Nieuwe functie voor Minangkabause Huis

Ons koloniaal verleden gaat onder de kaasstolp

Achter CS stond tot voor kort het zogenaamde Minangkabause Huis, een rijksmonument, dat verwees naar ons voor Amsterdam zo belangrijke koloniale verleden. Het gebouwtje is afgebroken en opgeslagen om het later iets meer naar het oosten te herbouwen. Bouwtechnisch en functioneel bleek dat allemaal niet zo eenvoudig. Daarom is het voorstel gelanceerd om over het huisje een glazen overkapping te bouwen en in dit geheel ook een plaatskaartenkantoor, een wachtruimte voor het pontveer en een grand café onder te brengen. Als locatie is gekozen voor een in het IJ uit te bouwen platform bij de oostpunt van de nieuwe kap van het busstation.
Ontwerp voor de glazen stolp die over het Minangkabause Huis zou moeten komen (Benthem en Crouwel architecten)

Wij vragen ons af of de herbouw binnen de omhulling van het nu voorgestelde bouwplan recht doet aan de grote beeldwaarde van het monument. Van de transparantie van de omhulling op zich moeten wij ons immers geen al te optimistische voorstelling maken, gezien de klimatologische en milieuhygiënische omstandigheden in Nederland in het algemeen en wat het tweede aspect betreft in Amsterdam in het bijzonder. Bovendien moeten aan de constructie van het gebouw zodanige eisen worden gesteld dat de transparant bedoelde omhulling een zeer duidelijke eigen structuur zal krijgen die sterk beeldbepalend is. Daarbij komt dan nog dat de andere functies die volgens de plannen in het gebouw zullen worden opgenomen de zichtbaarheid van het monument verder zullen beperken.
De wens van een aantrekkelijke horecavoorziening aan deze zijde van het Centraal Station kunnen wij onderschrijven en ook goede voorzieningen voor de van deze plaats vertrekkende pontveren zijn belangrijk. De vraag is echter of het combineren van deze zaken met de herbouw van het opgeslagen gebouw binnen een omhulling – die als een soort voile zal werken – de oude glorie van het monument zal doen herleven. Wij vrezen dat daarvan in de praktijk geen sprake zal zijn.

Een tweede punt van twijfel betreft de stedenbouwkundige inpassing van het geprojecteerde gebouw in zijn omgeving. Daarbij gaat het zowel om de directe omgeving, het Centraal Station met het nieuwe busstation, als om de wijdere context van (dit deel van) de zuidelijke IJ-oevers. Die inpassing is niet duidelijk gemaakt en die onduidelijkheid geldt eveneens voor andere projecten. Ook in een reactie op het Herzien Stedenbouwkundig Plan Houthavens van het stadsdeel Westerpark hebben wij het gemis aan een samenhangende stedenbouwkundige visie op de zuidelijke IJ-oevers aan de orde gesteld. Daar ging het om de geprojecteerde zeer dominante hoge bebouwing op de kop van de Pontsteiger.
Zowel vanwege de monumentale waarde van het Minangkabause Huis op zich als vanwege de stedenbouwkundige aspecten lijkt een nadere bezinning op het plan ons gewenst.

Herman Pinkse

Het ‘Minangkabause Huis’ of Naco-gebouwtje werd in 1919 door G.F. La Croix (1877-1923) ontworpen als kantoor en aanlegsteiger voor de voormalige rederij Koppe. Sinds 1960 is het in gebruik als kantoor van de scheepvaartafdeling van de NACO, de Noordhollandsche AutoCar Onderneming.
Om gewicht te besparen en geen ruimte op de steiger te verspelen, koos de architect voor een houten gebouw op palen. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden lijkt de vorm van dit gebouw eerder geïnspireerd op de bouwkunst van de Batakkers die rond het Tobameer wonen, dan op die van de Minangkabauwers, een andere Sumatraanse stam – vergelijk bijv. het Minangkabause huisje (1916) met de dubbele spitsen in Artis. Aan de ornamentiek van het houtwerk herkent men echter de Amsterdamse-School-achtergrond van de architect.

(Uit: Binnenstad 215, februari 2006)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.