Een dilemma in de Willemsstraat

Een gat in de Willemsstraat: volbouwen en de buren hun daglicht ontnemen?
Wie van de Brouwersgracht de Willemsstraat inloopt ziet aan zijn rechterhand onmiddellijk dat hier iets weg is. Achter het hoekpand komt eerst een vreemd driehoekig terreintje met wat groen, begrensd door twee vrijwel blinde muren. Dan volgt een transformatorhuisje met daarnaast een slordige schutting. Achter de schutting wat bomen en struiken. Die tweede ruimte wordt begrensd door de achterkanten van Brouwersgracht 143 en 145, door het achterhuis van Brouwersgracht 151 en door de zijgevel van Willemsstraat 14. Het achterhuis was vroeger Brouwersgracht 149. We zullen het verder zo noemen. Het heeft samen met 151 een beeldbepalende status. Het gaat hier typisch om een restruimte waar iets mee moet gebeuren, maar wat dan precies?

Het bestemmingsplan uit 1999 is simpel. Over de hele hoek ligt een bouwstrook. Daarbinnen mag worden gebouwd tot een goothoogte van 13,5 meter en een bouwhoogte van 16 meter. De gemeente is eigenaar van de grond. Het lijkt niet waarschijnlijk dat dit laatste een rol heeft gespeeld bij de opstelling van het bestemmingsplan want de regeling hier sluit naadloos aan bij die op vergelijkbare plekken in de Jordaan.
Het bestemmingsplan betekent wel een grote koerswijziging in het gemeentelijk beleid, want enkele jaren eerder was overleg met de buurt begonnen over de invulling van deze plek. De gedachten waren toen anders. Er zou in overleg met de buurt een onderzoek komen naar de meest wenselijke bestemming: kunstwerk en groen, wonen of werken. Als randvoorwaarde stelde de gemeente: lucht en licht voor de achterliggende bebouwing.
Daar kwam, volgens betrokkenen zonder verder overleg, het bestemmingsplan overheen. Een gang van zaken die helaas in Amsterdam niet ongewoon is. De burger denkt dan vaak aan kwade trouw, maar een gebrek aan continuïteit of coördinatie binnen het gemeentelijk apparaat is een veel meer voor de hand liggende oorzaak.
Het curieuze is dat de buurt helemaal niet op het bestemmingsplan heeft gereageerd maar pas wakker werd toen er een bouwplan op tafel kwam. En met recht. De kleine driehoek wordt helemaal volgebouwd, waarbij twee ramen worden dichtgezet en alle ventilatieopeningen van de belendende percelen vervallen. Veel ingrijpender is het bouwplan voor het grotere terrein. Het bestaande transformatorhuisje wordt in het nieuwbouwcomplex opgenomen, zoals dat ook is gebeurd op de hoek van de Bloemgracht en de Eerste Leliedwarsstraat. Daarnaast en daarboven wordt tot een hoogte van ruim 15 meter gebouwd tot op een afstand van 2 meter van Brouwersgracht 149 en tot 1,20 meter van de achteruitbouwen van Brouwersgracht 143 en 145. Het kaartje van het gebied en de tekening van de beganegrondverdieping maken de situatie duidelijk.

Op het eerste gezicht is het geen onaanvaardbaar plan. In de gevelwand van de Willemsstraat is de hoogte niet onaanvaardbaar, het trafohuisje zit er logisch in en de bedrijfsruimten passen goed in de sfeer van de buurt. Om het wat negatief te formuleren: de betrokken architect heeft wel slechtere plannen in Amsterdam gebouwd. Maar dan realiseer je je wat het betekent voor de omwonenden en slaat de twijfel toe.
Een gat in de gevelwand willen we, net als de gemeente, graag weer aanhelen, dus wat dat betreft zouden we blij moeten zijn met bebouwing. Maar is dat zo belangrijk dat daarmee een flink aantal mensen ieder uitzicht moet worden ontnomen? Je kunt stellen dat er vroeger ook bebouwing heeft gestaan, al was die een verdieping lager, maar moet je de slechte situatie van destijds in nog slechtere vorm herstellen? Dan haal je, om in bijbelse termen te spreken, zeven duivels in huis in plaats van die ene die je hebt uitgedreven. En is de huidige situatie na een goede sanering echt onaantrekkelijk?
De bewoners aan de Brouwersgracht verzetten zich met alle macht tegen de aantasting van hun uitzicht, en wie zal ze ongelijk geven. De bewoners aan de overzijde van de Willemsstraat zijn evenmin gelukkig, al ligt daar het accent meer op het behoud van het groen. Ook zijn zij niet blij met de hoogte en de kapvorm.
Het dilemma is nog niet compleet, want de gemeente speelt ook op een tweede manier een rol. Die heeft als grondeigenaar belang bij een zo hoog mogelijke bebouwing, want de bebouwingsmogelijkheden bepalen de grondprijs. Over de belangen van de projectontwikkelaar hebben we het dan nog niet gehad.

Welke keuze wil je maken en welke strategie kies je daarvoor? De omwonenden proberen o.a. via de mogelijkheden van de Monumentenwet het huidige plan te blokkeren. Voor het trafohuisje is de status van Rijksmonument aangevraagd. Om de ontwikkelaar en de gemeente niet met lege handen te laten staan worden de mogelijkheden van nieuwbouw naast Willemsstraat 14 onderzocht met gebruikmaking daarbij van Brouwersgracht 149. De bewoners van de Willemsstraat overwegen een monumentenstatus aan te vragen voor Brouwersgracht 149, dat nu al als beeldbepalend pand is aangewezen. Zij willen de oude gedachte van het bewaren en versterken van het groen het meeste gewicht geven en daarin past een bouwplan met gebruikmaking van Brouwersgracht 149 en handhaven van het transformatorhuisje helemaal niet.
Onze vereniging wil wel de continuïteit van de gevelwand op een of andere manier herstellen maar niet daarmee omwonenden in een slechte positie brengen. Grondbedrijf en projectontwikkelaar hebben weer andere belangen. De stedenbouwkundige bij het stadsdeel zal, gelet op wat tot ons genoegen elders is gebeurd, aandringen op het stellen van nadere eisen.
Het huidige plan, dat overigens opzij en aan de achterkant qua goothoogte niet past in het bestemmingsplan, lijkt in ieder geval niet aanvaardbaar. Wie vindt de steen der wijzen?

Herman Pinkse

(Uit: Binnenstad 197/198, maart 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.