Geurt

Guert Brinkgreve en Willem Sutherland op 'Herteveld'
De naam ‘Geurt Brinkgreve’ kreeg voor mij ruim veertig jaar geleden duidelijker contouren. Professor Van Thienen belde me op en zei: “Je moet bij de gemeenteraadsverkiezingen op de KVP stemmen, dan wordt Geurt Brinkgreve wethouder”. Gehoorzaam heb ik toen, hoewel van calvinistische komaf, op de KVP, de Katholieke Volkspartij gestemd. Het lukte niet; een paar jaar later verliet Geurt het politieke toneel. Een nieuw ‘sieraad’ voor Amsterdam, ditmaal aan de Vijzelstraat, was hem teveel geworden.

Natuurlijk kende ik de naam van Geurt al uit zijn artikelen en initiatieven, maar na die datum kwamen we dichter bij elkaar. Ik kwam in de besturen van zijn stichtingen – Diogenes voorop – en werd een regelmatige gast in het Aalsmeerder Veerhuis. Niet alleen aan de vergadertafel, ook boven aan de keukentafel. We werden vrienden.
Toen ik dertien jaar geleden uit Nederland vertrok, zei Geurt: “Ik schrijf je zo nu een dan een brief”. Hij was een groot scribent, die de behoefte had om datgene wat hij zag, wat hem bezig hield, met de pen te formuleren. ‘Zo nu en dan een brief’ is een regelmatige briefwisseling geworden. Zijn laatste brief schreef hij op 19 februari. Inmiddels was het maart geworden: ik was weer aan de beurt. Waarover schreven zij, die twee oude mannen? ’t Ging over dingen die ons bezig hielden: Amsterdam, Europa, de wereld. Wij konden ons gezamenlijk opwinden over het plat bombarderen van Heidelberg. We hadden het dan over de bombardementen van Lodewijk XIV in 1689 en 1693.
Samen met Sjuwke kwam hij op bezoek. We maakten een ‘sentimental journey’ langs plekken die zij vroeger hadden bezocht. We genoten van de Residenz in Würzburg en bekeken een ander werk van Balthasar Neumann: een kleine kapel in Holzkirchen.
We hadden het ook, oude mannen onder elkaar, over de jeugd. Ik mopperde, Geurt zei: “maar ze zijn zo mooi”. Het oog van de beeldhouwer kortom, de kunstenaar die kijkt en die datgene wat hij ziet of denkt ook vorm wil geven. Die benijdenswaardige gave heeft al zijn handelen bepaald. Ook zijn stichtingen zijn gedachten die hij vorm heeft gegeven. Bij de begrafenis haalde Jaap Rehbock een spreuk aan op een portretpenning, die Geurt twintig jaar geleden maakte ter herinnering aan Jaap Oranje, mijn virtuoze voorganger als secretaris van Diogenes. Ik heb die penning ook. Hij ligt bij mij nu omgekeerd op een boekenkastje, de keerzijde met de spreuk boven: ‘amicus certus in re incerta’. Zo’n vriend op wie men altijd kan bouwen, in goede en in kwade dagen, was Geurt.
Op de 23ste maart, mijn verjaardag, liep ik rond in de Residenz in Würzburg en dacht aan hem en aan Sjuwke. Een week later namen we afscheid op Zorgvlied. De vriendschap blijft bewaard in het hart.

Willem Sutherland
oud-bestuurslid van de stichting Diogenes en de VVAB

(Uit: Binnenstad 211, mei 2005)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.