Wethouder Stadig: Bezuinigen op monumenten en inrichting openbare ruimte

Wethouder Stadig in NUL20
In het meinummer van het tijdschrift voor Amsterdams woonbeleid ‘NUL 20’ doet wethouder Stadig twee opmerkelijke uitspraken. Monumentenzorg krijgt wat hem betreft de komende jaren minder geld, en ook wil hij minder aandacht besteden aan de openbare ruimte. In hetzelfde tijdschrift ergert de secretaris van de Amsterdamse welstandscommissie zich aan het historiserend bouwen in de binnenstad.

De gemeente Amsterdam moet de komende jaren de buikriem aantrekken. Door het stagneren van de gronduitgifte voor de bouw van kantoren zal de ruimtelijke sector de komende jaren niet over veel geld kunnen beschikken. Wethouder Duco Stadig van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting zegt in het tijdschrift NUL 20: “Het gaat erom de komende jaren geen domme dingen te doen. Voor mij geldt dat het verbeteren van de structuur belangrijker is dan het aankleden en verfraaien van de openbare ruimte. Het creëren van een goede verkeersafwikkeling is belangrijker dan de aanschaf van extra mooie straatstenen, bomen en bankjes. De inrichting van de openbare ruimte kunnen we in betere tijden alsnog gemakkelijk verbeteren. De vernieuwing van de Westelijke tuinsteden gaat nu even boven Monumentenzorg. Daar is de laatste dertig jaar al een enorme slag gemaakt.”

Filmacademie

Filmacademie

Terugkijkend op zijn tienjarige bestuursperiode zegt Stadig dat hij van twee dingen spijt heeft. “De VaRastrook, de aanpak van de Valkenburgerstraat en de nieuwbouw van de Filmacademie. Het blijft jammer dat we begin jaren negentig niet hebben gekozen voor de bouw van een tunnel van het Mr. Visserplein naar de IJ-tunnel. Toen ontbrak het ons aan voldoende geld. Een paar jaar later waren de middelen wel beschikbaar. Als we dat hadden geweten, hadden we die tunnel gebouwd. Ook het gebouw van de Filmacademie aan het begin van dezelfde straat is niet gelukkig. De gevel bevalt niet. De ingang is onzichtbaar. Ook daar speelde gebrek aan geld een rol. Een groot deel van het budget ging naar de binnenkant. Om studenten daar hun werk te laten doen is een hoge mate van geluidsisolatie noodzakelijk. Architect Koen van Velzen ontbrak het vervolgens aan voldoende budget voor de buitenkant.”

Kaasstolp

Hetzelfde tijdschrift besteedt ook aandacht aan de nieuwe welstandsnota’s die de veertien stadsdelen hebben moeten maken. Tussen de nota’s zitten grote verschillen, maar binnen de ringweg draait, tot verdriet van de welstandscommissie, alles om behoud van de bestaande stad, aldus NUL 20. Paul Jongen, secretaris van de commissie voor Welstand en Monumenten en hoofd van het stedelijk bureau Welstandszaken zegt er dit over: “Architecten moeten ook binnen de ringweg de monumenten van morgen kunnen maken.” Volgens hem wordt de deur nu te veel opengezet voor lelijke reconstructies en vooral in de binnenstad groeit het aantal “lelijke aftreksels”van oude en waardevolle bouwstijlen. “Behoudzucht is prima, maar met historiserend bouwen sla je de plank helemaal mis.” Een voorbeeld van hoe het niet moet, vindt Jongen het pand dat op de plaats staat van de vroegere bioscoop Alhambra aan de Weteringschans. “Een van de commissieleden heeft er samen met de architect nog de ergste misstanden uitgehaald. Maar de armoe straalt je bij de onderpui nog altijd tegemoet.” Beter te spreken is hij over de op de Amsterdamse School geïnspireerde nieuwbouw aan het Meerhuizenplein. Over dit ontwerp van Liesbeth van der Pol is hij zeer tevreden omdat daar op een intelligente manier aansluiting is gezocht bij de omringende panden in de stijl van de Amsterdamse School.

Frans Heddema

(Uit: Binnenstad 206, juli 2004.)

[Ons commentaar]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.