Amstelhof wordt Hermitage

Het complex Amstelhof tussen Nieuwe Herengracht, Amstel en Nieuwe Keizersgracht
Gebouw Amstelhof is een van de mooiste voorbeelden van monumentale classicistische architectuur in Amsterdam. Het werd in 1681-1683 gebouwd als tehuis voor hulpbehoevende bejaarden (aanvankelijk alleen vrouwen, vanaf 1719 ook mannen) en is tot op de dag van vandaag als verpleeghuis in gebruik gebleven. Het Diaconie Oude Vrouwen en Mannen Huis, zoals Amstelhof eeuwenlang heette, krijgt over enkele jaren een nieuwe bestemming. Dan verhuist het verpleeghuis naar een nieuwbouw buiten de stad, waarna Amstelhof zal worden verbouwd tot dependance van het wereldberoemde Hermitage-museum in Sint Petersburg.

Nadat de Diaconie van de Gereformeerde (later: Hervormde) Gemeente in 1656 reeds een weeshuis had laten bouwen aan de Zwanenburgwal, werd haar door het stadsbestuur ten behoeve van de stichting van een tehuis voor oude vrouwen een groot stuk bouwgrond geschonken, omsloten door de Amstel, de Nieuwe Herengracht, de Weesperstraat en de Nieuwe Keizersgracht. Dankzij een omvangrijk legaat kon het monumentale gebouw aan de Amstel in minder dan twee jaar worden gerealiseerd, vermoedelijk naar ontwerp van stadstimmerman Hans Petersom. Het is opgebouwd uit een souterrain, twee verdiepingen en een zolder en is in carré-vorm aangelegd rond een ruime, oorspronkelijk als bleekveld dienende binnenplaats. Deze werd geflankeerd door twee smalle binnenhoven, die in de 19de eeuw zijn overdekt en bebouwd, een situatie die bij een ingrijpende renovatie in de jaren 1970 is bestendigd. Met zijn langgerekte, symmetrische bakstenen gevel, ritmisch gestructureerd door drie risalieten waarvan de middelste wordt bekroond door een eenvoudige tympaan, vertoont Amstelhof zekere overeenkomsten met de paleis- en utiliteitsbouw uit het Frankrijk van Lodewijk XIV. De strenge soberheid en het ontbreken van barokke ornamentatie zijn echter kenmerkend voor de ‘inheemse’ classicistische bouwstijl waarin de Amsterdamse gasthuisarchitectuur uit de tweede helft van de 17de eeuw is uitgevoerd. In de directe omgeving van Amstelhof is deze stijl onder meer toegepast in het voormalige Oudezijds Huiszitten Aalmoezeniershuis aan het Waterlooplein uit 1654 (nu Academie voor Bouwkunst). Andere voorbeelden van gestichten in deze sober-classicistische bouwstijl zijn het al genoemde Diaconie Weeshuis aan de Amstel uit 1656 (in de 19de eeuw gesloopt), het voormalige Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht uit 1663 (in de 19de eeuw verbouwd tot Paleis van Justitie) en het voormalige Walenweeshuis aan de Vijzelgracht uit 1669 (nu Maison Descartes).

Het Amstelhof op een oude prent

De twee natuurstenen poorten met Dorische pilasters links en rechts in de gevel waren vroeger de ingangspartijen van het complex. De met Ionische pilasters versierde deurpartij met stoep in het midden van de gevel heeft een louter esthetische functie. De deur kwam namelijk midden in de direct achter de gevel gelegen eetzaal of kerkzaal uit: in deze zaal is in de 18de eeuw zelfs een preekstoel voor de deur geplaatst die deze geheel aan het zicht onttrekt. Met zijn hoge vensters en uitzonderlijke lengte bezit deze ruimte, waar gezamenlijk de maaltijden werden genuttigd en kerkdiensten werden bijgewoond, een grote monumentaliteit. De in de 18de eeuw aan de uiteinden van de zaal aangebrachte tribunes versterken het representatieve karakter van de ruimte. De oorspronkelijke balkenzoldering is in de 19de eeuw van een stucplafond voorzien. Van het vroegere interieur van het gebouw zijn verder alleen in het souterrain nog delen bewaard gebleven, waaronder de (in 1979 gerestaureerde) 18de- eeuwse keuken met een diepe schouw en reusachtige, met baksteen ommantelde kookpotten waarin het eten voor de circa 700 bewoners werd bereid. Van de oorspronkelijke kamerindeling van Amstelhof is na diverse renovaties in de 19de en 20ste eeuw niet veel meer over. Deze was eens revolutionair van opzet: in plaats van de tot dan gebruikelijke slaapzalen waren voor de besjes in de vleugels vierpersoonskamers ingericht, een belangrijke verbetering op het gebied van privacy en hygiëne. De mannen sliepen overigens wél in een slaapzaal, gesitueerd in het souterrain aan de achterzijde van het complex en veelzeggend aangeduid als ‘de kuil’. Om ook gehuwde bejaarden onderdak te kunnen bieden, liet de Diaconie in 1723 aan de Nieuwe Herengracht het statige – onlangs prachtig gerestaureerde – Corvershof bouwen. Vanwege de krappe behuizing van deze voorziening werd het complex in 1888 uitgebreid met een nieuwbouw tussen Corvershof en Amstelhof: gebouw Neerlandia aan Nieuwe Herengracht 14. Deze en andere in de 19de eeuw op het terrein gerealiseerde uitbreidingen omgeven een ruime tuin, die in de 18de eeuw in classicistische stijl was ingericht en in 1979 door de tuinarchitecte Mien Ruys opnieuw is vormgegeven. Ook de huidige tuinaanleg op de binnenplaats van gebouw Amstelhof is door haar ontworpen. Op deze binnenplaats ervaart men de sobere schoonheid van de 17de-eeuwse architectuur overigens het sterkst: doordat de binnenplaats onder het straatniveau ligt, is de gevel hier drie verdiepingen hoog, waarmee de monumentaliteit van het gebouw ten volle tot haar recht komt.
Toen de Hervormde Gemeente, eigenaar van gebouw Amstelhof, had besloten het verpleeghuis te verhuizen, sprak zij zich tevens uit voor een culturele bestemming van het gebouw. De Gemeente Amsterdam was bereid de gebouwen Amstelhof en Neerlandia ter beschikking te stellen van de Stichting Hermitage aan de Amstel. Deze stichting zal het complex vanaf 2005 gaan verbouwen tot een tentoonstellingslokatie met een vloeroppervlak van 4.500 vierkante meter, waar wisselende exposities zullen worden gehouden, samengesteld uit de rijke collectie van het vermaarde Russische museum (dat zelf slechts 5% van zijn kunstbezit tentoon kan stellen). Een belangrijk uitgangspunt is, dat de exposities een aanvulling dienen te vormen op het reeds bestaande Amsterdamse kunstaanbod. Naar verwachting zal de Hermitage aan de Amstel, waarvan de inrichting in 2007 zal zijn voltooid, op termijn 250.000 bezoekers per jaar weten te trekken. De financiering en het vergunningentraject zijn inmiddels rond. Over de keuze van de architect die de verbouwing zal uitvoeren en de wijze waarop dit zal gebeuren, is nog niets bekend. Wel is men voornemens de 17de-eeuwse architectuur te respecteren en de nog aanwezige oude onderdelen van het complex, waaronder de 18de-eeuwse keuken, te handhaven. Dankzij een geslaagde fondsenwerving (o.a. de Provincie Noord-Holland, de Sponsorbingoloterij en het W.E.J. Jansen-fonds) kon de eerste fase van de verbouwing dit jaar reeds ter hand worden genomen: de inrichting van gebouw Neerlandia, dat na de brand in Volendam door de brandweer werd afgekeurd en daarom vervroegd beschikbaar kwam. In gebouw Neerlandia zijn de verbouwingswerkzaamheden inmiddels in volle gang. Het pand uit 1888 is inwendig geheel gestript, als opmaat tot een volledige renovatie die het geschikt moet maken voor zijn nieuwe museale bestemming. Aan de gevel van het gebouw zal niets worden veranderd. Het ontwerp van het interieur is van Hubert- Jan Henket, eerder verantwoordelijk voor de uitbreiding van Teylers Museum in Haarlem, en Wim Crouwel, bekend vormgever en voormalig directeur van Museum Boijmans van Beuningen. Het wordt een modern museuminterieur, beantwoordend aan de hedendaagse eisen ten aanzien van klimaatbeheersing en publiekscomfort. Op de begane grond worden aan weerszijden van de entreehal een museumwinkel en een museumcafé ingericht. De eerste en tweede verdieping omvatten elk drie tentoonstellingszalen. Deze zes zalen beslaan een oppervlak van in totaal 600 vierkante meter. Op de zolder komt een groot educatie-atelier voor kinderen, waarmee alvast een voorschot wordt genomen op de toekomstige functie van gebouw Neerlandia binnen het Hermitage-concept, namelijk die van educatieve afdeling. De verbouwing zal naar verwachting eind dit jaar zijn voltooid, waarna deze voorpost van de Hermitage aan de Amstel begin 2004 zijn deuren voor het publiek zal kunnen openen. Men wil vooralsnog twee tentoonstellingen per jaar organiseren en denkt daarmee circa 45.000 bezoekers per jaar te kunnen trekken.
Het is buitengewoon verheugend dat Amsterdam binnenkort zo’n belangrijke culturele attractie rijker zal zijn. Met het Joods Historisch Museum en het Rembrandthuis in de directe omgeving zal hiermee feitelijk een tweede museumkwartier ontstaan, dat ook in economisch opzicht van grote betekenis voor de stad belooft te zijn. De verwachting is dat de komst van de Hermitage aan de Amstel de gemiddelde duur van het toeristenbezoek aan Amsterdam met een dag zal verlengen, hetgeen de stad tientallen miljoenen aan extra bestedingen en inkomsten zal opleveren. Laten we daarom hopen dat dit prijzenswaardige initiatief genereus door de gemeente zal worden ondersteund en niet in hetzelfde bezuinigingsmoeras zal belanden als de uitbreidingsplannen voor het Stedelijk Museum. In de jaren tachtig heeft Amsterdam door bestuurlijk treuzelen en misplaatste zuinigheid reeds de collectie Thyssen-Bornemisza aan haar neus voorbij laten gaan. Deze internationaal vermaarde schilderijenverzameling, die een perfecte aanvulling op de collectie van het Rijksmuseum zou hebben betekend en nu in Madrid miljoenen bezoekers per jaar trekt, zou aanvankelijk aan het Museumplein worden gevestigd, maar omdat de gemeente terugschrok voor een investering van tien miljoen gulden(!) ging het feest niet door. Nu zich wederom een uitgelezen mogelijkheid voordoet het Amsterdamse kunstaanbod substantieel te verrijken, mag van de gemeente worden verwacht dat zij deze hernieuwde kans niet onbenut zal laten.

Bob van den Boogert

(Uit: Binnenstad 201, september 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.