De openbare ruimte boven de Noord/Zuid-lijn

Indeling zal bepalend zijn voor het toekomstige beeld van Amsterdam

In onderstaand artikel roept Leon Deben op tot een debat en het uitschrijven van prijsvragen over de openbare ruimte boven het tracé van de Noord/Zuid-lijn. De manier waarop die openbare ruimte wordt ingedeeld zal bepalend zijn voor het toekomstige beeld van Amsterdam. Het gaat om meer dan mooi plaveisel of fraaie lantaarnpalen.

De jaren negentig zijn te typeren als de jaren van de herziene aandacht voor de straten en pleinen van de stad, voor uiterlijk en schoonheid. Eén voor één krijgen pleinen en straten een nieuw aanzien: nieuw straatmeubilair, minder onnodige obstakels, aandacht voor wandelaars, voor kinderen en voor het onderhoud. Gemeentebesturen zien in dat mensen hun stad waarderen wanneer de openbare ruimte aantrekkelijk is. Een mooie illustratie is de revitalisering van de vervallen en verlopen winkelstraat in de Haarlemmerbuurt: ooit een begrip voor iedere Amsterdammer maar in de jaren tachtig verworden tot een plek waar je niks meer te zoeken had. In een jarenlang overlegproces heeft de overheid samen met de winkeliers en actieve buurtbewoners eraan gewerkt de ontwikkelingen om te buigen. In de strategie om het beeld van de winkelstraat te veranderen en op te vijzelen speelde de herinrichting van de openbare ruimte een grote rol.
Het is dan ook aan te bevelen om deze succesvolle aanpak door te zetten nu het zo belangrijke tracé van de Noord/Zuid-lijn, van het Centraal Station tot het Weteringscircuit en verder, aan de orde komt.

Het tracé boven de NZ-lijn

De discussie over de Noord/ZuidZ-lijn ging de afgelopen jaren over aannemers, omleidingen, waterkeringen en overlast, ondernemers die in de problemen komen en vooral over financiële tegenvallers. Het zijn de problemen die vaak met dergelijke megaprojecten verbonden zijn. Nu wordt het de hoogste tijd om verder te denken over de herinrichting. Volgend jaar al wordt immers met de herinrichting van het Rokin begonnen.

In de startnotitie van het Stadsdeel-Centrum lezen we het volgende: “Om te komen tot een goede inrichting van de openbare ruimte dient er helder zicht te zijn op de werkzaamheden, de gevolgen, de planning ervan, de beschikbare budgetten en kosten, de bevoegdheden van de centrale stad en het stadsdeel, de mogelijkheden en ambities voor de openbare ruimte”. Er worden vele vragen gesteld met als belangrijkste conclusie dat het budget onvoldoende is wil men de voornemens uit het Handboek Inrichting Openbare Ruimte zelfs maar benaderen. Inmiddels is berekend dat het stadsdeel-Centrum voor de herinrichting van CS tot Singelgracht circa 22 miljoen nodig heeft, maar over de bijdrage uit het Noord/Zuid-lijn- budget bestaat nog grote onduidelijkheid. Wél staat vast dat het beschikbare budget voor het terugbrengen van de oude bestrating volstrekt onvoldoende is, en dat het stadsdeel-Centrum het daarvoor benodigde extra bedrag onmogelijk zelf kan opbrengen. Desondanks heeft het stadsdeel zijn goede wil getoond door alvast te beginnen met een spaarprogramma, waarbij elk jaar één miljoen euro opzij wordt gelegd. De centrale stad heeft voor de afgelopen zomer een motie aangenomen om eveneens tenminste 1 miljoen per jaar te reserveren voor de herinrichting.

Unieke kans

Het herinrichten van de openbare ruimte veronderstelt hoge ambities. Het gaat om meer dan mooi plaveisel of mooie lantaarnpalen. De noodzaak tot fundamentele samenhang tussen straten, gebouwen en grondgebruik is voldoende aangetoond maar die samenhang moet wél worden waargemaakt. De straten en stoepen, de pleinen en de belendende gebouwen beïnvloeden in sterke mate onze waardering van de stedelijke omgeving.

De ‘Rode Loper’ van CS via Damrak en Dam tot op het Rokin in de jaren ’90 was een eerste omslag in het denken over de inrichting van de openbare ruimte. Hoewel het ontwerp nu een gedateerde indruk maakt, was het op dat moment baanbrekend, een schaalsprong en een aanzet voor een nieuwe visie. De ambitie was om een straat met allure te maken, maar de Dam en het Stationsplein waren nog niet aan herinrichting toe. Natuurlijk klonken er kritische geluiden, maar met deze ingreep was toch een trend gezet: de inrichting van de openbare ruimte stond op de agenda. Het gebeurde allemaal in een betrekkelijk sterk economisch tijdperk, budgetten leken geen probleem. Deze ontwikkeling resulteerde in het al genoemde Handboek Inrichting Openbare Ruimte. De herinrichting van het Spui en de Dam luidde vervolgens een nieuwe veelbelovende fase in.

Uitgangspunten die tien jaar geleden misschien als uiterst modern en progressief golden, zoals géén open Rokin, parkeergarages in het hart van de stad en vrije trambanen zijn nu achterhaald. In een tijd waarin de roep om veiligheid op straat en het herstellen van waarden en normen toch de hoogste prioriteit lijkt te zijn, wordt onvoldoende ingezien hoe ook de zorg voor mooi straatmeubilair, plaveisel en duurzame materialen van wezenlijk belang is om mensen gevoelens van respect en waardering te geven. Kwaliteit in de openbare ruimte kan vandalisme en verloedering voorkomen. Wat werd er niet geschamperd toen de plaatstalen bus- en tramhokjes werden vervangen door mooi vorm gegeven abri’s van glas. Vormgeving en beheer hebben op dit punt hun nut wel bewezen, iedereen vindt het nu vanzelfsprekend om in een beschaafde omgeving op het openbaar vervoer te wachten.
Laten we nog een keer goed nadenken over de geprojecteerde parkeergarages in het voetgangersvriendelijke stadshart, de kansen de Vijzelgracht weer terug te brengen, de mogelijkheid het Weteringcircuit veilig en mooi te maken en de plicht om het verloederde Damrak weer allure te geven. Laten we vooral niet te gauw vaststellen dat iets niet meer kan!

Debat is nodig

De inrichting van de openbare ruimte boven het tracé van de Noord/Zuid-lijn zal in hoge mate bepalend zijn voor het toekomstige beeld van Amsterdam. Dit artikel is een oproep om het debat over de herinrichting een zo breed mogelijk draagvlak te geven en niet te beperken tot de tekentafels van de ambtelijke ontwerpers. Dat betekent conferenties houden, prijsvragen uitschrijven, verder overleg voeren met en luisteren naar klankbordgroepen, ondernemers, bewoners en de vele betrokken organisaties. Met deze aanpak ben ik ervan overtuigd dat ook de benodigde middelen wel beschikbaar komen.

Leon Deben

(Uit: Binnenstad 214, december 2005)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.