Parkeren in de binnenstad: op zoek naar een oplossing

Waar laten we in de binnenstad de auto? Moeten er meer parkeergarages komen? En zo ja, waar? Het zijn enkele van de vragen die Herman Pinkse zich stelt. Zijn artikel mondt uit in twaalf stellingen. Reacties van lezers op het artikel zijn zeer welkom.
Parkeren in de praktijk langs de Keizersgracht

Een van de zaken waarover onze vereniging zich nooit principieel heeft uitgesproken is het probleem van het parkeren in de binnenstad. Dat is niet verwonderlijk: niet alleen kent de kwestie zeer veel haken en ogen, maar ook zijn de meningen in de vereniging hierover ongetwijfeld verdeeld. Tegenover leden die de auto graag helemaal uit de binnenstad zouden verbannen staan zij die hun auto ook in de binnenstad het liefst onder handbereik zouden willen hebben. Beide kampen beseffen natuurlijk dat hun wens nooit helemaal vervuld kan worden, maar op welke punten kunnen ze elkaar misschien vinden?
Parkeergarages worden door autogebruikers als oplossing aangedragen. Maar als je die wilt, waar moeten die dan komen? Hoe groot? Van welk soort en voor wie bestemd? Als je geen parkeergarages wilt, zul je toch over alternatieve oplossingen moeten denken, want de auto helemaal uitbannen is een utopie. Ook dienen we ons af te vragen welke problemen niet met parkeergarages worden opgelost. Vragen te over dus.

Er is alle aanleiding om te proberen enkele zaken op een rijtje te zetten. Recent is de studie naar eventuele Singelgrachtgarages voorlopig afgesloten en de Noord/Zuidlijn met de daaraan gekoppelde parkeergarages is in aanleg. De Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling (ARS) heeft in dat verband een zeer interessante discussiebijdrage geleverd. (1) Het op zijn minst nogal onvolledige stukje van Maarten de Boer in nummer 210 van dit blad vraagt bovendien om een aanvulling. Desondanks blijft het ook hier bij het aanstippen van problemen en het poneren van stellingen. Het opengraven van grachten blijft daarbij zorgvuldig buiten beschouwing om het vraagstuk niet nog meer te compliceren.

Wat is het probleem?
Geen uitzicht meer op het water

De auto is niet weg te denken uit het dagelijks leven. Maar de Amsterdamse binnenstad heeft veel te weinig ruimte voor veel auto’s en desondanks of juist daardoor tast de auto de leefbaarheid van de binnenstad ernstig aan. Auto’s staan eindeloos in de file, fietsers moeten vaak halsbrekende toeren uithalen om hun weg te vinden en de ruimte voor de voetganger is op vele plaatsen beneden ieder redelijk peil. Het effect van dit alles wordt nog verergerd door een totaal gebrek aan discipline van de verkeersdeelnemers. Van de beperkte openbare ruimte wordt bovendien een veel te groot deel in beslag genomen door geparkeerde auto’s. Niet alleen in vierkante meters, maar ook – en nog meer – in de beleving van de mensen. Dat is Amsterdam, en niemand is tevreden! Maar wat doen we eraan?
Het gaat om een zeer complex vraagstuk. Een grondige beschouwing daarover vergt veel meer ruimte dan dit blad biedt. Daarom is gekozen voor het formuleren van een aantal stellingen en het aanstippen van enkele punten. De bedoeling is uiteraard om een discussie binnen onze vereniging los te maken. Onherroepelijk zal de vereniging immers ook in deze problematiek standpunten moeten in nemen.

Stellingen
Parkeergarage Marnixstraat Automatische parkeergarage bij het Barbizon Hotel a/d Prins Hendrikkade

  1. Het aantal parkeerplaatsen op straat moet aanzienlijk worden verminderd, niet alleen om meer ‘ademruimte’ te krijgen, maar ook om ruimte te krijgen voor laden en lossen in al zijn vormen. Dat laatste is noodzakelijk om de nu zeer frequente opstoppingen te verminderen.
  2. Voor de op te heffen parkeerplaatsen op straat moet compensatie komen. Aan het bouwen van vervangende parkeergarages valt daarbij niet te ontkomen – over de plaats daarvan is het laatste woord echter nog niet gezegd.
  3. Het aantal verkeersbewegingen in de binnenstad mag zeker niet toenemen en moet liefst afnemen.
  4. Dientengevolge moeten vervangende parkeergarages liefst aan de rand van de binnenstad komen en alleen daarbinnen als het echt niet anders kan. ‘Aanvullende parkeergarages’ kunnen alleen aan de rand van de binnenstad komen, maar liefst (veel) verder naar buiten.
  5. Er is nadere studie nodig naar de optimale omvang en spreiding van parkeergarages in relatie tot de doelgroepen. Dit laatste is niet alleen geografisch van belang maar ook i.v.m. de tariefstelling.
  6. De tarieven voor vergunninghouders zullen aanzienlijk moeten worden verhoogd. De opbrengst uit deze tarieven zal voor de aanleg van parkeergarages echter nooit kostendekkend zijn en er zal dus aanvullende financiering noodzakelijk zijn.
  7. Er komen geen parkeergarages in of aan de rand van de binnenstad voor gebruikers die zonder bezwaar op grotere afstand kunnen parkeren om verder met het openbaar vervoer te reizen. Dat geldt zeker voor bezoekers maar ook voor bewoners die hun auto niet vaak nodig hebben en voor ‘werkers’ die de auto alleen voor woon- werkverkeer gebruiken.
  8. Er moet een optimale openbaar vervoersverbinding zijn tussen verder weg gelegen parkeergarages en de daarop aangewezen delen van de binnenstad; bij die garages moeten bovendien goede voorzieningen voor het stallen van fietsen komen.
  9. De exploitatielasten van mechanische (2) en traditionele parkeergarages dienen in relatie tot hun omvang en de te bedienen doelgroepen te worden uitgewerkt.
  10. De zone tussen de Singelgracht en de A10 dient niet te worden belast met verkeer dat niet noodzakelijk in de binnenstad moet zijn.
  11. Parkeergarages in of aan de rand van de binnenstad bij de Noord/Zuid-lijn lijken vervoerskundig een uiterst vreemde oplossing, tenzij ze uitsluitend zijn bestemd voor bewoners van of ‘werkers’ in de binnenstad die hun auto frequent nodig hebben. Uit oogpunt van exploitatie is dat echter zeer ongunstig.
  12. Bij het toelaten van parkeervoorzieningen in bestaande of te vervangen bebouwing dient het (cumulatieve) effect op de verkeersbewegingen in de binnenstad nauwlettend te worden gevolgd.
Aanvullende opmerkingen

Dat nieuwe parkeervoorzieningen stedenbouwkundig en architectonisch goed inpasbaar moeten zijn in het stadsbeeld is zo vanzelfsprekend, dat het niet eens als stelling is opgenomen. Toch is het goed nog even expliciet te wijzen op de problemen die de toegangen bij parkeren onder de grachten in dit opzicht kunnen oproepen, om het even of het nu om mechanische of traditionele garages gaat.
Invalidenparkeerplaatsen, vaak direct gekoppeld aan de woning van de vergunninghouder, is in een parkeergarage moeilijk op te lossen. Ruimte daarvoor op straat zal altijd geboden blijven. Als voor het markeren van deze gereserveerde ruimte een oplossing kan worden gevonden die minder storend is dan de huidige, zou dat een grote verbetering zijn. Onderhoudsbedrijven, meestal werkend met bestelauto’s, die vaak tevens magazijn en minibedrijfsruimte zijn, vragen ruimte op straat. Als die er niet is wordt onderhoud van binnenstadspanden wel heel erg moeilijk. Een bijzonder vergunningenregime in combinatie met de uit te breiden laad- en losvoorzieningen lijkt gewenst.
Bij het bepalen van locaties waar opheffing van parkeerplaatsen in de openbare ruimte plaats kan vinden, moeten stedenbouwkundige en monumentale overwegingen een hoofdrol spelen. Maar welk gewicht geef je aan de verschillende aspecten? Is het opheffen van parkeerplaatsen op de grachten belangrijker dan b.v. het opheffen van parkeerplaatsen in de langsstraten van de Jordaan?

Oproep

Om tot een standpunt te komen is meer nodig dan een verzameling stellingen. Kritisch commentaar en aanvullingen op dit artikel zijn daarom zeer welkom. Als we het autoprobleem laten doorwoekeren dreigt er een onherstelbare situatie te ontstaan.

Herman Pinkse

Voetnoten:

  1. B. Huls, Singelgrachtgarages, Een bijdrage aan de gedachtevorming, ARS, februari 2005. Te downloaden van de site van de ARS: www.ars-amsterdam.nl.
  2. Mechanische parkeergarages zijn garages waarbij de auto op een geautomatiseerde manier naar een plaats wordt gebracht en vandaar weer wordt opgehaald; deze garages zijn niet toegankelijk voor de inzittenden van de auto.

(Uit: Binnenstad 213, oktober 2005)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.