Bestemmingsplannen
Verkeerde eisen
In de nieuwe bestemmingsplannen staat steeds de bepaling dat in bepaalde situaties het Dagelijks Bestuur bevoegd is om nadere eisen te stellen aan situering en afmetingen van bebouwing. Die bepaling is opgenomen omdat het bewaren van de karakteristieken van het stadsbeeld daarom vraagt en omdat zonder die eisen de licht- en luchttoetreding van de omringende bebouwing in het gedrang kan komen.
De maten die in een normale bouwstrook
aanvaardbaar zijn, kunnen waar die stroken bij elkaar komen veel te grote
bouwmogelijkheden geven. Dat geldt in het bijzonder wanneer het om scherpe hoeken gaat,
maar niet alleen daar. Simpel gezegd, de buren zitten daar bovenop elkaar en dat dwingt tot
beperking van wat toelaatbaar is.
In de praktijk blijkt deze bepaling echter niet goed te werken, zoals we nu al enige malen
hebben moeten constateren. Dat komt omdat bij toepassing van deze bepaling de normen uit
het bouwbesluit als maatgevend worden gehanteerd. Die normen zijn echter de
minimummaten die moeten worden aangehouden om een situatie te krijgen die nog net
aanvaardbaar is. Maar in bestemmingsplannen worden normaliter (veel) ruimere maten
aangehouden om een redelijke woonomgeving te waarborgen. Dat betekent dat er nu nieuwe
situaties worden geschapen die net aan de minimumnormen voldoen. Dat kan de bedoeling
niet zijn.
Wat wel of niet kan zal per situatie moeten worden bekeken. In de tuinsteden gelden uiteraard
andere normen dan in de oude binnenstad en de situaties in de binnenstad zijn bovendien zeer
uiteenlopend. Er zal daarom maatwerk moeten worden geleverd, maar wel op basis van
hogere eisen dan het bouwbesluit stelt. Als dat niet mogelijk zou zijn zal in
bestemmingsplannen voor een andere bestemmingsmethodiek moeten worden gekozen.
Herman Pinkse
(Uit: Binnenstad 206, juli 2004.)
[Inloggen]
Reacties
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.
