Oostelijke Handelskade

Bouw flat Chicago stilgelegd

De nieuwbouw achter pakhuis Chicago dringt op.
De bouw van het appartementencomplex Chicago aan de Oostelijke IJ-oever is op last van de rechtbank voorlopig stilgelegd. De huurders van het pakhuis Wilhelmina die de rechtszaak hadden aangespannen zijn dus in het gelijk gesteld. Zij hadden gewezen op het brandgevaar dat ontstaat doordat de nieuwbouw op minder dan drie meter afstand van hun wooncomplex komt. De gemeente zal de bouwvergunning moeten herzien en projectontwikkelaar Ocna rekent op grote schade en vertraging. De huurders van het pakhuis hopen dat de reeds gebouwde bovenste vier verdiepingen afgebroken moeten worden, zodat zij aan de achterkant meer lucht en licht krijgen.

De bepaling dat in gesloten bouwblokken tussen tegenover elkaar staande achtergevels een ruimte van minstens vier meter moet liggen, dateert uit de periode van de beruchte rug-aan- rug-woningen van vóór de Woningwet. Van die op zichzelf nuttige bepalingen wordt soms door Bouw- en Woningtoezicht (BWT) oneigenlijk gebruik gemaakt. In 1977 was de stichting Diogenes bezig met de verbouwing van de drielingpakhuizen Brouwersgracht 191-193-195. Het desbetreffende bouwblok heeft een scherpe hoek aan de ene en een wijde hoek aan de andere kant, omdat de nabije Palmgracht schuin op de Brouwersgracht staat. Gevolg is dat de afstand tussen twee achtergevels aan de ene kant meer en aan de andere minder dan vier meter is, maar dat was al zo sinds begin 17de eeuw. Die zone in de Jordaan ligt boven de beruchte prediluviale stroomsleuf, waar de 13 meter zandlaag te dun is zodat men tot 20 meter diep moet funderen en dat kost dure, in metalen buissegmenten gestorte, betonpalen. Toen die goed en wel in de grond zaten – onder toezicht van de buiteninspectie BWT uiteraard – kreeg Diogenes een spoedmissive: stoppen met het werk en het reeds gebouwde ongedaan maken. Daags daarop tekende de stichting beroep aan bij de afd. Geschillen van Bestuur van de Raad van State. De gemeentelijke raadsman die de zonderlinge missive moest verdedigen trof het niet, want de zitting werd gepresideerd door prof. Van den Hoeven, oud-fractievoorzitter PvdA van de gemeenteraad, van wie bekend was dat hij weinig egards had voor ambtelijke slordigheden. Na een kwartier woord en weerwoord zei hij: “Ik ben voldoende voorgelicht, de appellant kan morgenochtend om negen uur telefonisch de uitspraak vernemen. Het schriftelijke vonnis komt over veertien dagen”. De volgende dag werd het werk hervat en het vonnis bevatte een regelrechte uitbrander.
In het geval van het project Chicago lag de ambtelijke onzorgvuldigheid in de bouwvergunning die de brandveiligheid had veronachtzaamd. De bouw mag hervat worden wanneer de nodige voorzieningen in de nieuwbouw zijn ontworpen en goedgekeurd.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 205, mei 2004.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.