IX. Houten onderpuien I

Houten puien komen in het Amsterdamse stadsbeeld veel voor. Het zijn elementen, die nog voortkomen uit de generatie houten huizen van vóór 1550. Als de gevels na die tijd in baksteen worden uitgevoerd, behoudt men in veel gevallen de houten onderpui. Hoe is dit ontstaan en waarom was de houten pui in Amsterdam een lang leven beschoren? Het toepassen van een houten pui bleef niet beperkt tot winkelpanden. Een belangrijke verklaring zou kunnen zijn dat de diepe Amsterdamse huizen veel daglicht nodig hebben. In een houten raamwerk zijn constructief nu eenmaal meer muuropeningen te maken dan in baksteen. Tot diep in de negentiende eeuw wist de houten pui zich te handhaven. Over de detaillering van deze sierlijke gevelelementen valt dan ook veel te vertellen.
Puibalken
Foto 1: OZ Voorburgwal 14 Foto 2: Geldersekade 107

De houten onderpui bestond uit eikenhouten stijlen en regelwerk, met elkaar verbonden door pen-en-gatverbindingen en vastgezet met houten toognagels. De puibalk dekte dit raamwerk constructief af (foto1: O.Z. Voorburgwal 14, ca.1600). Bij houten huizen werden de kinderbinten over deze balk naar buiten vooruitgestoken (tek. 1), vaak afgedekt door consoles, die met pen- en gatverbindingen door middel van toognagels aan de stijlen werden verbonden (tek. 2). In het begin van de zeventiende eeuw, toen de bakstenen bovengevel werd toegepast, bleef de vooruitgestoken puibalk lang in gebruik, maar de constructie veranderde. Bij de vroege renaissancegevels uit die eeuw zien we dat de puibalk voor het bovenste deel uit een natuurstenen lijst bestaat waaronder een houten balk werd geplaatst (tek. 3). De bolle natuurstenen vorm van de lijst, ‘ovolo’, komt onder andere voort uit de werken van de Italiaanse architect Palladio. De Nederlandse architecten, waaronder architect Hendrick de Keyser, lieten zich hierdoor inspireren en pasten deze gesneden natuurstenen ‘ovolo’ toe bij onder meer O.Z. Voorburgwal 57 (1615). Geldersekade 107 (1634) is een ander fraai voorbeeld (foto 2). Vervolgens ontstond bij de overstekende puibalken de ojiefvorm in eikenhout uitgevoerd (tek. 4). Na het midden van de zeventiende eeuw verdween het kennelijk van de houten gevels overgenomen ‘overstek’ en werden de meeste houten puibalken afgedekt door een houten losse puilijst in een klassieke kroonlijstvorm.

tek. 1 tek. 2 tek. 3 tek. 4
tek. 5 tek. 6
Raamwerk van stijlen en regels
Foto 3: Bloemgracht 87-91

De stijlen van een onderpui uit de zeventiende eeuw werden net als bij de kruiskozijnen geplaatst met tussenmaten die verband hielden met Amsterdamse voet- en houtmaten. Tussenmaten van 56 cm (2 voet) kwamen veel voor en houtmaten van 12 of 14 cm breed en 18 tot 19 cm diep vindt men eveneens veel terug, uitgevoerd met of zonder ‘schaafje van een duivenjagerprofiel’ (zie Houten kozijnen). Bij de restauratie van Bloemgracht 87, 89 en 91 (1642) in 1943 tot 1947 vond de restauratie-architect Jan de Meijer in de oude puibalken de sporen van de oude stijlen terug, waardoor reconstructie van de zeventiende-eeuwse puien – in die tijd ook niet geheel onomstreden – verantwoord kon worden uitgevoerd (foto 3).
De meeste puien uit de zeventiende eeuw zijn later gemoderniseerd door het vergroten en veranderen van de vensters. Vaak werden ook de puien in de achttiende en negentiende eeuw vervangen door een bakstenen ondergevel. De puibalk werd meestal noodgedwongen bewaard omdat deze balk deel uitmaakte van de hoofdconstructie. Gelukkig zijn er dan ook nog veel van dit soort oude historische puibalken in Amsterdam te vinden.

Onderpuien uit de achttiende eeuw
Foto 4: Zandhoek 2-7

In het begin van de eeuw werden de puien alleen gewijzigd door een andere vensterindeling met roederamen; het stijl- en regelwerk veranderde meestal niet. Prachtige bewaarde onderpuien uit de zeventiende eeuw (gebouwd tussen 1657 en 1660) en aangepast in de achttiende en negentiende eeuw vindt men nog aan de Zandhoek 2-7 (foto 4).
Pijlsteeg 31 is een ander voorbeeld van een pui uit de zeventiende eeuw die in het laatste kwart van de achttiende eeuw nog roederamen kreeg (tek. 5). Na 1750 veranderde de constructie van de pui. De onderpui werd samengesteld uit grenen kozijnen en meerdere houten delen die de houten draagstijlen afdekten. Twee onderpuien uit die tijd (in Lodewijk-XV-stijl) zijn te vinden op Warmoesstraat 16 en 16a. Nummer 16 is een pui met ionische pilasters. Een onderpui uit 1769, Amstel 284, het voormalige woonhuis van de restauratie-architect A.A. Kok, is eveneens een goed voorbeeld van een achttiende- eeuwse gave onderpui. In de Korte Korsjespoortsteeg 8 ziet men een dergelijke pui in Lodewijk-XVI-stijl (tek. 6). De stijlen zijn daarbij afgedekt met houten platen in blokverband, alsof ze uit natuursteen zijn opgebouwd. Op het Rusland 21 vindt men eveneens nog een gaaf voorbeeld uit die periode, compleet met kalf en origineel snijraam.

Na 1800 veranderde er veel. Niet alleen wijzigde men de constructie van de pui, maar ook het materiaalgebruik werd aangepast, waardoor er puien met gietijzeren en natuurstenen elementen ontstonden. In de negentiende eeuw verandert de houten pui geheel, maar de traditie van het bouwen met een onderpui blijft bestaan. Dat onderwerp wordt in een volgende aflevering behandeld

Theo Rouwhorst

Tekeningen: Theo Rouwhorst

Literatuur:
R. Meischke e.a., Huizen in Nederland Friesland en Noord-Holland (1993)
R. Meischke e.a., Huizen in Nederland Amsterdam (1995)
J.G. Wattjes, F.A. Warners, Amsterdamse Bouwkunst en Stadsschoon (1943)
H. Janse, Houten huizen in Noord-Holland (1970) en Amsterdam gebouwd op palen (1996)
H.J. Zantkuijl, Bouwen in Amsterdam (1993)
M. Haaksman, 'Restauraties van Jan de Meijer' in Nieuwsbrief nr. 60 van Stadsherstel (2006)

(Uit: Binnenstad 220, februari 2007)

Vorige aflevering: VIII. Deur- en raamomlijstingen II (Binnenstad 219)
Volgende aflevering: X. Houten onderpuien II (Binnenstad 221)

[Oog voor detail - alle artikelen]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.