College ziet geen reden hoogbouwplannen Noord aan te passen

“De stad in Noord toont zich”

Kaart met een zichtlijnenstudie: het gebied waar de hoogbouw te zien is rood gekleurd (uit: HER Overhoeks, 2004)

De Vereniging heeft in februari 2006 in een zienswijze aan het stadsdeel Amsterdam- Noord bezwaar aangetekend tegen het bestemmingsplan Overhoeks (zie Binnenstad 216). Dat bestemmingsplan heeft betrekking op het Shell-terrein aan de overzijde van het IJ tegenover het Centraal Station en maakt hoogbouw mogelijk tot maximaal 110 meter. Het stadsdeel wil een 'Manhattan aan het IJ’ realiseren: meerdere woontorens, in hoogte variërend tussen 90 en 110 meter, achter de Shell-kantoortoren, die ‘slechts’ 75 m hoog is.

Het College van B&W besloot in april het bestemmingsplan met minimale wijzigingen goed te keuren en ziet dus geen reden de hoogbouwplannen van Noord aan te passen. De hoogbouwvolumes worden wel “gedetailleerder, overeenkomstig de uitgangspunten van de Hoogbouweffect-rapportage (HER) ... aangegeven”. Om daarbij nog enige flexibiliteit te behouden, is een wijzigingsbevoegdheid voor B&W opgenomen “om de op de plankaart aangegeven bebouwingscontour met maximaal vijf meter te overschrijden”. In de beantwoording van onze zienswijze stelt het College dat “vanuit delen van de binnenstad waar sprake is van een onaangetast zestiende-eeuws stadsbeeld (bedoeld wordt waarschijnlijk het zeventiende-eeuwse stadsbeeld, aut.) de bestaande zichtlijnen [zijn] gerespecteerd”.
Interessant is dat de raadsvoordracht de uitspraak van de Raad van State van 3 december 2005 met betrekking tot het Westerdokseiland aanhaalt, waaruit zou blijken dat de begrenzing van het beschermd stadsgezicht “zodanig is gekozen als nodig is voor de handhaving van het te beschermen stadsbeeld, ook van buitenaf”. Zou de UNESCO daar net zo over denken? Vorig jaar plaatste de UNESCO de Dom van Keulen op de lijst ‘Werelderfgoed in gevaar’, omdat aan de andere zijde van de rivier een hoge kantoortoren werd neergezet. Dat is nog kinderspel vergeleken met wat in Amsterdam staat te gebeuren.

Zo gaat het er straks uit zien: zicht vanaf de Prins Hendrikkade (uit: HER Overhoeks, 2004)

Het College vindt dat de hoogbouw zorgvuldig is ingepast in de bestaande stad. “Met deze zorgvuldigheid is de hoogbouw een meerwaarde voor het zicht op Noord.” Het College meent bovendien dat de zichtbaarheid van de hoogbouw over belangrijke zichtlijnen vanuit de binnenstad zelfs een positieve bijdrage levert aan het stadsbeeld: “Het zicht op de hoogbouw geeft aan dat ook de overzijde van het IJ behoort tot de stad”. Ook de maat en schaal zou acceptabel zijn. Van een negatief contrast met de schaal van de historische binnenstad is volgens het College “op de gegeven afstand” geen sprake: “De stad in Noord toont zich”. Bovendien zal voor de toekomstige gebruikers van de hoogbouw het uitzicht “een grote meerwaarde” hebben. Met deze uitspraken haalt de raadsvoordracht het niveau van een reclamefolder van een projectontwikkelaar die nieuwbouw aan potentiële kopers aanprijst.

Overigens voert ook het Cuypersgenootschap actie tegen de hoogbouwplannen in Noord. Onze zusterorganisatie vindt dat de bedrijfsbebouwing van Shell, waaronder “belangrijke industriële monumenten”, niet gesloopt mogen worden. Tevens wordt de historisch gelaagde stedenbouwkundige structuur, zoals beschreven in een Cultuurhistorische Effectrapportage, niet tot uitgangspunt genomen in de planvorming.

Na goedkeuring van de raadsvoordracht door de gemeenteraad kan bezwaar worden aangetekend bij de provincie, waarna de Raad van State in beeld komt.

Walther Schoonenberg

[Extra ledenvergadering over hoogbouw]
[Meer lezen over bouwplannen Overhoeks] (Binnenstad 216)

(Uit: Binnenstad 217, juni 2006)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.