De onderdoorgang van het Rijksmuseum

Eronderdoor of niet eronderdoor, is dat een vraag?

Zo zou de onderdoorgang van het Rijksmuseum er uit moeten gaan zien
Een paar weken geleden ging er een golf ongevraagde e-mail door Amsterdam, vergezeld van berichten in de pers. Geen reclame deze keer, maar een verontruste oproep, met als strekking: “Help, de fietsers mogen straks niet meer onder het Rijksmuseum door! Protesteer mee!” Dat klinkt heel redelijk, maar is die drukte wel nodig?

Laten we eens naar de feiten kijken: om te beginnen gaat de doorgang de komende vier jaar voor iedereen dicht. In het voorplein wordt een groot bassin gebouwd dat bij hevige regen overbelasting van het riool moet voorkomen, en aan het museum zelf wordt in die periode natuurlijk ook hard gewerkt. Kortom, een tijdelijke sluiting die alleszins redelijk is en waar niets aan te doen valt.
Maar... de grote angst is dat de onderdoorgang daarna nooit meer open gaat. Een begrijpelijke angst, zeker als een stadsdeelwethouder op televisie zegt dat hij het ook allemaal niet weet, en het Rijksmuseum stil blijft. Een minder begrijpelijke angst voor de weinigen die de voorlopige plannen voor de vernieuwing van het Rijksmuseum kennen: in alle ontwerpen tot nu toe zit een fietspad onder de doorgang; de fietsers lijken een gegeven. Geen enkele reden tot zorg, lijkt het. Of toch wel?
Wat mij betreft wel. De tot nu toe gekozen oplossing is namelijk een monstrum. De fietsers worden door één van de twee smalle beuken van de doorgang geperst, die van de rest wordt gescheiden door een glazen wand. Dat is niet prettig voor de fietsers, want de toegangen zijn niet erg breed en er zullen altijd wel wat verdwaalde voetgangers het verkeerde pad nemen – misschien wel het enige pad, als de rest van de doorgang ’s avonds eventueel dicht zou gaan. Maar het is vooral niet prettig voor de architectuur, want met een glazen wand er dwars doorheen blijft er niet veel over van de prachtige, kerkachtige ruimte die de doorgang is, één van de mooiste openbare poorten van Nederland. De nieuwe museumingang, een grote trap naar beneden middenin de doorgang, doet de ruimte ook al geen goed, maar kan architectonisch bescheiden blijven, en heeft een goede functionele motivatie. Van de glazen wand van de fietsgang kan dat moeilijk gezegd worden. Eruit met die wand dus. En als dat niet kan, in verband met de klimaatregeling of de beveiliging, tja, dan kies ik toch voor het gebouw en niet voor de fietsers. Een open, gave en ook – dat is juist voor de architectuur essentieel – openbare en altijd toegankelijke gang vind ik nog net iets belangrijker dan een prachtige fietsroute. Een schrale troost is misschien dat uit onderzoek is gebleken dat de onderdoorgang voor de meeste fietsers een omweg is. Weliswaar eentje zonder goede alternatieven, gezien de verkeerssituatie op de Stadhouderkade, maar daar kan eenvoudig wat aan gedaan worden.
Natuurlijk hoop ik dat er een voor iedereen goede oplossing voor de onderdoorgang gevonden kan worden, maar als dat niet zo is, moeten we het duivelse dilemma niet uit de weg gaan met een waardeloos compromis.

Vladimir Stissi

(Uit: Binnenstad 204, maart 2004.)

[De poort onder het Rijksmuseum]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.