Binnen Brouwersstraat 2 / Vinkenstraat 160-162

Een bever in de gevel

Hoog onder de kroonlijst van het smalle huisje Binnen Brouwersstraat 2 zit een gevelsteen waarop een bever is uitgebeeld, bezig zijn nest te bouwen van afgeknaagde takken. In de Gouden Eeuw was beverbont een belangrijk importartikel, daarvan werden deftige herenhoeden gemaakt. Tegenwoordig is de bever vooral beroemd als bouwend knaagdier, symbool van hardnekkig volhouden. Dat was ook de overweging voor het bestuur van de stichting Jan Pietersz. Huis om deze steen te bestellen bij Hans ’t Mannetje.
Ontwerptekening van het herbouwplan Vinkenstraat-Baanbrugsteeg.

Er is heel wat hardnekkigheid nodig geweest om de uitgebrande bouwval die de stichting in 1986 had gekocht te vervangen door de fraaie herbouw in 18de-eeuwse trant met vier woningen die er nu staat. De projectgroep Stadsvernieuwing vond dat helemaal niet nodig: de plek moest natuurlijk wel bebouwd worden, maar als een flink modern accent in dat in hun ogen saaie historische straatje, achterwaarts aansluitend bij het moderne plan voor Haarlemmerstraat 95, eigendom van de gemeente. Daarom kreeg de stichting de benodigde vergunningen niet. De aanvragen zullen ergens onderop een stapel gelegen hebben. Wethouder Schaefer had zijnerzijds het plan geblokkeerd door het verzoek van de stichting, om de voor muziekstudenten bestemde projecten te laten delen in het aan Amsterdam toegewezen contingent HAT-eenheden, botweg af te wijzen. Dat was gebeurd in een openbare commissievergadering volkshuisvesting. De spreektijd voor het Jan Pietersz. Huis werd toen gebruikt door drie koperblazers, die lieten horen hoe noodzakelijk extra geïsoleerde wooneenheden waren. De zaal was enthousiast, behalve de wethouder, die zuur keek.
Dat het project tenslotte toch door de barrière heenbrak kwam doordat het aan het Jan Pietersz. Huis verwante Diogenesbestuur zijnerzijds de projectgroep voor de voeten had gelopen met de aanvraag de restanten van de oudste schuilkerk van de stad, op de hoek Vinkenstraat/Baanbrugsteeg, onder bescherming van de Monumentenwet te brengen.

Het is een zonderlinge situatie dat stichtingsbestuurders, die zich belangeloos inzetten voor een zo manifest algemeen belang als het monumentale stadsbeeld, van gemeentezijde worden bejegend als tegenstanders, zo niet als ondermijners van het gezag. Wanneer de discussie eenmaal is afgezakt tot het niveau van territoriumdrift en prestigehandhaving, dan kan het in stelling brengen van een eigen stoorzender nuttig zijn. Er kwam een soort ruil tot stand, Diogenes trok de aanvraag monumentenbescherming voor de Vinkenstraat in en was bereid die ruïne aan de gemeente te verkopen, mits de gemeente zou meewerken aan het herbouwplan Binnen Brouwersstraat 2. Daarvoor was een procedurele omweg nodig! Het Jan Pietersz. Huis verkocht het pand aan Stadsherstel, Stadsherstel bracht het onder in de aparte rechtspersoon Stadsherstel II, buiten de werkingssfeer van de woningwetfinanciering, het Jan Pietersz. Huis deed hetzelfde door oprichting van de parallelstichting Jan Pietersz. Huis II, die volgens haar statuten wél de vrijheid heeft om te huren en onder te verhuren. JPH heeft de herbouw begeleid volgens het plan van architect Kaas, JPH II huurt het pand van Stadsherstel II, en verhuurt de vier woningen aan jonge musici. Zoals de hardnekkig knagende bever op de gevelsteen hebben de particuliere monumentenzorgers jarenlang argumenten en formules aangesleept om daar een dam te bouwen tegen de aantasting van het stadsbeeld. Daar ging het namelijk om. De Binnen Brouwersstraat is een redelijk gaaf straatje. Toen het Jan Pietersz. Huis de bouwval Binnen Brouwersstraat 2 kocht verkeerde veel panden in slechte staat. Sindsdien is de weegschaal doorgeslagen naar restauratie en reconstructie.

Maquette van het herbouw/restauratieplan Vinkenstraat-hoek Baanbrugsteeg. Wat er gekomen is op de hoek Vinkenstraat-Baanbrugsteeg. Een oud poortje herinnert aan de schuilkerk.

Met het complex Vinkenstraat/Baanbrugsteeg gebeurde het omgekeerde. Dat verhaal begon in 1977. In Het Parool van 5 augustus van dat jaar verscheen een artikel door Frans Heddema, “Sloophuizen verborgen kerk”. Het dubbele pand Vinkenstraat 160-162 was op last van Bouw- en Woning Toezicht wegens bouwvalligheid ontruimd en dichtgetimmerd. Eigenaar was de architect De Klerk, die voor dat plekje woningen had ontworpen. Tijdens het eerste sloopwerk stuitte De Klerks opzichter op een ongewone zware balkenconstructie, duidelijk 17de-eeuws, evenals de zijgevel langs de Baanbrugsteeg, maar oorspronkelijk waren het geen woningen. Monumentenzorg herkende de vondst: het ging om de oudste katholieke schuilkerk van Amsterdam, in 1658 gebouwd in opdracht van de rooms-katholieke stadgenoot Ramp. De gereformeerde kerkenraad had toen nog zoveel invloed in het stadhuis dat de bouw werd stilgelegd en alle paapse beelden en ornamenten werden verwijderd. Enige tijd later werd de kerk toch voltooid, gewijd en in gebruik genomen. Omstreeks 1800, zo eindigt het artikel van Heddema, werd de kerkruimte verbouwd tot vier woningen.
Op dringend verzoek van het Bureau Monumentenzorg en van de eigenaar kocht Diogenes het gebouw, en vroeg plaatsing aan op de Rijksmonumentenlijst. Daarmee trad de z.g. voorbescherming in werking; de sloop was al stilgelegd. De Klerk ontwierp in overleg met Diogenes een nieuw plan, uitgaande van reconstructie van het 17de-eeuwse gebouw, waarvan de vroegere kerkruimte zou worden ingericht tot een intiem theatertje, voor de pantomimegroep Rob van Reyn. Dat bleek na onderzoek van eventuele subsidies financieel niet haalbaar. Wat dan wél? De herinnering kwam boven aan een gemeenteraadszitting rond 1960 waar besloten werd tot de bouw van een woonoord, zeg maar: barakkenkamp, voor Turkse gastarbeiders. Een KVP-raadslid heeft toen voorgesteld in het bouwplan een gebedsruimte op te nemen. Dat werd weggelachen, ha ha, liever Turks dan paaps, de gemeente zorgt voor eten en slapen, dat is genoeg, religieuze gebruiken zijn privézaak. De oude geuzenspreuk kwam opnieuw ter tafel bij het zoeken naar een bestemming voor Vinkenstraat 160-162, nu als een gebaar van culturele samenwerking van Amsterdamse monumentenzorgers naar moslim-stadgenoten. De samenstelling van het bestuur en het comité van aanbeveling van de stichting Moskee Vinkenstraat zijn hierbij afgedrukt, evenals de tekeningen van de gevel en de doorsnede. Alle ambassades en consulaten van moslimstaten, evenals bedrijven die zaken doen met het Midden-Oosten werden aangeschreven, het resultaat was een diepe stilte. De enkele bijdragen die binnenkwamen waren amper genoeg om de directe onkosten te betalen. De stichting Moskee Vinkenstraat moest worden ontbonden. Het onttakelde gebouw was echter nog steeds eigendom van Diogenes, en de gemeente wilde het graag aankopen. Zoals in het voorgaande vermeld was Diogenes daartoe bereid mits de nodige goedkeuring voor de reconstruerende herbouw van Binnen Brouwersstraat 2 zou worden verleend.
De stadlievende instellingen werken als knagende bevers voort aan dammen tegen de bureaucratische slooproutine. Dat verhaal vertelt de gevelsteen boven Binnen Brouwersstraat 2. Van het project Moskee Vinkenstraat resteren nog enkele documenten, en een fraaie maquette op de zolder van het Aalsmeerder Veerhuis.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 199, april 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.