Het Zeemanlaboratorium

De internationale reputatie van de Universiteit van Amsterdam was tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw zichtbaar in de Plantagebuurt door beeldbepalende gebouwen: het Fysisch-chemisch Laboratorium gebouwd voor Nobelprijswinnaar Jacobus Henricus van ’t Hoff op de Nieuwe Prinsengracht, het Natuurkundig Laboratorium, de werkplek van Nobelprijswinnaar Van der Waals, Plantage Muidergracht 6, en het Laboratorium Physica, in 1923 gebouwd voor Nobelprijswinnaar Pieter Zeeman, Plantage Muidergracht 4.
Zeemanlaboratorium

Van dit academisch erfgoed maakte alleen het laatste tot voor kort nog deel uit van het bezit van de universiteit, maar ook daar is een einde aan gekomen. Op 1 september wordt het Zee- manlaboratorium overgedragen aan een nieuwe eigenaar, die het zal verbouwen om er appartementen in te maken. Een ‘ondernemende’ universiteit in financiële nood hecht meer aan efficiency en sluitende begrotingen dan aan de zichtbaarheid van de eigen historie in het stadsbeeld. Hoe anders was dat in de jaren twintig van de vorige eeuw, toen architect Abel Kok niet alleen een gebouw ontwierp dat voldeed aan alle eisen voor natuurkundige experimenten, maar waarin ook de Nobelprijswinnaar werd geëerd met een sierraam boven de voordeur en een borstbeeld in de hal. Zeemans experimenten maakten trilvrije vloeren nodig met een speciale fundering: een cementblok van een kwart miljoen kilo zwaar. Om verstoring van magnetische velden te voorkomen werd zo min mogelijk ijzer in het gebouw verwerkt, met uitzondering van het smeedijzeren raam waarin het Zeeman-effect zichtbaar is: een magnetooptisch effect waarmee hij wereldfaam verwierf.
Toen in de jaren negentig het laboratorium niet meer voldeed aan de eisen van de tijd, vertrokken de natuurkundigen naar een andere plek op het Roeterseiland. Maar bij een verbouwing voor en door de nieuwe gebruiker, een instituut voor sociale wetenschap, werden historische details van het interieur bewust in stand gehouden: de imposante hal bijvoorbeeld, waar zelfs de verlichting en de decoratie van de verwarming uit 1922 stammen. Ook de bibliotheek (met wastafel, want men was zuinig op de boeken) en de hoogleraarskamer bleven zo zorgvuldig gespaard, dat men zich nog steeds voor kan stellen hoe Pieter Zeeman hier bezoekers als Albert Einstein en Niels Bohr ontving.
Dat het gebouw in 2001 op de lijst van rijksmonumenten werd geplaatst, gaf de gebruikers het vertrouwen dat ook dit gekoesterde interieur gespaard zou blijven. Maar vertrouwen alleen is niet genoeg. De treurige geschiedenis van illegale sloop van monumenten in Amsterdam laat zien dat gedane zaken geen keer kunnen nemen. En dat geldboetes weinig indruk maken op projectontwikkelaars. Wie zal er waken tegen de aantasting van het interieur, als de gebruikers het gebouw hebben verlaten?

Kitty Roukens

(Uit: Binnenstad 221, april 2007)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.