De Reguliersgracht

Boter, kaas en eieren

In 1901 verscheen de brochure Stedenschennis. Naar aanleiding van de Reguliersgracht- kwestie. De brochure bevatte twee inleidingen die door D.C. Meijer Jr. en Jan Veth waren gehouden “in de Vergadering van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. op resp. 13 en 28 October” van dat jaar. Samen met de oprichting van het Genootschap Amstelodamum in het voorgaande jaar markeert deze gebeurtenis het begin van een systematische (her)waardering van de cultuurhistorische waarden die het Amsterdamse stadsbeeld zo uniek maken.
Reguliersgracht met een spoorwegontwerp van de Kamer van Koophandel uit februari 1866

Tot een heruitgave van de brochure is het bij mijn weten nooit gekomen en dat is buitengewoon jammer. Niet alleen omdat het zo’n lezenswaardig voorbeeld is van een goed polemisch geschrift maar ook omdat het een fraai tijdsbeeld geeft. Dat je het stuk in zijn tijd moet zien blijkt uit het volgende citaat uit de inleiding van Meijer: “Zou het zulk een ontzettende ramp zijn voor Amsterdam, als in ’t vervolg de tramreizigers langs de Utrechtschestraat-lijn in plaats van met electriciteit door paardenkracht werden vervoerd? Zou men voor geen vijftig Reguliersgrachten die tramreizigers mogen blootstellen aan dàt schrikkelijk noodlot! Ja, ik weet het in buitenlandsche steden worden vele tramwagens door electriciteit bewogen. Maar moet de na-aperij van het buitenland dan zóóver gaan dat men zich op de Utrechtschestraat-lijn niet van paarden zou kunnen blijven bedienen?” Een duidelijk tijdsbeeld, maar toch, doet het niet ergens aan onze tijd denken?

Ik kwam tot herlezing van deze klassieker door de vondst van een spoorwegontwerp van de Kamer van Koophandel uit februari 1866. De Kamer was, zoals eigenlijk heel Amsterdam, tegen de bouw van een station in het open havenfront en presenteerde een alternatief waarin een centraal station werd geprojecteerd ten zuiden van de Zaagmolensloot. De gelijkenis met de plaats en de vorm van het station op het uitbreidingsplan van Van Niftrik uit hetzelfde jaar is treffend. Aangezien de spoorwegplannen zijn getekend met als ondergrond een kaart van Publieke Werken (niet in Kaarten van Amsterdam vermeld) zullen de medewerkers van P.W. wellicht niet onschuldig zijn geweest aan dit alternatief.
Op het ontwerp van de Kamer van Koophandel is duidelijk aangegeven dat men zich de aansluiting van het nieuwe station op de oude stad voorstelde via een tracé over de Reguliersgracht. Van Niftrik is daarin wat onduidelijker. De gedrukte kaarten van zijn plan laten de ontsluiting in het midden, maar op de getekende exemplaren is wel degelijk een ontsluiting langs dezelfde weg aangeduid. Met andere woorden, de tramplannen van rond de eeuwwisseling waren niet de eerste bedreiging van de Reguliersgracht. De eerste keer is de gracht dus eigenlijk gered door het Rijk, dat een station in het open havenfront afdwong.

Maar ook in 1866 was de Reguliersgracht al niet ongeschonden, want het Thorbeckeplein was immers vroeger een stukje van de Reguliersgracht. Wanneer was dat eigenlijk gedempt? Als je snel wilt zoeken pak je de Stadsatlas Amsterdam van 1998 met zijn uitgebreide stratenregister. Die vermeldt als jaar van demping 1874! Kennelijk niet juist, want op een kaart van 1827 en zelfs op een van 1798 bestaat het plein al. In 1827 heet het Reguliersplein, in 1798 heeft het, althans op de kaart, geen naam. Uiteindelijk biedt d’ Ailly nadere informatie. Volgens zijn onvolprezen Catalogus van Amsterdamsche Plattegronden is dit stukje Reguliersgracht gedempt in 1785 en bij die gelegenheid omgedoopt tot Kaasplein. Vermoedelijk de oudste demping in de grachtengordel! Dat levert een vraag op. Waarvoor is dan de Reguliersgracht het symbool? Voor het begin van de dempingsellende of voor het begin van de victorie?

Wat precies Reguliersplein en wat Kaasplein was blijft nogal onduidelijk. Oorspronkelijk heette het huidige Rembrandtplein Reguliersplein. Later is dat omgedoopt tot Botermarkt. Is de naam Kaasplein ooit officieel vastgesteld of heeft het Thorbeckeplein, dat zijn huidige naam net als het Rembrandtplein in 1876 kreeg, daarvoor officieel Reguliersplein geheten? En was dus de naam Kaasplein even onofficieel als de naam Kippenhoek voor het deel van de Botermarkt tussen de Utrechtsestraat en de Amstelstraat? Hoe dan ook, samen zijn zij in ieder geval verantwoordelijk voor de titel van dit stukje.

Herman Pinkse

(Uit: Binnenstad 202, november 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.