Je hoeft je vader niet te vertellen hoe je een kind verwekt

Clara Brinkgreve, Geurt Brinkgreve en de heer Heinsius tijdens de verbouwing van Arti
Het had weinig gescheeld of op de plek waar nu sociëteit Arti staat, zou een warenhuis zijn verrezen. Dankzij ingrijpen van Geurt Brinkgreve is het gebouw blijven staan, sterker nog, het werd grondig gerestaureerd en gemoderniseerd. Geurt Brinkgreve overleed woensdagavond 23 maart in ‘zijn’ Arti. Over de redding van de het gebouw van de kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae schreef hij in de brochure Monumenten- of documentenzorg het volgende.

Arti was in 1961 een vereniging met een beperkt, sterk vergrijsd ledenbestand, niet ongevoelig voor de verleidelijke geruchten dat een groot warenhuis het bouwvallige, maar gunstig gelegen gebouw graag voor enkele miljoenen guldens zou willen kopen. Voor dat bedrag zou de vereniging een comfortabele villa in de museumbuurt kunnen verwerven met een sociëteit en een tentoonstellingszaaltje, en vooral: zonder de eindeloze zorgen voor dat gammele gebouw. Het heeft mij als voorzitter van de vereniging en van de bouwcommissie heel wat moeite gekost om de ledenvergadering te overtuigen dat Arti aan haar gebouw moest vasthouden. Het wás ook eerlijk gezegd een sprong in het duister. De restauratie werd bijvoorbeeld al bijna op een miljoen begroot (het is wel méér geworden) en de kas was leeg. Zonder de steun in de rug van monumentenzorg zou het niet zijn gelukt.
In het gebouw van Arti waren verschillende bouwfasen door elkaar gevlochten: een grotendeels 18de-eeuws karkas, een grondige verbouwing uit 1855 die de huidige gevels opleverde en een verbouwing door de jonge Berlage uit 1895 die constructief slecht was uitgevoerd, maar onder meer een sfeervolle sociëteitszaal en een monumentaal trappehuis tot stand had gebracht. Het probleem was: hoe kunnen we de waardevolle elementen behouden en herstellen, wat mag verdwijnen omdat het onbruikbaar of minder belangrijk is, wat moet er aan nieuwe elementen toegevoegd worden? Een deel van de Berlageverbouwing is toen opgeofferd, zoals de fraai betimmerde bestuurskamer gelijkstraats aan het Spui. Dat was jammer, maar het ging niet anders omdat de noodzaak huurinkomsten te krijgen ons dwong om in die ruimte een winkel te projecteren. Ook terugrestaureren kwam eraan te pas: de hoofdingang werd weer in de as van de voorgevel geplaatst waar deze van 1855 tot 1895 had gezeten. De tentoonstellingszalen zijn geheel gemoderniseerd en opnieuw ingedeeld. Niets herinnert meer aan de wat benauwde stoffige sfeer van vóór de verbouwing. Het trappenhuis en vooral de sociëteit met haar meubilair van Berlage werden met de grootste zorg hersteld. Wanneer nu jeugdige monumentenzorgambtenaren mij ernstig komen vertellen dat “volgens huidige opvattingen 19de-eeuwse verbouwingen gerespecteerd moeten worden”, dan moet ik denken aan het spreekwoord: ‘’je hoeft je vader niet te vertellen hoe je een kind verwekt’. zouden we Arti toen niet zó hebben gerestaureerd, met een winkel die geld opbrengt, met lichte moderne tentoonstellingszalen, doch met handhaving van het exterieur en de unieke 19de-eeuwse sociëteitszaal en trappenhuis, dan zou vermoedelijk nu zowel de vereniging als haar gebouw ter ziele zijn geweest.

Geurt Brinkgreve

Uit: Geurt Brinkgreve, Monumenten- of documentenzorg (Amsterdam, 1979)

(Uit: Binnenstad 211, mei 2005)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.