Het handgeschreven boek

Jubileumboek Amsterdam maakt geschiedenis
“Vervanging van authentiek materiaal is vaak noodzakelijk, maar het besef dat dit gelijk staat aan het scheuren van onvervangbare bladzijden uit een handgeschreven boek is nauwelijks aanwezig. Niet alleen moet worden vastgelegd wat de oude situatie was, maar ook hoe die na de restauratie is gewijzigd”, aldus Ronald Glaudemans in het gedenkboek Amsterdam maakt geschiedenis.

Een dwaze vergelijking als bangmaker, die maar één ding duidelijk maakt: dat Glaudemens c.s. geen flauw idee hebben van het feitelijke voorbereidingsproces dat elke restauratie doormaakt voordat de steigers worden geplaatst. Als Glaudemans en zijn geestverwanten van de rechtzinnige restauratiebeginselen “restauratie is een noodzakelijk kwaad” in 1953 de richting van het nieuw ingestelde gemeentelijke Bureau Monumentenzorg hadden kunnen bepalen, dan had dit bureau zich kunnen beperken tot het documenteren van een honderdvoudig verval-proces in foto, tekening en beschrijving, dat elke keer eindigt met de klap van de sloopkogel. Handgeschreven boeken, dat moet Glaudemans toch weten, horen thuis in archieven en bibliotheken en mogen na toestemming geraadpleegd worden. Dat levert hoogstens voor collega-bouwhistorici interessante studies op. De Monumentenwet heeft het over onroerende zaken die in stand gehouden moeten worden, dat zijn gebouwen, geen papier. De documentatie waar Glaudemans naar streeft, lijkt niet op dat kostbare handgeschreven boek, veeleer op een verzameling van preparaten van uitgestorven planten en dieren. Stoffige kamergeleerdheid.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 209, januari 2005)

Meer lezen:
[Monumentenzorg in de boekenkast of op de bouwsteiger?]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.