Het republikeinse raadhuis op de Dam

De affiche van Frans de Jong was een laatste opleving van de paleis-raadhuis-controverse.
Toen de graficus Frans de Jong de affiche maakte die hierbij is gereproduceerd, was het laatste hoofdstuk gaande van de ‘Paleis-Raadhuis-kwestie’, die Amsterdammers met gevoel voor historie een halve eeuw lang had beziggehouden. Dat ging over de vraag: wie is eigenaar van het ‘achtste wereldwonder’, de gemeente of het Rijk? Weinig onderwerpen zijn zo ver uitgeplozen om niet te zeggen uitgekauwd als die historisch-juridische knoop en wij gaan dat niet oprakelen.

Die vraag was al beslist in 1935 en dat werd bekrachtigd door het gemeenteraadsbesluit om aan het Waterlooplein het stadhuis-muziektheater te gaan bouwen. Enkele raadsleden hebben in die discussie voorgesteld om, als herinnering aan de oorspronkelijke bestemming, op de begane grond van het vroegere raadhuis een gemeentelijke publieksdienst te vestigen. Burgemeester Van Hall wees dat bits van de hand; hij was niet bereid om aan Hare Majesteit te vragen of de gemeente een kamertje in haar paleis zou mogen huren! Achteraf gezien had de burgemeester volkomen gelijk. Geen moderne kantoorinrichting, die om de zoveel jaar moet worden vernieuwd, in het barokke pronkgebouw. Het is een zegen geweest voor van Campens meesterwerk dat er, toen in 1873 een comité van deftige Amsterdammers het eigendomsrecht terugvroeg, geen gemeentearchitect op werd losgelaten om het interieur te moderniseren. Het empire-meubilair dat Lodewijk Napoleon heeft achtergelaten, is op zichzelf ook een stijlbreuk ten aanzien van de 17de-eeuwse decoratie, maar de mahoniemeubels met verguld beslag – militaire stijl van strakke uniformen met véél goudgalon – heeft de huidige bestemming toch een formele samenhang gegeven. Iets dergelijks heeft de herinrichting van de Dam tot stand gebracht. De functie van nationaal representatiegebouw tevens museum is nu vastgelegd in de relatie tussen het Nationaal Monument en het Paleis. Een ontvangst met veel mensen in de Burgerzaal is een bijzondere ervaring. De ‘Paleis-Raadhuis-kwestie’ heeft haar happy end gekregen.

Stadhouder Willem II, geharnast te paard in de Schepenzaal van het voormalige raadhuis, was géén vriend van Amsterdam.

En toch klopt er iets niet. Dat valt de bezoeker op die van de pracht van de Burgerzaal doorloopt in de Schepenzaal. Ook dat is een mooie ruimte, al heeft deze door de demping van de NZ. Voorburgwal en de Warmoesgracht haar contact met het omringende stadsleven verloren. Maar wat hangt er aan de wanden? Dat zijn de heren stadhouders, geharnast en te paard. Dat is vreemd, voorouderportretten, naar het leven of gefantaseerd, horen bij de gangbare inventaris van barokpaleizen en adellijke huizen. De ‘Ahnengalerie’ vertegenwoordigt het principe van de erfopvolging, zoals de vaste aanhef van onze wetten “Wij Beatrix bij de gratie Gods enz. enz.” Hoe men tegenwoordig ook denkt over de actuele betekenis van die woorden, niemand kan de invloed ontkennen die het erfrecht heeft gehad op de Europese geschiedenis. Overal in ons deel van de wereld ging tot voor kort de buitenlandse politiek over souvereiniteiten en dynastieën, overal, behalve in de eigenzinnige kooplieden- republieken Venetië en de Nederlanden. Daar bestonden oligarchieën van aanzienlijke families, maar géén erfrecht, géén monarchie. De stamvaders van het paleis waren níet de stadhouders en hun partij, maar de machtige burgemeesters, zoals Bicker, Van Beuningen, De Graeff, Witsen en Hooft. Generaties lang heeft in het Amsterdamse raadhuis de partijstrijd gewoed tussen staatsgezinde regenten en de Oranjepartij. De vrede werd gesloten in 1813 tussen de Rotterdamse Oranjeman Van Hogendorp en Falck, de commandant van de Amsterdamse Schutterij. Een streep werd gezet onder een verleden dat zijn scherpste moment had gekend in 1650 toen stadhouder Willem II het leger van de Staten-Generaal opdracht had gegeven Amsterdam te overrompelen, en burgemeester Bicker het geschut op de Wallen liet bemannen en dreigde de inundatiesluizen te openen. Hartelijk is de relatie tussen de stadhouders en de Amsterdamse regenten nooit geweest en soms lijkt het wel of in de contacten tussen het gemeentebestuur en de Haagse departementen nog iets van de oude controverse blijft sudderen. De geharnaste heren stadhouders in de Schepenzaal houden de herinnering wakker aan de tijden dat stadhouder Willem III de burgemeesters aanduidde als ‘die schurken uit Amsterdam’.
Als ondersteuning van de nationale functies die het vroegere raadhuis tenslotte heeft gekregen, zou de Schepenzaal, behalve voorouderportretten van de nu koninklijke familie, ook beeltenissen moeten bevatten van de hoogmogende heren die voor dit gebouw en zijn rijke decoratie de opdracht gaven.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 197/198, maart 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.