Een kwart eeuw geleden


In september was het 25 jaar geleden dat Amsterdam een scherpe koersverandering maakte. Het programakkoord dat op 5 september 1978 als raadsbesluit werd vastgesteld, koos voor de compacte stad, kleinschalige stadsvernieuwing en autoluwe binnenstad.
Graffiti op de muur rond het 'gat' dat Gran Vistaterrein werd genoemd, Houtkopertsdwarsstraat tussen Jodenbreestraat en Waterlooplein.
Gran Vista was een kantorenproject, de buurt wilde echter woningen, vandaar de 'kantoorlog'. Toen ik 1 januari 1979 deze foto maakte, wist ik nog niets van 'Aanvullende woningbouwlokaties'. In het STAW- rapport was het een A-lokatie; nu staat er het flatgebouw van Dick Tuynman.

Voor die tijd was de stadsvernieuwing uitgevoerd volgens de 'nieuwe' idealen uit de jaren twintig: de vuistregel was twee blokken slopen, een herbouwen met licht, lucht en brede straten. De bewoners voor wie geen plaats meer was gingen in de overloop, van Zwijndrecht tot Den Helder. Nu werd gekozen voor nieuwere inzichten, zoals behoud van het stratenpatroon en geleidelijke aanpak 'straat na straat', behoud van genoeg bewoners om buurtvoorzieningen mogelijk maken en afwijzing van grote verkeersdoorbraken. Hieraan was een ontwikkeling voorafgegaan, die al sinds eind jaren zestig uit het buurtverzet was voortgekomen.
Grote ideeën in de politiek hebben een lang leven; ze kunnen sluimeren, maar ze worden weer wakker. Zo'n idee was de noodzaak van het saneren van volksbuurten. Wie zou daar tegen zijn? In de jaren twintig werden Uilenburg en Valkenburg met succes gesaneerd. De Jordaan, waarvoor Arie Keppler het saneringsplan klaar had, ontsprong op het nippertje de dans door de wereldcrisis van 1929. Nadat in 1968 een saneringspoging van de Bethaniënbuurt was mislukt, was in 1969 dan eindelijk dat grote zorgenkind de Jordaan aan de beurt. Maar de ideeën die in de jaren twintig 'nieuw' waren geweest, waren nu verdrongen door nieuwere inzichten. De buurt en de monumentenzorgers kwamen in het geweer. Zelfs Amstelodamum steunde het buurtverzet, een unicum in het bestaan van dit bezadigde Genootschap. Men moest, aldus Amstelodamum, de stad niet aanpassen aan het moderne verkeer, maar het verkeer aanpassen aan de bestaande stad. In 1970 werd Han Lammers wethouder, bekend lid van De Kring en schrijver van kronieken in De Gids tegen het beleid van het stadsbestuur. Lammers had burgemeester Samkalden zelfs in een vertrouwelijk schrijven aangespoord de ‘Kabouters’ van Roel van Duijn serieus te nemen. Zo begonnen de jaren zeventig met een droom dat de verbeelding aan de macht was gekomen. In 1972 kwam inderdaad het conserverende bestemmingsplan voor de Jordaan tot stand, waardoor de oude wijk een nieuwe toekomst tegemoet kon gaan. Het leek hoopgevend, maar zo bleef het niet, want bestuurders verliezen wel eens het contact met hun uitgangspunten.
De jaren zeventig bleven vervuld van de strijd tussen het grootschalige ideaalbeeld van de stad als bedrijf en het kleinschalige ideaalbeeld van de stad als woonplaats. De twee stromingen leefden naast elkaar, gingen elk op eigen houtje hun eigen gang. De conflicten verbreidden zich als een veenbrand door de stad, die zich her en der in steekvlammen ontlaadde, zoals in de Nieuwmarktrellen van 1975.

Manhattan op Bickerseiland?

De kleinschalige bebouwing van de Haarlemmer Houttuinen. De tot twee in plaats van vier rijbanen teruggebrachte autoweg.

Een voorbeeld van de twee stadsbeelden naast elkaar: door de Haarlemmer Houttuinen kwam geen vierbaansweg, maar een tweebaansweg; een overwinning voor de kleinschaligen. Ten zuiden van deze weg ontstond in de Nieuwe Houttuinen gevarieerde woningbouw, autoluw, geschikt voor spelende kinderen.
Aan de noordzijde echter werden de Westelijke Eilanden bedreigd door de uitspraak van een projectontwikkelaar “Ik wil van het Bickerseiland best een klein Manhattan maken”. In 1971 kwam daar een groot kantorencomplex, de Narwal. Bewoners schrokken wakker, kwamen in verzet en kregen steun van studenten van de Academie van Bouwkunst, Paul de Ley en Jouke van den Bout, geestverwanten van de architecten van de Nieuwe Houttuinen. De actie slaagde. Paul de Ley bouwde er een woning met een inpandige keuken. Dit was een vergrijp tegen de 'Wenken en Voorschriften' van het ministerie. Maar er was wel een ventilator. Zo moest je vindingrijk zijn en de letter van de wet terzijde durven schuiven om de stad weer bewoonbaar te maken.
Ambtenaren en politici merkten met verbazing, dat de mensen beter wisten wat goed voor hen was dan de overheid. Maar er kwamen jonge ambtenaren en bestuurders, die de mentaliteit van de bewoners overnamen. Je zag op buurtvergaderingen achter de tafel waar eerst bestuurders strak gekapt en in keurig pak hadden gezeten, spijkerbroeken, truien en gevarieerde haardrachten verschijnen. Wie was nu ambtenaar, wie actievoerder? Zo was het programakkoord-1978 de codificatie van wat er door de jaren heen onder de bevolking was gegroeid.

Schaefer - van der Vlis

In het college van 1978 zou Jan Schaefer de woningbouw weer op gang brengen en Michael van der Vlis zou er de terreinen voor leveren. Zelden waren twee zo tegengestelde persoonlijkheden van dezelfde partij tegelijk wethouder, en toch is het hun gelukt de dubbele opgave te volbrengen. Schaefer – spijkerbroek, open hemd, informele taal – denderde door de procedures heen: “Belt zo'n ambtenaar uit Den Haag me op (met flemende stem): "Meneer Schaefer, in dat ene bouwplan, u weet wel, daar wilden wij op de tweede verdieping toch nog iets..." En dan zeg ik, man, het dak zit er al op”. Zo was Jan.
Michael van der Vlis - wit pak en op een brommertje, na de vergadering borrel in Eik en Linde, dure eetclub met intimi – moest plaats voor woningen vinden binnen de bestaande stad. Hij benoemde hiertoe de Stuurgroep Aanvullende Woningbouwlokaties die in januari 1980 haar rapport uitbracht met ruim honderd terreinen, gerangschikt naar de moeilijkheidsgraad als A-, B- en C-lokaties. In de binnenstad waren de A-lokaties het Gran Vista-terrein aan de Houtkopersdwarsstraat, het terrein boven de metrobuis tussen het Waterlooplein en de Nieuwe Herengracht, de 'taartpunt' tussen het Barlaeusgymnasium en het Kleine-Gartmanplantsoen en Weteringschans 159-161 bij het Weteringcircuit. Er waren geen juridische belemmeringen en de 'maatschappelijke aanvaarding' werd als 'goed' ingeschat. Deze zijn uitgevoerd. B-lokaties zijn er in de binnenstad niet, want wanneer het hier moeilijk is, dan is het meteen behoorlijk moeilijk. Dus zijn het C-lokaties. Uitgevoerd zijn bijvoorbeeld de verbouwing van pakhuizen tot appartementen aan de Nieuwe Uilenburgerstraat en het grote flatgebouw op een douaneterrein aan de Plantagedoklaan. Het veelbesproken Blauwlakenblok aan de Oudezijds Voorburgwal hoort ook bij deze C-lokaties. De grootste C-lokatie is het Oostelijk Havengebied, waarvan de verwerving en het bouwrijp maken het meeste tijd zou kosten. Dit gebied is nu voltooid.
De aanwijzing van Amstel III voor woningbouw is afgewezen, omdat de bestemming 'bedrijven' niet kon worden gemist. De discussie over: woningen of bedrijvigheid blijft actueel zoals we op dit moment zien bij de Centrale Markt en de Marine.
Van IJburg werd nog niet gerept.

Ricardo

(Uit: Binnenstad 202, november 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.