II. Snijramen in vele modellen strelen het oog

In de tweede aflevering van deze rubriek beschrijft Theo Rouwhorst de ontwikkeling van de vaak rijk geornamenteerde ‘bovenlichten’.

Naast de paneeldeur is ook het snijraam een opvallend element aan vele Amsterdamse panden. Een snijraam is een venster of ‘bovenlicht’ boven een voordeur, versierd met houtsnijwerk of smeedwerk (1). De vaak zeer gedetailleerde versieringen strelen het oog en de oplettende beschouwer zal ontdekken dat in het verleden een eindeloze variatie van modellen is ontwikkeld.

Hoe zijn snijramen ontstaan?
4de kwart 17de eeuw
(Classicisme)

Snijramen worden voor het eerst toegepast als in de 17de eeuw de plattegrond van het Amsterdamse woonhuis verandert. De opzet van het voorhuis wijzigt en de ruimte wordt ingedeeld met een voor- of zijkamer en een gang. Deze gang wordt verlicht door een raam boven de voordeur. Voor de stadsuitleg van 1660 ontwierp de architect Philips Vingboons een pand, Herengracht 466 (1671), met een gang en een geornamenteerd bovenlicht. Uit de halfronde vorm van dit roedenraam valt af te leiden dat de toepassing van glas-in-lood in kruiskozijnen wordt vervangen door houten roeden; het vensterglas wordt niet langer in lood, maar in houten roeden gevat. Cornelis Danckerts (2) tekent in ditzelfde gedeelte van de grachtengordel meerdere huizen met dergelijke vensters boven de voordeur en ook de architect Adriaan Dortsman ontwierp panden met dit type bovenlichten. Deze bovenlichten zijn in Amsterdam toegepast in de tijd van het Hollands-classicisme en een eeuw later, tijdens de Lodewijk-XVI- en de Empire- stijlperiode, zal dit soort ramen weer terugkeren. In de ontwerpen van de architect Daniël Marot vind je vergelijkbare bovenlichten. Deze ramen, waarvan de profilering zich aan de buitenzijde bevindt, zijn de voorlopers van het snijraam – maar ze worden nog niet zo genoemd.

Ontwikkeling van het snijraam
1ste helft 18de eeuw
(Lodewijk XIV)
3de kwart 18de eeuw
(Lodewijk XV)
4de kwart 18de eeuw
(Lodewijk XVI)

Snijramen van geornamenteerd houtsnijwerk ontstaan pas in het begin van de 18de eeuw, tijdens de Lodewijk-XIV-stijl. Dat snijwerk zit dan voor en op het glas. Deze traditie van profileren zet zich door in latere eeuwen; zelfs bij 19de- en vroeg 20ste-eeuwse snijramen bevindt de profilering zich aan de buitenzijde van het raam en wordt het glas aan de binnenkant gezet. Bij de vervanging en restauratie van deze ramen dient men goed op te letten aan welke kant de glassponning zit – het wordt nog wel eens omgedraaid. Na 1750 ontstaan de Lodewijk-XV-snijramen. Fraaie Lodewijk-XVI-bovenlichten vind je nog op Rusland 19-21 en Prins Hendrikkade 133. Bij het laatste adres is er tevens een olielantaarn in het raam opgenomen, die zowel de gang binnen als de stoep buiten verlicht. In de Lodewijk-XVI- en Empireperiode ontstaan rond- en ovaalvormige roedeprofileringen, waarbij in de diagonalen van het venster vaak pijlpunten worden toegepast. De roeden werden versierd met laurierbladen, appel- en kraalmotieven of ‘gedraaide-touw-motieven’. Deze ramen zijn tevens uitgerust met olielantaarns, waarvan er gelukkig nog veel behouden zijn gebleven.
Achter bovenlichten werden ook wel smeedijzeren ‘snijramen’ gemonteerd, soms verguld en voorzien van zonmotieven. De toepassing van smeedijzer diende tevens, heel praktisch, om inbrekers te weren, want de bovenramen waren erg kwetsbaar. Ook voor pakhuizen werden in het verleden vanaf de 18de eeuw smeedijzeren snijramen ontworpen. Het fraaie sierraam uit 1772 van Brouwersgracht 162 – met de twee stokvissen – is hier een bekend voorbeeld van.

Rond 1800
(Empire)
1ste kwart 19de eeuw 2de kwart 19de eeuw
3de kwart 19de eeuw 4de kwart 19de eeuw 2de kwart 20ste eeuw

Na 1800 ontstaan verschillende variaties van gebogen roedevormen die kruislings in het raam geplaatst zijn. De strakkere modellen ontstaan wat later en na 1830 wordt ook gietijzer in de versiering opgenomen. De meeste gietijzeren levensboompjes als snijraam dateren van na 1850. In de loop van de 19de eeuw werden de snijramen steeds eenvoudiger met enkele roeden of alleen hoekstukken. Ook de rechte roeden komen weer terug. Hier werden vaak huisnummers op geschilderd. Bij de Amsterdamse-School- architectuur tref je nog steeds ontworpen bovenlichten met een roedenprofilering aan de buitenzijde aan.

Theo Rouwhorst

Voetnoten:
(1) Zie: Haslinghuis, Bouwkundige termen, p. 421
(2) Dr. I.H. van Eeghen, Het plaatwerk van Cornelis Danckerts, Genootschap Amstelodamum, MCMLXIII

Literatuur: Houten, E. van, Amsterdamse merkwaardigheden, Amsterdam 1943, p. 47.

(Uit: Binnenstad 213, oktober 2005)

Vorige aflevering: I. Geveldetaillering en paneeldeuren (Binnenstad 212)
Volgende aflevering: III. Buitenluiken en delendeuren (Binnenstad 214)

[Oog voor detail - alle artikelen]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.