Leliegracht 44: Je krijgt er een kleur van

Leliegracht 44
Zoals men wellevend behoort te zijn in de omgang, zo heeft een bouwheer welstand, zo mogelijk schoonheid, te betrachten bij het bouwen… De welstandsbepaling mist een nadere concretisering – gezien haar aard kan zij deze ook niet hebben. De welstand doet zich gevoelen o.a. in vorm, maat, materiaal, kleur en sfeer. Zij beoogt het bevorderen van een esthetisch verantwoord bouwwerk, zowel op zichzelf als met betrekking tot het aanwezige of te verwachten beeld van stad en landschap.

Het zijn zinnen uit het “Rapport inzake de binnenstad”, dat de in 1958 ingestelde Raad voor de Stedenbouw op 28 april 1961 uitbracht, ondertekend door de wethouders en de directeur van Publieke Werken, een oud-burgemeester, een hoofdambtenaar en een architect. Een gezaghebbend stuk dus, resultaat van veel overleg om uitgangspunten voor een nieuw binnenstadsbeleid te formuleren waarin de Heemschutters en de gemeentediensten elkaar konden vinden.
Geldt die gedragsnorm ‘wellevend’ nog steeds? Of is ze vervangen door assertiviteit, ongeremde zelfontplooiing, ongemanierdheid en hooligan-gedrag? Je kunt bouwkundige onwellevendheden excuseren met de dooddoener dat over smaak niet valt te twisten. De eigenaar van het hier afgebeelde pand aan de Leliegracht heeft toch evenveel recht op zijn eigen snoepgoedkleur als buren die het bij de traditionele combinatie van geoliede baksteen, grachtengroen en Bentheimer houden? Een troost bij deze narigheid is dat een volgende schilderbeurt coloristische lompheden tegen het beschermde stadsgezicht kan doen verdwijnen.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 197/198, maart 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.