Tien punten ter overweging

Geen nieuwe grachten, wel kleine ondergrondse parkeergarages

Zoals vaker in de Amsterdamse geschiedenis bruist het bij nieuwe politici van de goede plannen en ideeën, maar komen ze volgens Maarten de Boer niet allemaal tot uitvoering. De recente discussie over het opengraven van een gracht in de Jordaan in combinatie met het bouwen van een ondergrondse parkeergarage is volgens hem een voorbeeld van hoe het vooral niet moet. Door twee, ieder op zich goede, initiatieven te willen combineren komt er in zijn mening geen nieuwe gracht en zal een ondergrondse garage in de Jordaan tot in lengte van jaren een droom blijven. Tien punten ter overweging voor het opengraven van grachten en het bouwen van parkeergarages.
1. Rekenles

Al heel jong heb ik leren rekenen. Mijn eerste les was min x min = plus. Het opengraven van een gracht kost geld. Het realiseren van een ondergrondse garage voor bewoners kost veel geld. Heel veel meer geld. De gedachte om deze twee onrendabele projecten te combineren, is waarschijnlijk gebaseerd op de rekenregel van ‘min x min = plus’. In mijn tweede les rekenen leerde ik dat min + min = 2 x min is. Volgens mij geldt deze regel ook voor dit project. Als de combinatie ‘opengraven gracht + ondergrondse bewonersgarage’ werkelijk geld zou opleveren, dan snap ik niet waarom er al jaren niets wordt gedaan en zou ik adviseren alle gedempte grachten onmiddellijk open te graven. In één keer duizenden ondergrondse parkeerplekken erbij en een toeristische attractie van de eerste orde. Komt het zien, komt het zien: ‘het mirakel van Amsterdam, min + min = plus’.

2. Wel of niet opengraven?

Nu we weten dat het opengraven van een gracht geld kost, is het een politieke keuze om te besluiten of er wel of niet een gracht wordt opengegraven. De ene generatie bestuurders graaft ze open, de volgende plempt ze weer dicht en nieuwe bestuurders willen ze weer open graven. Daar is niets mee mis. De simpele vraag blijft: wat is het doel, willen de direct omwonenden dat, wat kost het en kunnen we het betalen. Je kan je geld maar één keer besteden.

3. Beschermd stadsgezicht

Het beschermd stadsgezicht van Amsterdam is een uniek en kostbaar erfgoed. Zowel voor bewoners en ondernemers als voor toeristen. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Als we daarin willen investeren is dat alleen maar toe te juichen. Je kan het geld echter besteden aan het opengraven van een gracht of aan heel andere prioriteiten, zoals het onderhoud van monumenten of het opknappen van de openbare ruimte. Als we deze keuze voorleggen, denk ik dat heel veel bewoners liever eerst de bestaande boel op orde hebben, dan dat voor vele miljoenen één nieuwe gracht wordt opengegraven in de Jordaan.

4. Parkeervisie

In alle beleidsstukken over parkeren staat dat bezoekers bij voorkeur aan de rand van de stad moeten parkeren en dat de Singelgracht de uiterste grens is voor grootschalige bezoekersgarages. Wethouder Mark van der Horst spant zich dan ook tot het uiterste in om op korte termijn tenminste twee garages in de Singelgrachtzone te realiseren, beide met een capaciteit van ieder circa 500 – 600 parkeerplaatsen. Eén ondergrondse garage van meer dan 1000 auto’s in de Jordaan is onzinnig en maatschappelijk niet uitvoerbaar.

5. Ondergronds parkeren

Een wens van de politiek is om op korte termijn een begin te maken met het realiseren van een garage onder een gracht. Deze ondergrondse parkeergarage is in hoofdzaak bedoeld voor vergunninghouders, zowel bewoners als bedrijven. Door deze te bouwen zou een stukje van de openbare ruimte, die nu volstaat met stilstaande auto’s, weer kunnen worden teruggegeven aan de stad. De gedachte om deze garage ook toegankelijk te maken voor bezoekers, winkelpubliek en andere buitenstaanders is uit financieel oogpunt een interessante gedachte, maar wel in strijd met alle tot op heden verschenen beleidsnota’s over verkeer en parkeren in de binnenstad.

6. De beste locatie

Uit de tientallen studies, die in de afgelopen jaren door en voor de gemeente Amsterdam zijn gemaakt, blijkt dat de stad behoefte heeft aan kleinschalige ondergrondse garages van circa 100 tot 150 plaatsen per locatie. Deze bevinden zich dan op loopafstand van de gebruikers. Met het oog op een optimaal dubbelgebruik van de garages zijn de beste locaties die gebieden waar zowel woningen als kantoren zijn. Beginnen in een winkelstraat in de Jordaan is niet de meest handige start voor een dergelijk project.

7. Geen 1000 maar 100 plaatsen

Kijken we naar de vergunninghouders in en rond de Westerstraat dan is een ondergrondse garage van circa 100 tot 120 plaatsen voor vergunninghouders ruim voldoende. Getallen van 350, 700 of 1050 plaatsen zijn gewoon absurd. De Europarking aan de Marnixstraat heeft 625 plaatsen; loop er eens omheen en stelt u zich voor hoe dat gebouw, en dan nog 1,5 x zo groot, onder de Westerstraat moet worden gestopt.

8. Wat kost een ondergrondse parkeergarage?

Volgens berekeningen van het stadsdeel kost een ondergrondse parkeerplek circa € 50.000,-- tot 60.000,-- per plaats bij een capaciteit van 500 plaatsen of meer. De kostprijs van een dergelijke parkeerplek bedraagt derhalve circa € 350,-- tot € 400,-- per maand, inclusief kosten van exploitatie en beheer. Ongeacht of vergunninghouders nu het huidige tarief van € 18,-- per maand betalen of het door het stadsdeel voorgestelde tarief van € 80,- per maand, een ondergrondse bewonersgarage zal tot in lengte van jaren een financiële molensteen om de nek van het stadsdeel blijven.

9. Goed voorbeeld doet goed volgen

Stadsdeel Oud-West (wethouder Werner Toonk) bouwt momenteel een ondergrondse garage aan het Staringplein en stadsdeel Oud Zuid (voorzitter Jan Coen Helledoorn) heeft onlangs een Europese aanbesteding gehouden voor de aanleg van een aantal ondergrondse parkeergarages voor vergunninghouders. De eerste paal wordt daar in 2006 geslagen. Het zou stadsdeel Amsterdam-Centrum sieren, als het zijn licht bij deze stadsdelen zou opsteken om te zien hoe het elders is gelukt om onrendabele garages voor vergunninghouders te realiseren.

10. Conclusie

Wie een gracht graaft voor zichzelf, valt er zelf in.

Maarten de Boer
Adviseur ‘Initiatiefgroep Parkeren Ondergronds’
Oud-bestuurslid Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

[Meer lezen]

(Uit: Binnenstad 210, maart/april 2005)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.