Reclame op steigerdoeken

Nieuwezijds Voorburgwal hoek Paleisstraat. Zeer storende reclame.
Het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum heeft een voorstel gelanceerd om reclame op steigerdoeken toe te staan. Onze vereniging vindt dat geen goed voorstel. In de Amsterdamse binnenstad wordt veel gebouwd en hersteld. Op zich een goed teken en dat daarvoor steigers met bijbehorende steigerdoeken nodig zijn nemen we op de koop toe. Mooi zijn ze natuurlijk niet, maar gelukkig zijn ze tijdelijk. Desondanks is het bijna niet meer mogelijk in de binnenstad een overzichtsfoto te maken waarop geen steigerdoeken voorkomen.

Het D.B. is op het onzalige idee gekomen reclame op die steigerdoeken toe te staan onder het motto: dat levert nog een centje op, voor het stadsdeel, de exploitant en de eigenaar. Wij hebben ernstige twijfels of er voor stadsdeel en eigenaar werkelijk sprake zal zijn van (netto) inkomsten. Maar afgezien daarvan, sinds wanneer is de mogelijkheid om ergens geld mee te verdienen reden om het beeld van de binnenstad nog verder aan te tasten? En dat is natuurlijk wat er zal gebeuren.
Reclame die te maken heeft met bedrijvigheid ter plaatse wordt door de samenleving binnen redelijke grenzen geaccepteerd. Het D.B. doet zijn best om die grenzen wat strakker te trekken en ze ook te handhaven. Daar zijn wij blij mee. Minder blij zijn wij met het beleid ten aanzien van zelfstandige reclame her en der in de stad. Dergelijke reclame is niet gekoppeld aan activiteiten ter plekke en is vaak zeer ontsierend. Wat ons betreft mag die vergaand worden teruggedrongen en worden beperkt tot plaatsen waar zij bijdraagt aan b.v. het in goede staat houden van noodzakelijke voorzieningen als abri’s.
Waar het voorstel van het Dagelijks Bestuur op neerkomt is dat dergelijke “ongebonden” reclame voortaan op volstrekt willekeurige plaatsen in de stad wordt toegestaan; de enige overweging wat betreft de plaats is dat er al een steigerdoek aanwezig is. Een helaas al rommelige situatie wordt nog verder verslechterd. De openbare ruimte wordt weer een beetje verder aangetast zonder dat daarvoor een steekhoudende reden is. Daarbij komt dat het weren van niet officieel toegestane reclame vrijwel onuitvoerbaar zal zijn. Naast wat het D.B. wil toestaan komt er daarom gegarandeerd nog veel meer ontsiering. Niet doen dus.
Net voor de sluitingsdatum voor dit nummer kwam er een reactie op onze zienswijze binnen van de zijde van het stadsdeel, snel en gemotiveerd. Jammer genoeg heeft die ons niet kunnen overtuigen. Tegelijk lezen wij in de krant dat het stadsdeel zijn beleid tot het terugdringen van reclame verder wil intensiveren, iets waarmee wij zeer blij zijn. Maar dat besluit accentueert temeer de tegenstrijdigheid in het beleid: enerzijds reclame terugdringen en anderzijds reclame toestaan.
Reclame is in de gebouwde omgeving een soort schimmel die alles overwoekert, niet alleen in Amsterdam maar in heel Nederland, en die veel van wat die omgeving zijn belevingswaarde geeft verdringt. Daardoor gaat ook steeds meer van de eigenheid van iedere locatie verloren. Waarom zou je dat nog eens gaan stimuleren, en dat uitgerekend in een beschermd stadsgezicht. Steigerdoeken zijn slordig en met reclame zal het allemaal veel strakker worden zegt het stadsdeel. Het doek zal misschien wel strakker worden, maar het beeld hoe dan ook veel banaler en storender. Er komt reclame op plaatsen waar je het helemaal niet zou willen zien, want geen enkele plaats wordt uitgesloten. Met andere woorden, het middel is (veel) erger dan de kwaal. Waar blijft de consistentie in het bestuurlijk beleid?

Aan het Canal Grande toont de beschildering van steigerdoeken het beeld van de gevel die daarachter wordt gerestaureerd (foto Walther Schoonenberg).

Amsterdam is het Venetië van het noorden, zegt men. Of dat waar is, is vatbaar voor discussie, maar in ieder geval kunnen we van Venetië wel wat leren. Daar worden steigerdoeken beschilderd met een afbeelding van het gebouw achter de steiger. En daar is reclame ondenkbaar. Toch zal niemand durven beweren dat Venetianen niet commercieel denken. Maar misschien is het denkraam van de inwoners van die stad wat groter.

Herman Pinkse

[Zienswijze]

(Uit: Binnenstad 201, september 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.