Brinkgreve: "Ze vinden dat nu geschiedvervalsing"

Hoe het Claes Claesz hofje gered kon worden

Binnenplaats van het Claes Claesz. hofje, vóór herstel Het Claes Claesz. hofje, na herstel in 1965
In 1979 publiceerde Geurt Brinkgreve zijn brochure Monumenten- of documentenzorg. Daarin hekelde hij onder andere de nieuwe regels om in aanmerking te komen voor restauratiesubsidie. Als in 1965 deze regels van kracht waren geweest, dan had het Claes Claesz. Hofje nooit gerestaureerd en herbouwd kunnen worden. In verkorte vorm volgt hieronder zijn betoog.

In 1965 werd de stichting Claes Claesz Hofje opgericht. In deze stichting hadden Diogenes en Anslo’s Hofje hun belendende percelen ingebracht. Hoe het er uitzag? Een sinds vele jaren verlaten, door klimop overgroeid complex van negen huisjes, omgeven door enkele zwaar bouwvallige panden en een leeggesloopt terrein dat voor opslag van oud ijzer werd gebruikt. Zoals het er nu staat, bevat het hofje 22 panden, daarvan zijn er elf gerestaureerd, negen herbouwd met gebruikmaking van archiefgegevens en van elders afkomstige oude materialen, één inpandig huisje is nieuw, en één pand is constructief hersteld en bewoond gebleven. Op een der herbouwde huizen staat een fraai gebeeldhouwde top, afkomstig van een omstreeks 1910 op de Zeedijk gesloopt huis. De zandstenen fragmenten zijn destijds verkocht aan een sloper in Oudewater en daarna verder verkocht aan een handel in oude materialen in Zierikzee. Toen ik daar eens een lezing hield, kwam iemand uit het publiek me vertellen dat hij op een werf tussen allerlei rommel de fragmenten had gezien van een waarschijnlijk uit Amsterdam afkomstige geveltop. Die brokken zijn naarAmsterdam teruggebracht, zorgvuldig hersteld en in het plan voor het hofje opgenomen. Van één der te herbouwen huizen aan de Tuinstraat werd de gevelbreedte aan die top aangepast.
Volgens de zeloten van de nieuwe leer is dat geen monumentenzorg maar geschiedvervalsing. Ik zou er, om het gevoelige geweten van de rechtgelovigen te ontzien, geen bezwaar tegen hebben om in herbouwde gevels een standaard merksteentje te laten aanbrengen dat het jaartal van de herbouw aanduidt. Maar stel eens dat de inquisiteurs het toen al voor het zeggen hadden gehad. Dan was er geen subsidie gekomen voor het restauratie- en herbouwplan van het hofje. Dan zou de hele zaak, die in 1968 op instorten stond, nu zijn gesloopt.
Nu is het hofje sinds 1973 in gebruik, het bevat 60 verhuurde eenheden: kamers en woningen, voor de helft bewoond door studenten aan de instellingen voor kunstonderwijs, voor de andere helft door permanente bewoners. Het is een der weinige gerealiseerde projecten van enige omvang in de Jordaan.

Geurt Brinkgreve

Uit: Geurt Brinkgreve, Monumenten- of documentenzorg (Amsterdam, 1979)

(Uit: Binnenstad 211, mei 2005)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.