Bouwen tussen Lijnsbaansgracht en F. Simonszstraat; het stadsdeel als black box

De achtergevel aan de Fokke Simonszstraat met garage-ingang (72-74)
Bijna twee jaar geleden stond er een klein stukje over een bouwplan in Binnenstad 189 onder de kop De bouwblokziekte aan de Lijnbaansgracht. Onze vereniging vond dat bouwplan onacceptabel. De tekening van de gevel aan de Fokke Simonszstraat geeft een beeld van het ontwerp. Intussen is er een bouwvergunning verleend en is ons verzoek om schorsing daarvan door de rechtbank afgewezen. Dat laatste is een verhaal apart. Waar het nu om gaat is de manier waarop het besluit over de bouwvergunning tot stand is gekomen.
Het gat in de Fokke Simonsstraat, gezien vanaf de Lijnbaansgracht.

Vanzelfsprekend hebben wij al direct laten weten dat het plan niet past in de binnenstad. Dat was geen eigenwijsheid van onze kant. Immers, wanneer je kijkt naar de nota De Schoonheid van Amsterdam, het officiële, door de gemeenteraad vastgestelde beoordelingskader voor de welstandscommissie, dan zie je onmiddellijk dat het niet voldoet aan de daar gestelde criteria. Bovendien heeft de gemeenteraad eind 1996 voor deze locatie een Stedenbouwkundig Programma van Eisen vastgesteld. Ook daaraan voldoet dit plan beslist niet. Desondanks is er een bouwvergunning verleend, en dat ook nog eens op basis van het verkeerde bestemmingsplan.
Je zou mogen verwachten dat het dagelijks bestuur van het stadsdeel uitgebreid zou uitleggen waarom het meent van de door de gemeenteraad vastgestelde beleidsregels af te moeten wijken. Je zou ook mogen verwachten dat het stadsdeelbestuur de welstandscommissie aanspreekt op de afwijking van de criteria uit de raadsnota en op de inconsistentie in de eigen advisering. Dit temeer omdat blijkens de verslagen van de commissie een van de leden nadrukkelijk zegt niet naar de context, de omgeving, van het plan te hoeven kijken maar alleen naar het concept. Daarmee komt hij niet alleen in strijd met de nota, maar zelfs met de Woningwet. Uiteraard hebben wij het stadsdeelbestuur nadrukkelijk op deze zaken gewezen. De enige reactie van de kant van het bestuur was een kopie van de bouwvergunning. In die vergunning wordt alleen maar gezegd dat de schoonheidcommissie (zo noemt ambtelijk Amsterdam nog steeds de Commissie voor Welstand en Monumenten) een positief advies heeft uitgebracht. Verder wordt gezegd dat er naar aanleiding van de ingediende zienswijzen veranderingen zijn aangebracht, dat daaraan voor een deel is tegemoetgekomen en dat het bestuur voor het overige de belangen van de aanvrager overwegend acht. De aanpassingen in het plan waren minimaal en hadden niets te maken met de eigenlijke bezwaren. Over de strijdigheid met het eigen expliciet vastgelegde beleid wordt met geen woord gesproken. Wel wordt een aantal vrijstellingen verleend, overigens niet eens compleet, ook weer zonder enige motivering. En dat terwijl voor en na wordt beweerd dat de tijd van het automatisch verlenen van vrijstellingen in Amsterdam definitief tot het verleden behoort.

Onze vereniging heeft schorsing van de bouwvergunning gevraagd (Zie: Bezwaarschrift). Dat is een vergaande stap en dat doen we zelden. Wij vonden en vinden het bouwplan op deze plaats onaanvaardbaar, maar wij vinden dat evenzeer van het totaal achterwege blijven van iedere motivering van het besluit van het stadsdeelbestuur. Naar onze mening is hier sprake van onbehoorlijk bestuur. Natuurlijk hoeft het stadsdeelbestuur niet ieder detail te verantwoorden en het spreekt vanzelf dat het ook andere belangen in de afweging betrekt. Maar wanneer het bestuur nadrukkelijk wordt aangesproken op de afwijking van het eigen beleid en op de ondeugdelijkheid van het welstandsadvies kan een goede motivering niet achterwege blijven.

3-dimensionaal aangezicht van de nieuwbouw aan de Lijnbaansgracht

Om het verhaal af te ronden: waarom vinden wij dit bouwplan een ramp voor de buurt? In algemene termen omdat het veel te grootschalig is en daardoor een grove ingreep in de fijnkorrelige bebouwingsstructuur van de binnenstad, die juist in deze overgangszone zorgvuldig bewaakt moet worden. Voor de Weteringschans kun je die fijne korrel nauwelijks meer eisen, maar des te meer reden is er om voor de direct daarachter liggende Lijnbaansgracht uiterst terughoudend te zijn op het punt van de schaalgrootte.
Ging het alleen om de grootschaligheid dan zou je, gegeven het feit dat de bestaande situatie slecht was en de gevel aan de Lijnbaansgracht op zichzelf zeker wel kwaliteiten heeft, uiteindelijk met tegenzin kunnen berusten in de bestuurlijke keuze. Maar wat in dit plan volkomen onverteerbaar is, is de gevel aan de Fokke Simonszstraat. Door de gekozen ontsluitingsstructuur ontstaat daar een gevel van 27 m lang met getraliede openingen naar de parkeerkelder en een bovenmaatse garagetoegang met een groot traliehek. De vensterbanken van de eerste woonlaag zitten op een hoogte van 1,80 m. Daarachter zit geen woonkamer, maar een loggia, georiënteerd op het noorden. Er is dus geen enkel contact met de straat en er zijn geen toegangsdeuren tot de woningen, iets wat overal elders wel wordt geëist. Kortom, in een al kwetsbare straat in de binnenstad, vlak bij de Reguliersgracht, komt een dode gevel van 27 m lang. Dat is volstrekt onaanvaardbaar en in strijd met alle beleidsuitspraken terzake. Hoe kunnen welstandscommissie en stadsdeelbestuur hiermee instemmen? Daarop willen wij antwoord.

Herman Pinkse

[Meer lezen: Bezwaarschrift]

(Uit: Binnenstad 199, april 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.