Metronieuws

Gedateerd 30 september ontvingen wij afschrift van de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, sector Bestuursrecht in meervoudige kamer, in het geding aangespannen door de vereniging De Bovengrondse, vertegenwoordigd door mr. H.A. Sarolea, tegen het college van burgemeester en wethouders, tevens tegen de gemeente Amsterdam, de dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer, de directie Noord/Zuidlijn, thans projectbureau Noord/Zuidlijn, vergunnninghoudster.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit (de bouwvergunning voor het station Rokin), en bepaalt dat verweerder (het gemeentebestuur) een nieuw besluit neemt op het bezwaarschrift van eiseres, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen, en veroordeelt verweerder (de gemeente) tot betaling van de kosten van het geding.
Deze uitspraak betekent niet dat het in uitvoering verkerende werk nu moet of kan worden stilgelegd. Daarvoor is het te laat. Wel is het een scherpe terechtwijzing aan het adres van het projectbureau over de nonchalante wijze waarop de ernstige veiligheidsbezwaren van de brandweer weggeschoven werden. Bij bouwprojecten van deze omvang maakt zich een gevaarlijk soort bedrijfsblind en – doofheid meester van de medewerkers. Bezwaren worden gereduceerd tot vertragingsfactoren, aan de inhoud wordt geen aandacht besteed.
Tegelijk met de uitspraak in de kortgedingprocedure over de bouwvergunning voor het station Rokin kwam de uitspraak in de bodemprocedure waarin dezelfde partijen tegenover elkaar stonden. Ditmaal ging het niet over de veiligheidsvoorzieningen bij calamiteiten, maar over het schadelijke effect van het bouwplan op een belangrijk punt van het beschermde stadsgezicht. De Commissie voor Welstand en Monumenten heeft het bouwplan voorzover zichtbaar in het straatbeeld afgewezen, burgemeester en wethouders hebben dit negatieve advies van 31 mei 2000 zonder deugdelijke motivering naast zich neer gelegd. Volgens de commissie ‘detoneert’ de enorme massa en schaal van het verdiepte maaiveld alsmede de impact van de glazen en stalen wereld die wordt gecreëerd met de structuur van de historische binnenstad. Dat negatieve advies had volgens De Bovengrondse moeten leiden tot aanhouding van de aanvraag bouwvergunning. Niet nodig, vonden B. en W. Er is een bestemmingsplan Noord/Zuidlijn, en dat biedt voldoende bescherming. Dat klopt niet volgens de rechtbank, het bestemmingsplan biedt geen enkel aanknopingspunt voor die mening. De rechtbank verwijst naar een brief van de directeur RDMZ van 23 juli 1999 waarin – terecht – wordt gesteld dat het bestemmingsplan zich richt op een project dat in potentie op gespannen voet staat met de historische binnenstad en dat in zijn aard niet beschermend kan zijn. Een half jaar later is de directeur RDMZ blijkbaar zijn eigen brief vergeten, dan verklaart hij dat het bestemmingsplan Noord/Zuidlijn juist wel voldoende bescherming biedt. Draaitolbeleid noemen we dat.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 202, november 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.