‘Levend Amsterdam’ - begin van redding binnenstad
![]() |
| Affiche |
“De komende tien jaar zullen de beslissing brengen of de schoonheid van Amsterdam behouden en hersteld zal worden dan wel definitief te gronde gaat.” Het was oktober 1954 toen Geurt Brinkgreve dat zei in een lezing die hij hield voor de Amsterdamse Kring. Hoofdcommissaris Kaasjager had enkele dagen eerder voorgesteld het merendeel van de grachten te dempen om parkeerruimte te krijgen, de afdeling Stadsontwikkeling van Publieke Werken had plannen om de binnenstad te vernieuwen tot een modern zaken- en bestuurscentrum. Op grote schaal zou in de binnenstad gesloopt moeten worden. Voor Geurt Brinkgreve, beeldhouwer en kunstcriticus, voldoende aanleiding om de alarmklok te luiden. In scherpe woorden hekelde hij het beleid van het stadsbestuur waardoor de voorzitter van de bijeenkomst bijna werd gedwongen hem het woord te ontnemen. Maar de lont was aangestoken.
Een maand na de toespraak van Brinkgreve werd het Comité De Stad Amsterdam opgericht.
Het bestond uit 25 stadgenoten; het comité van aanbeveling telde 85 klinkende namen uit
kringen van kunst, economie, rechterlijke macht, musea en universiteit. De vraag die het
comité aan de Amsterdammers stelde was: “Wat kunnen we doen om het verval van de
binnenstad te keren?”
Brinkgreve kwam met het idee om de Amsterdammers wakker te schudden met een
verplaatsbare expositie over Amsterdam waarin een duidelijk beeld zou worden gegeven van
de achtergrond van de binnenstadsproblemen en de mogelijkheden om het historische centrum
te redden.
Fotograaf Wim Zilver Rupe zorgde voor het affiche. Daarop was een van de dochters van
Brinkgreve te zien die opgewekt de toekomst in keek (in werkelijkheid keek ze naar een
voorbij vliegende meeuw). ‘Levend Amsterdam’ luidde de tekst. De expositie was een groot
succes en was te zien in De Bijenkorf, het Van Nispenhuis aan de Stadhouderskade en in Arti.
De tentoonstelling leidde tot een stroom publicaties en verhitte discussies. Het
gemeentebestuur hield vol dat de binnenstad niet voor bewoning geschikt te maken was. Maar
was dat wel zo? Daarover voerde Geurt Brinkgreve lange gesprekken met Ruud Meischke,
hoofd van het pas opgerichte Bureau Monumentenzorg en Corneille Jansen van de Bond
Heemschut. Ze zochten naar een manier om historische panden te restaureren en te verhuren.
Zou er niet iets moeten komen als een woningbouwvereniging, een soort maatschappij voor
stadsherstel? De experts van de gemeente vonden het onzin. “Doorgaan”, zei de voorzitter van
het comité, Six van Hillegom. De makelaars Hoen en Van Saane werkten een proefproject uit.
Toen dat klaar was, kon de stadsherstelgedachte aan B. en W. worden voorgelegd. Een jaar
later, in 1956, werd de Amsterdamse Maatschappij tot Stadsherstel opgericht. In de loop der
jaren ontstonden er steeds meer organisaties en stichtingen die oude, levenloze panden weer
een functie in de binnenstad gaven, zoals de stichting Diogenes.
De tentoonstelling ‘Levend Amsterdam’ heeft voor een ommekeer gezorgd in het denken over
de binnenstad, al bleef het gemeentebestuur nog lang dwars liggen.
Frans Heddema
Uit: G. Brinkgreve e.a., Phoenix. Verdwijnend of herrijzend Amsterdam (Amsterdam, 2004).
(Uit: Binnenstad 211, mei 2005)
[Inloggen]
Reacties
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.

