De openbaarheid van het Begijnhof

Het Begijnhof kan best wat bezoekers bergen, mits deze zich behoorlijk gedragen.
In Binnenstad 159, augustus 1996, stond een artikel van mevrouw Lida van Tilburg, voorzitter van de bewoonsterscommissie Begijnhof. Zij schrijft: Het Begijnhof is een priv terrein en primair een woonvoorziening uitsluitend voor vrouwen... Helaas blijkt het gegeven dat vrouwen ervoor kiezen om alleen te wonen nog voor veel gidsen aanleiding om daar allerlei badinerende opmerkingen over te maken. Stuitend, beledigend en onacceptabel om daar dag in dag uit allerlei seksistische uitspraken luidkeels uit de mond van gidsen, soms met megafoons, en van bezoekers te moeten aanhoren. [] Helaas blijkt meer en meer dat bezoekers denken dat het Begijnhof hun eigendom is, waar ze kunnen picknicken, borrelen, schreeuwen, speurtochten houden, tuinen en huizen inlopen, enz. enz. Bewoonsters worden gezien als een levend onderdeel van een decor die van s ochtends zeven tot s avonds elf uur kan worden lastig gevallen met allerlei impertinente vragen.
Welkom op het Begijnhof, oase van rust, dat is de boodschap van de bewoonsters.

Overleg tussen het stichtingsbestuur, de bewoonsterscommissie en touringcaroperators heeft geen merkbare verbetering gebracht. Daarom is in overleg met de gemeente besloten dat vanaf 15 juli 1996 groepen en rondleidingen niet meer zijn toegestaan. Bezoekers die de sfeer van het Begijnhof respecteren blijven welkom via de hoofdpoort aan de Gedempte Begijnesloot. Tot zover, samengevat, de voorzitter van de bewoonsterscommissie in 1996. Is de sfeer in het Begijnhof sindsdien verbeterd? Het tegendeel is waar. Van de toegezegde controle door stadswachten is niets terechtgekomen. De bezoekersstroom is toegenomen, in n jaar waren het er 800.000. Onder dergelijke aantallen bevindt zich onvermijdelijk een percentage lieden met wat officieel heet: een onaangepast gedragspatroon. De lijst misdragingen is in aard en aantal gegroeid. Het stichtingsbestuur heeft onlangs de openingstijd verschoven naar 8.00 12.00 uur. De poort aan het Spui is voorzien van een belsysteem gereserveerd voor de bewoonsters. En ziet: ineens heeft de Amsterdamse dorpspolitiek een interessant principieel punt op de agenda: de openbaarheid van een voor het publiek toegankelijke ruimte. Mevrouw Els Iping, portefeuillehoudster Stedelijke Ontwikkeling en Cultuur van het stadsdeel, heeft een bestuurlijke daad gesteld door het Begijnhofterrein tot gemeentelijk eigendom te verklaren en het stichtingsbestuur een boete van 1000 euro op te leggen voor elke dag dat de poort niet op de door de gemeente of het stadsdeel gewenste tijden openstaat. Zou niemand onder haar ambtelijke medewerkers mevrouw Iping hebben kunnen waarschuwen tegen deze blunder?
Het 94ste jaarboek van het Genootschap Amstelodamum, verschenen in 2003, bevat een grondige studie, 24 paginas, gevolgd door 166 noten, getiteld Begijnhof Amsterdam, eigendom van de paden. De auteurs, Bas Rutgerink en Marje van Roon, hebben de rechtspositie nagezocht tot de eerste vermelding van Begijnen in Amsterdam, in 1346. Het statuut van hertog Albrecht van Beijeren, dat de regels vaststelt voor de bewoonsters, dateert van 1393. Het soms amusante verhaal over wederzijdse spitsvondigheden gaat door tot 1 januari 1993, wanneer op grond van artikel 73 overgangswet de stichting niet alleen als bezitster, maar ook als eigenaresse wordt bevestigd van het onbebouwde terrein. Vrijwel alle huizen, oorspronkelijk particulier eigendom, zijn inmiddels door de stichting verworven, en worden door de stichting onderhouden, evenals de paden. De laatste mogelijkheid van de gemeente om daartegen beroep aan te tekenen is sindsdien vervallen. Punt uit. Het dossier eigendom Begijnhofpaden kan opgeborgen worden bij het dossier eigendom Paleis op de Dam. De maatregelen van het stadsdeel-Centrum tegen het stichtingsbestuur zijn slagen in de lucht, gebaseerd op onwetendheid en lompheid jegens de stichting Begijnhof die een belangrijk cultuurhistorisch monument voorbeeldig beheert.

Het bovenstaande kreeg op 2 juni in Het Parool een onverwachte bevestiging. De stichting Het Begijnhof had uiteraard bezwaar aangetekend bij de bestuursrechter tegen de door het stadsdeel opgelegde boete van 1000 euro voor elke dag dat de poort niet openstaat. Die boete is ten onrechte opgelegd, oordeelde de rechter. De paden zijn van oudsher s nachts afgesloten, en een beroep op de Wegenwet om openbaarheid af te dwingen gaat er van uit dat de omstreden wegen de laatste dertig jaar volledig toegankelijk waren geweest. Ook om andere redenen valt het Begijnhof volgens de rechtbank niet onder de wegenwet. Zo heeft stadsdeel-Centrum niet aannemelijk kunnen maken dat het zorgt voor het onderhoud van de paden, aldus het persbericht. Het Begijnhofbestuur kon volstaan met het tonen van de kwitanties voor aanleg- en onderhoudswerk. Voor stadsdeelbestuurder Els Iping (PvdA) is het openhouden van het Begijnhof een principile zaak. Wij gaan gewoon door, zegt zij. Het is logisch dat er bij zon oud instituut allerlei onduidelijkheden zijn. Maar we hebben nu iets meer tijd om de zaak goed uit te zoeken. Dat goed uitzoeken hoeft niet meer, het resultaat is gepubliceerd in het jaarboek van Amstelodamum en bevestigd door de rechtbank. Welk principe wil mevrouw Iping bevorderen door haar vergissing niet te willen erkennen? Het is het niveau gelijkhebberij op het schoolplein. De veroorzaakte schade aan de verstandhouding tussen particuliere monumentenbeheerders en de gemeente is eenvoudig te herstellen door een beleefde brief van het stadsdeel aan het Begijnhofbestuur met excuses voor de gemaakte beleidsfouten en uitnodiging voor overleg om een praktische oplossing te vinden voor een beperkte toegankelijkheid met voldoende controle. Zo moeilijk moet dat niet zijn zonder loze eigendomspretenties van de gemeente.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 200, juni 2003.)

[Bewoonsterscommissie Begijnhof]
[Meningspeiling]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.