Staatssecretaris ziet geen rol meer voor restaurerende instellingen

Staatssecretaris Medy van der Laan
Het ‘nieuwe monumentenbeleid’ van staatssecretaris Medy van der Laan vormt een ernstige bedreiging voor de instandhouding van onze monumenten. Er is op zich niets mis met het uitgangspunt meer aandacht te besteden aan het onderhoud van monumenten, maar het beleid – verwoord in het Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten (BRIM) – pakt wel erg slecht uit voor vervallen monumenten. (1) Met het nieuwe monumentenbeleid, kortweg de ‘instandhoudingsregeling’, worden de huidige restauratiesubsidies afgeschaft en vervangen door onderhoudssubsidies voor monumenten. ‘Restauratie’ is een vies woord geworden. Bij restauratie, letterlijk: herstel, verdwijnt immers altijd ‘authentieke substantie’. De achterliggende gedachte dat panden – als ze goed worden onderhouden – nimmer gerestaureerd behoeven te worden, gaat voorbij aan de bestaande restauratieachterstand.

Het eerste slachtoffer van dit nieuwe, starre beleid is de restaurerende instelling Stadsherstel, die de restauratiewerkzaamheden aan het monumentale orgel van kerkgebouw De Duif aan de Prinsengracht heeft stopgezet. Er kon geen subsidie in het vooruitzicht worden gesteld. Het lijkt erop dat de huidige staatssecretaris geen hart heeft voor monumenten en dat zij blind is voor de bestaande restauratieachterstanden. Een e-mail met die strekking aan kamerlid Boris Dittrich leidde op 17 mei 2005 tot een brief van de staatssecretaris met de volgende (samengevatte) inhoud:

“Ik heb zeker een hart voor monumenten. En daarom wil ik dat monumenten niet langer in een cyclus van verval en restauratie belanden. Nee, nadat een monument is gerestaureerd wil ik de instandhouding stimuleren. (…)
Ik ben er niet blind voor dat er nog steeds een restauratieachterstand is. In het monumentenbeleidsplan ‘Monumenten in de steigers’ is aangegeven dat in 2010 de restauratieachterstand tot 10 % van de monumenten moet zijn ingekrompen. Dat is een redelijke werkvoorraad en nog steeds het streven van mij en het kabinet. Ik span mij in om op alle manieren extra middelen te krijgen. (…)
In mijn visie werkt de BRIM straks in een situatie waarin geen achterstand meer is. Er zal nog slechts incidenteel een beroep gedaan worden op restaurerende instellingen. Voor de beherende instellingen wordt de situatie veel aantrekkelijker. Immers voor gerestaureerde monumenten krijgen zij nu geen onderhoudssubsidie. (…)
Kortom, mijn hart gaat niet alleen uit naar de monumenten in slechte staat, maar ook en misschien wel vooral, naar de monumenten die er goed bij staan en er goed bij moeten blijven staan.”

Beheren

De brief is opmerkelijk, want er wordt toegegeven dat het restaureren van werkelijk vervallen panden onder de nieuwe BRIM-regeling niet langer mogelijk is en dat de restaurerende instellingen zullen worden gereduceerd tot beherende instellingen. Het ‘Strategisch Plan voor de Monumentenzorg’ uit 1994 stelde vast dat bijna 40 % van de rijksmonumenten dringend herstel behoefde. De totale restauratieachterstand op dat moment bedroeg 3,6 miljard gulden. Het wegwerken van die achterstand zou 1,4 miljard gulden van het Rijk vergen. Alleen al in Amsterdam is er een restauratieachterstand van bijna een kwart miljard euro. De restauratieachterstanden zijn dus gigantisch en deze zullen – zeker met het huidige beleid – nimmer worden ingehaald. De gedachte dat in 2010 de restauratieachterstand zal zijn teruggebracht tot 10 % lijkt dus een idee-fixe.

Toch is de staatssecretaris uit bezuinigingsoverwegingen van plan de restauratiesubsidies voor Rijksmonumenten af te schaffen en alleen nog subsidie te verlenen aan monumenten die reeds gerestaureerd zijn. Waar de restauraties van de talloze nog ongerestaureerde monumenten van zouden moeten worden betaald, is volkomen onduidelijk. Het beleid zal voor Amsterdam rampzalig uitpakken omdat juist hier veel gewone woonhuismonumenten zijn die dringend gerestaureerd moeten worden. Omdat dit relatief kleine objecten zijn, komen deze niet in aanmerking voor de tijdelijke extra gelden, die uitgetrokken worden voor de zogenoemde ‘kanjermonumenten’, zoals kerken en buitenplaatsen. Als restauratie achterwege blijft zullen de nog niet gerestaureerde kleine monumenten moeten worden gesloopt. De subsidies van de instandhoudingsregeling – bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van schilderwerk etc. – zijn ontoereikend om een vervallen pand te restaureren.

Eerlijke dood

Het nieuwe monumentenbeleid is eigenlijk niet zo nieuw. Er gaat een oude ideologie achter schuil, namelijk de gedachte dat de essentie van monumentenzorg niet het behoud van monumenten, maar de authenticiteit van het materiaal is. In die opvatting laat men een oud gebouw liever een ‘eerlijke dood’ sterven dan dat men rotte onderdelen vervangt door nieuwe. In de kringen waar dat denken wordt aangehangen, ziet men liever nieuwe – uiteraard eigentijdse – architectuur verrijzen dan een gerestaureerd, en dus niet meer authentiek, monument. Het nieuwe monumentenbeleid betekent een verkrampte terugval op oude dogma’s. De brochure van Geurt Brinkgreve Monumenten- of documentenzorg? uit 1979 heeft helaas nog niets aan actualiteit ingeboet.
Er is tot nu toe geen enkel bewijs geleverd dat de instandhoudingsregeling restauraties overbodig maakt. De staatssecretaris heeft overspannen verwachtingen van het resultaat van haar beleid. Wat nieuw is aan het monumentenbeleid van deze staatssecretaris is dat monumentenzorgers een ideologie wordt opgedrongen die tot voorheen alleen werd aangehangen door kamergeleerden, die verder geen kwaad konden omdat ze zelf nooit op de steiger staan. Het gevolg daarvan zal zijn dat er over pakweg vijftig jaar een nieuwe herstelbeweging nodig is om al het werk opnieuw te beginnen, inclusief de (her)oprichting van restaurerende instellingen. Tillema constateerde in 1975 al: “monumentenzorg is een sisyphus-arbeid. Wie na jaren van rondgaand restaureren op het uitgangspunt is teruggekeerd, kan weer van voren af aan beginnen.” (2)

Walther Schoonenberg

Voetnoten:

  1. Zie ook: Walther Schoonenberg, Nieuw beleid monumentenzorg, in: Binnenstad 209 (januari 2005).
  2. Zie: J.A.C. Tillema, Schetsen uit de geschiedenis van de Monumentenzorg in Nederland, ’s-Gravenhage 1975, p. 27.

(Uit: Binnenstad 213, oktober 2005)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.