: “Hij was bezig met een project in Praag, toen vroeg hij om een referentie en daar heeft hij een brief voor gekregen”. Het is het document dat in de brochure van de stichting is afgedrukt. Monumentenzorg verklaart daarin dat Koper en zijn stichting bekend staan als erkend monumentenrestaurateurs en dat zij meerdere goede restauraties naar tevredenheid hebben voltooid.
Bij Monumentenzorg zitten ze er een beetje mee. “Het is nooit de bedoeling geweest dat de stichting die brief voor reclame zou gebruiken. Het is ook verwarrend. Er bestaan geen erkende monumentenrestaurateurs, er zijn alleen restauratiearchitecten. Wij geven nooit dit soort verklaringen af. Dat het toch is gebeurd komt doordat Koper een referentie had gevraagd voor het buitenland.”
Monumentenzorg heeft wel met Koper te maken gehad bij de controle van werkzaamheden die hij uitvoerde. De woordvoerder van Monumentenzorg: “Hij heeft goeie projecten gedaan en hij doet vaak zeer moeilijke klussen.”
De stichting Redt de monumenten heeft geen ideële uitgangspunten. Koper geeft dat toe: “Ik ben gewoon een commerciële monumentenidioot. Niemand kan zeggen dat ik geen prima werk aflever, bekijk dit eens”, en hij wijst op Monnikenstraat 19 waar zijn kantoor is gevestigd.

Bij het restaureren heeft Koper als uitgangspunt dat je zoveel mogelijk moet laten zien wat de geschiedenis van een pand is. “Laat maar zien dat een deel uit de negentiende eeuw is en een deel ouder. Zoals je een pand aantreft, moet je het ook herstellen. Geen make-up. Als wat metselwerk scheef staat, laat dat scheef staan.”

Henk Koper adviseert ook mensen die een pand willen restaureren of een monument willen kopen. Voor begeleiding van bouwwerkzaamheden kan hij ook worden ingeschakeld. Hij pakt een ordner van zo’n 15 centimeter dik. “Hier, alle correspondentie die ik heb moeten voeren om een restauratie in de Raadhuisstraat goed te laten verlopen. De eigenaar had mij gevraagd de bouw te begeleiden. Die firma die aan het werk was, presteerde het alle stenen verkeerd weg te hakken. Ik heb gezorgd dat ze ze hebben gerestaureerd. Bij zoiets moet je echt body hebben om overeind te kunnen blijven. Ik heb de eigenaar heel wat ellende bespaard.”
Koper verwacht nog flink wat werk voor zijn stichting. “Eigenlijk zou een groot deel van Amsterdam opnieuw op palen gezet moeten worden. De kracht is er uit, het verkeer zorgt voor te veel trillingen. Kijk eens op de Keizersgracht, vanaf de Brouwersgracht zie je in de gevels één grote golf.”

Hij is slecht te spreken over de controle bij werkzaamheden aan monumenten. “Toen Monumentenzorg zelf nog inspecteurs had, was dat veel beter. Er wordt te veel getolereerd. Ik mis ook Backer van Bouw- en Woningtoezicht die in januari officieel afscheid neemt. Dat was een autoritaire kerel. Hoe vaak heeft hij niet tegen me geroepen dat hij me spuugzat was. Maar hij was een vakman. Dat soort kerels heb je gewoon nodig. Daar kan ik mee kletsen.”

Frans Heddema

(Uit: Binnenstad 197/198, maart 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.