Herplaatste geveltoppen

XIII: Leidsegracht 44

Het komt niet vaak voor dat de Amsterdamse binnenstad een zeventiende-eeuwse klokgevel rijker is. Op Leidsegracht 44 stond tot 1999 een pandje in (min of meer) Amsterdamse School-stijl uit 1926, temidden van een gave rij zeventiende-eeuwse gevels, Leidsegracht 42 t/m 56: vijf klokgevels en twee halsgevels.
De sloop begint. Het pand is gesloopt.

Het oorspronkelijke pand was in 1920 afgebrand. Het jaren twintig-pandje, dat ervoor in de plaats kwam, had geen stoep maar wel een erker en viel enigszins uit de toon: niet alleen vanwege de erker maar ook omdat het geen top had en achteruit leek te vallen, omdat het loodrecht was opgetrokken en dus niet ‘op vlucht’ stond, zoals de oude panden ernaast. De nieuwe eigenaar, de heer Van Riet, vond het niet het behouden waard en liet het slopen. Dat was mogelijk omdat het geen beschermd monument was. In de jaren daarop verrees een ‘zeventiende-eeuwse’ klokgevel waarvan de topornamenten, de aanzetstukken en de gebeeldhouwde banden met fruit- en trosmotieven, afkomstig waren van de Monumentenwerf.

Traditioneel bouwen, met de uitdrukkelijke bedoeling om ouder te lijken en naadloos aan te sluiten bij de directe omgeving, is al eeuwenlang schering en inslag in de Amsterdamse binnenstad. Zowel de negentiende-eeuwse neostijlen als het twintigste- eeuwse traditionele bouwen, met vele voorbeelden op de Amsterdamse grachten, laten zien dat de Amsterdamse bouwpraktijk afwijkt van de officiële architectuurgeschiedenis die op scholen en universiteiten wordt onderwezen. Wat op de Leidsegracht 44 is gebouwd, is zo bezien niet zo opzienbarend. Het is een invulling in traditionele stijl met hergebruik van een van elders afkomstige top. Het alternatief zou herbouw van het pandje uit 1926 zijn geweest. Volgens de heer Van Riet bleek het pand bij het uitpellen echter bouwtechnisch van zeer slechte kwaliteit te zijn; het was gebouwd op de oorspronkelijke zeventiende-eeuwse fundamenten. De gevel was hierdoor zodanig verzakt en ontzet dat herbouw de enige mogelijkheid voor behoud zou zijn geweest. Tijdens de sloop bleken de zijmuren en enkele verbrande balken van het oorspronkelijke huis nog aanwezig te zijn. Het was zo krakkemikkig dat op een gegeven moment zelfs een vloer ongecontroleerd naar beneden kwam.

De oude top van Zwanenburgstraat 10 arriveert op een pallet op de Leidsegracht. Geveltopfragmenten met o.a. palmtakken, granaatappel en kweepeer. De oude gevelornamenten worden op de nieuwe top aangebracht.

De heer Van Riet heeft herbouw van het pand uit 1926 overigens geen seconde overwogen. Hij had in het Gemeentearchief een oude foto aangetroffen van het oorspronkelijke klokgevelhuis. Het was een klein pandje met een klokgevel met fruit- en trosmotieven, een gangbaar type van rond 1680, en vergelijkbaar met de panden ernaast die nog steeds bestaan. Wel afwijkend was de vorm van de zolderlichten: driehoekig in plaats van rond. Een verschil met de oude toestand is dat de nieuwbouw een verdieping hoger is dan het oorspronkelijke pand, maar dat stuitte niet op bezwaar, omdat de nieuwe bouwhoogte overeenkomt met de buurpanden. Het Bureau Monumentenzorg kon een passende geveltop leveren: de uit circa 1685 stammende klokgeveltop met fruit- en trosmotieven van Zwanenburgstraat 10, een pand dat voor de bouw van de Stopera is gesloopt. De in losse stukken opgeslagen gevelornamenten werden op pallets aangeleverd en de top werd ter plaatse in elkaar gezet, op de opgemetselde zijkanten van de in restauratiesteen opgetrokken klokgevel. Het afsluitende fronton evenals de siervazen op de hoeken waren niet meer beschikbaar en werden nieuw gemaakt. Ook werd veel aandacht besteed aan de nieuw gemaakte hardstenen stoep en een gevelsteen met twee rietstengels en twee pluimen en de tekst: PLUIM (boven) VAN RIET (onder), en de jaartallen 1685 en 2000. De herbouw is dus voor de fijnproevers keurig gedocumenteerd.

Het pand uit 1926 dat tot 1999 tussen de 17de-eeuwse gevels in stond Leidsegracht 44 voltooid.

De fraaie Amsterdamse lantaarn in achttiende-eeuwse stijl (de zogenaamde Amsterdamse lantaarn van koperslagerij De Nood te Middelburg) past er goed bij, maar is helaas op de verkeerde plaats bevestigd (op de deuromlijsting in plaats van op de muurdam tussen de twee ramen zoals het eigenlijk hoort). Ook op de herbouw van de geveltop is wel wat af te dingen – er lijkt iets mis te zijn met de hoek tussen de klokgevelzijkanten en de driehoekige raampjes en de siervazen kloppen qua vorm niet –, maar dat zijn uiteindelijk toch voetnoten bij een mijns inziens geslaagde invuloefening. Hoewel de reconstructie van het 17de-eeuwse pand i.p.v. herbouw van het Amsterdamse School-pand wel enigszins omstreden is, laat deze nieuwbouw zien dat een ‘historiserende benadering’, mits goed gedaan, een positief effect kan hebben op het stadsgezicht, omdat de gevelwand is aangeheeld. Nu de herbouw voltooid is, herinnert vrijwel niemand zich meer het pandje dat er stond: de nieuwbouwgevel heeft zich gevoegd in het stadsbeeld. Kun je dat ook zeggen van nieuwbouw die uitdrukkelijk modern wil wezen? Twee pluimen voor de heer Van Riet.

Walther Schoonenberg

Voetnoten:
(1) Zie: Walther Schoonenberg, De jongere bouwkunst opnieuw bekeken, in: Binnenstad 185 (november 2000). Dit artikel is gebaseerd op: Vincent van Rossem, “De stad gebouwd – De oude binnenstad vernieuwd”, in: Amsterdam in de Tweede Gouden Eeuw, Bussum, 2000.
(2) De gevel werd ontworpen door architect Walter Pehlemann. Het fronton, de siervazen, de gevelsteen en de hardstenen stoep zijn gemaakt door Tobias Snoep.

(Uit: Binnenstad 202, november 2003.)

[Herplaatste geveltoppen]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.