Nieuwe wet: minder macht voor welstandscommissies

Het welstandstoezicht in Nederland gaat ingrijpend veranderen. De welstandscommissies raken hun macht kwijt; de politiek en de burgers krijgen meer te vertellen over wat en waar gebouwd en verbouwd mag worden, en de burgers mogen in bepaalde gebieden zonder vergunning kleine bouwsels optrekken. Dat komt door de nieuwe Woningwet die op 1 januari van kracht is geworden. Daarin staat dat het welstandstoezicht met ingang van 2004 moet veranderen. De burgers moeten bij bouw en verbouw meer vrijheid krijgen en iedereen moet van tevoren kunnen zien of een ingediend bouwplan goedkeuring van de gemeente kan krijgen.

Vóór 1 juli 2004 moeten gemeentes een welstandsnota hebben waarin de criteria staan waaraan bouwplannen moeten voldoen. Per stadsdeel kunnen die criteria verschillen. In een beschermd stadsgebied zullen ze strenger zijn dan in een buitengebied of voor een bedrijventerrein. Gemeenten die op 1 juli 2004 een dergelijke nota nog niet hebben worden daarvoor zwaar gestraft. De welstandscommissies worden dan buitenspel gezet en het bouwen is dan overal vrij.
De nieuwe Woningwet verdeelt de bouwplannen in drie groepen: bouwwerken waarvoor in de nieuwe wet geen vergunningen meer nodig zijn; bouwwerken die een zogenaamde lichte vergunningsplicht hebben en bouwwerken die aan strenge eisen moeten voldoen.
Bij bouwwerken waar geen vergunning voor nodig is gaat het om aan- en uitbouwen aan de zij- en achterkant van een pand en om bergingen en garages in een achtertuin. De welstandscommissies krijgen daarover niets meer te zeggen. Bij dit soort bouwsels mag de overheid alleen achteraf ingrijpen als de creativiteit van de bouwer te veel uit de hand is gelopen. Voor de binnenstad krijgt de burger die bouwvrijheid echter niet omdat het stadscentrum een beschermd stadsgezicht is. Daar is dus welstandstoezicht vooraf wel mogelijk.
Uit- en aanbouwsels die een bepaald oppervlak overschrijden, of die vanaf de openbare weg goed zichtbaar zijn, vallen onder de categorie licht vergunningsplichtig. De derde groep wordt gevormd door projecten waar een zogenaamde reguliere vergunning voor nodig is. Dat zijn bouwwerken die niet onder de eerste twee groepen vallen.
Beide groepen van bouwplannen moeten voldoen aan duidelijke welstandscriteria, zo duidelijk dat de bouwer van tevoren al kan nagaan of zijn plan een kans maakt. De welstandscriteria mogen per wijk of stadsdeel verschillen en de eisen zullen afhangen van de kwaliteit van de architectuur en de stedenbouw in zo’n gebied. De gemeentes en stadsdelen kunnen dus zelf bepalen hoe belangrijk zij de welstand in hun stadswijken vinden. Daarbij kunnen zij ook onderscheid maken tussen de lichte en de reguliere bouwaanvragen.

Frans Heddema

(Uit: Binnenstad 199, april 2003.)

[Burgers bepalen uiterlijk van stad]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.