Oud-wethouder Goos van ’t Hull: Geurt, een man met grote zedelijke moed

Goos van 't Hull
Bij het vernemen van het overlijden van Geurt Brinkgreve werd ik overspoeld door een menigte herinneringen en ervaringen, opgedaan in de bijna halve eeuw dat ik zijn inspanningen voor Amsterdam heb mogen meebeleven. Zoals mij zal het vele anderen zijn vergaan bij dit droeve bericht. Als ik de in mijn ogen belangrijkste eigenschap van Geurt probeer te kenschetsen dan noem ik zijn grote zedelijke moed.

Ik licht dat toe.
In februari 1953 werden door mijn voorganger, wethouder Stadsontwikkeling Van der Velde, vier zogenaamde wederopbouwplannen bij de gemeenteraad ingediend. Deze voor de binnenstad zeer ingrijpende, dikwijls belangrijke doorbraken met zich meebrengende projecten, werden door de raad met algemene stemmen aanvaard en het gemeentebeleid werd daarop gebaseerd.
In 1959 werd Geurt lid van de gemeenteraad. Van stonde aan durfde dit jonge raadslid het tegen de raadsmeerderheid, waarin belangrijke kopstukken zaten, ten aanzien van de ontwikkeling van de binnenstad op te nemen. Een staaltje van grote moed, wat hem ook in conflict bracht met de toenmalige wethouder Stadsontwikkeling Van ’t Hull.
Vóór hij raadslid werd, had hij reeds door zijn intensieve campagnes bij delen van de burgerij twijfel weten te wekken of het gemeentebestuur terecht de wederopbouwplannen volgde. Vandaar in 1955 de nota Binnenstad, waarmee een eerste stap gezet werd om de controversen tussen stadsbestuur en burgerij te overbruggen.
Dat het onverschrokken optreden van Geurt ten opzichte van gemeentebestuur en andere instanties succesvol was, kwam doordat hij wist te overtuigen. Men moest hem steeds meer gelijk geven bij zijn strijd voor de monumentale binnenstad en zijn overtuigingskracht werd altijd gevoed door zijn grote kennis van zaken. Ook het kleinste onderwerp werd door Geurt zorgvuldig bestudeerd, zodat zijn argumentatie veelal onaantastbaar was.
Het mag niet verbazen, dat deze bevlogen idealist steeds meer vrienden kreeg onder hen met wie hij aanvankelijk in de clinch lag. In 2004 schrijft Geurt in de bundel Phoenix in verband met zijn geesteskind ‘Maatschappij tot Stadsherstel’ waarvan ik 25 jaar president-commissaris was, dat wij “vrienden en bondgenoten” werden. Deze kenschets van Geurt zal voor mij altijd een eretitel zijn.

Goos van ’t Hull
o.m. lid van de Amsterdamse gemeenteraad voor de PvdA (1949-1962), wethouder Publieke Werken en Stadsontwikkeling (1953-1962) en President-commissaris van de Amsterdamse Maatschappij tot Stadsherstel (1963-1988)

(Uit: Binnenstad 211, mei 2005)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.