Vrienden van Amsterdamse binnenstad 30 jaar

Houdbaarheidsdatum was 29 jaar en 11 maanden

Een geanimeerd gezelschap luistert op de jubileumavond naar een lezing van de voorzitter over de restauraties van Geurt Brinkgreve.
In februari 1975 verscheen een opmerkelijk bericht in ‘De Lamp van Diogenes’. Het bulletin van de Vrienden van Diogenes; Levend Monument; Claes Claesz.Hofje; Aristoteles en De Pinto meldde dat Diogenes en Levend Monument verder zouden gaan in de nieuwe Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad. “De vereniging moet uitgroeien tot een organisatie met de kracht en het gezag van de Vereniging tot behoud van de Waddenzee.”

Op 6 maart was het zo ver. Doelstelling van de nieuweling: “Het verbreden van de kennis van Amsterdam, alsmede het stimuleren van activiteiten, gericht op het behoud en herstel van de historische bebouwing en het stedebouwkundig karakter van de Amsterdamse binnenstad.” De statuten vermeldden voorts dat de vereniging in maart 1975 werd opgericht en aangegaan voor 29 jaar en elf maanden.
Het verenigingsblad ging De Lamp heten. Citaat uit het eerste nummer: “Volgens velen is het hart van de stad ziek. Men constateert verloedering en verkrotting, verstikking door blik en dampen, verstening door kantoorklonten en bloedarmoede door onbereikbaarheid. We zien ook dat buurten herleven, dat het centrum cosmopolitischer en boeiender wordt. Over de krachten die zich in dit veelzijdige proces doen gelden wil een onafhankelijk oordeel geven, zonder aanziens des persoons. Die onafhankelijkheid geldt voor ons niet alleen tegenover het gemeentebestuur, maar ook jegens partijen en actiegroepen die het gemeentelijk beleid bestrijden. Wij willen niet meedoen aan polarisatie en evenmin aan het dichthouden van doofpotten. Waarvoor we ons willen inzetten is immers geen groeps- of partijbelang.”

Kraamkamer

Een belangrijke opgave was: groeien tot een ledental van minstens 10.000.” (Het zijn er nooit meer dan 2500 geworden.) Het bestuur bestond uit voorzitter C. de Koning; mevrouw M.van der Does de Willebois; P. Mertz; G. Brinkgreve; W. Albrecht; E. James; O. Vlasman en W. Sutherland.
Tijdens het jubileumfeest van 27 oktober in het Bethanienklooster haalden enkele oud- bestuursleden herinneringen op. Otto Vlasman beschreef onder andere de sfeer in het Aalsmeerder Veerhuis waar hij achttien jaar met het bestuur vergaderde. “Die sfeervolle grote kamer met die enorme tafel was een kraamkamer voor acties.”
En altijd was er die pijprokende Geurt Brinkgreve, mede-oprichter van de vereniging, die al talrijke acties op zijn naam had staan en voor belangrijke restauraties had gezorgd. Het zou te ver voeren om in dit beknopte overzicht alle bestuursleden te noemen die een grote rol hebben gespeeld, maar het is een indrukwekkend gezelschap.
Dat het financieel goed ging, was onder andere te danken aan Simon Blijleven. Otto Vlasman: “Hij bleef altijd rustig, ook als het financieel moeilijk ging. Waar hij het geld vandaan haalde is een raadsel.” Simon Blijleven waakt nog altijd over de financiën.
Acties uit de eerste jaren: pleidooien voor een parkeergarage onder het Museumplein; geen nieuw stadhuis van Holzbauer op het Waterlooplein maar een muziektheater in de Ferd. Bolstraat; restaureren van Zuiderkerk en Noorderkerk; autovrije zondagen; geen hotel van Bouwes op de plek van het Huis van Bewaring aan de Weteringschans; en herbouw van het Noord/Zuid-Hollands Koffiehuis bij het Centraal Station. Het belangrijkste actieplan: restauratie van het in 1975 afgebrande West-Indisch Huis. In 1980 was het gelukt. Het West- Indisch Huis behoort tot de grote restauraties die Geurt Brinkgreve op zijn naam bracht: Het West-Indisch Huis, het Bethaniënklooster en het Pintohuis.

Verlichting

De naam van het verenigingsorgaan veranderde in juli 1988 van De Lamp in Binnenstad. Een goede beslissing. In een media-adresboek stond het verenigingsblad onder het kopje: verlichting en verlichtingsartikelen.
De Vrienden hebben in dertig jaar veel bereikt. Het belangrijkste succes was waarschijnlijk dat in 1999 de binnenstad tot beschermd stadsgezicht werd verklaard.
In Binnenstad hekelde Geurt Brinkgreve de manier waarop moest worden gerestaureerd. “Het architectonische erfgoed wordt steeds meer beschouwd als het domein van kunsthistorici; de documentatie van de bouwgeschiedenis prevaleert boven het gebouw zelf en boven wat het betekent voor de gebruikers en de omgeving.”
Hoe moet je restaureren? Nadat Walther Schoonenberg tijdens de jubileumbijeenkomst een lezing met dia’s had gehouden over de ruim zeventig restauraties van Geurt Brinkgreve, ontstond in de zaal met ongeveer honderd aanwezigen daarover een discussie. Conclusie: Werken zoals Brinkgreve deed. De ene keer een reconstructie, de andere keer historiserend of een restauratie waarbij de geschiedenis van een pand is af te lezen.”

Waakhonden

Het tegengaan van bebouwing die het karakter van de binnenstad aantast, heeft altijd prioriteit gehad. De ‘waakhonden’ spelen daarbij nu een grote rol. Ze werden een jaar of zes geleden door Ed Goldstein en Jan Baxmeier in het leven geroepen om ter visie gelegde bouwplannen te bestuderen en er namens de vereniging eventueel bezwaar tegen aan te tekenen. De waakhondengroep bestaat nog steeds en bestaat uit Herman Pinkse, Eelco Bos en Johan Sandburg.
Tijdens de jubileumbijeenkomst benadrukte Guido Frankfurther, dagelijks bestuurder van het stadsdeel-Centrum, het belang van de vereniging. Hij voegde eraan toe dat in de stijl van Geurt Brinkgreve het werk wordt voortgezet door voorzitter Walther Schoonenberg. Applaudisserend lieten de leden daarmee hun instemming horen.

Frans Heddema

(Uit: Binnenstad 214, december 2005)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.