E. Breman (1859-1926)

De glorietijd van de Hollandse neorenaissance

Plantage Middenlaan 58

Evert Breman, geboren in Zwolle, vestigde zich in 1881 te Amsterdam, net als vele anderen op zoek naar een betere toekomst in de dynamische hoofdstad. Hij ging aan het werk als slachter en volgde in de avonduren onderwijs in de bouwkunde. Vijf jaar later werd zijn primeur gebouwd: Nassaukade 80-81 en 83-84, woningbouw met architectonische allure.
Vervolgens debuteerde Breman in de binnenstad met het markante gebouw Reguliersbreestraat 1, op de hoek met het Muntplein, voltooid in 1888. Het is duidelijk dat de jeugdige architect voor deze belangrijke opdrachtgever, de verzekeringsmaatschappij ‘De Nederlanden van 1845’, en voor deze prominente locatie in de binnenstad een meesterproef heeft afgelegd. Zijn talent als ontwerper in de toen gangbare stijl van de Hollandse neorenaissance kwam hier al vroeg tot volle ontplooiing. Deze stijl is tenslotte tot vervelens toe uitgekauwd in Amsterdam, maar dit ontwerp van Breman laat nog steeds zien wat de oorspronkelijke charme was van de neorenaissance. Het is een perfect gedecoreerd gebouw, uitgevoerd in berg- en baksteen, dat met twee traditionele topgevels ter weerszijden van een elegant torentje boven de bijzonder fraaie hoekerker een passend accent geeft aan de stedenbouwkundige context. Het was destijds een modern gebouw, met een winkel op de begane grond en kantoorruimte op de verdiepingen, maar schaalvergroting was toen nog niet aan de orde. Vooral de grote winkelramen op de parterre zijn uitgesproken eigentijds.
Het is niet gebruikelijk om Breman te beschouwen als een bijzondere architect. Hij was geen ‘vernieuwer’, maar zijn werk behoorde rond 1890 tot de absolute top. Het belendende gebouw, Amstel 2 – Muntplein 1, werd enkele jaren later ontworpen door A.L. van Gendt, een gevierd architect die in dezelfde stijl bouwde. Het is gelukkig nog steeds mogelijk om beide ontwerpen met elkaar te vergelijken. Dan blijkt dat Breman de vormentaal van de neorenaissance beter hanteerde dan Van Gendt. Zijn detaillering is meer verfijnd, terwijl Van Gendt al een voorschot heeft genomen op de vergroving en de banalisering die zo kenmerkend zijn voor de neergang van deze stijl.
Breman moet, zoals gebruikelijk was, na zijn opleiding tot bouwkundige nog enige jaren bij een gerenommeerd bureau hebben gewerkt om voldoende ervaring op te doen om een volleerd architect te worden. Het is vooralsnog niet bekend bij welk bureau hij de finesses van het vak geleerd heeft, maar zijn meesterstuk op het Muntplein bewijst dat het een goede leerschool is geweest. Begin jaren negentig realiseerde Breman nog een aantal ontwerpen van zeer hoog niveau. Prinsengracht 921 is een grachtenhuis uit de negentiende eeuw, 1891, dat de eeuwenoude grachtenwand op een elegante wijze moderniseert. Ook hier kan de beschouwer interessante vergelijkingen maken. Prinsengracht 923 is een echt oud huis, met een halsgevel, terwijl Prinsengracht 917-919 dateert uit 1925, het is ontworpen door B. van den Nieuwen Amstel (1883-1957), een architect van de Amsterdamse School. Een dergelijk ensemble van oud, nieuw en nog nieuwer, is zeldzaam, vooral omdat het laat zien dat verschillende vormentalen goed kunnen samengaan als architecten bereid zijn om een aantal elementaire beginselen te respecteren.
In 1893 bouwde Breman een vervolg op het grachtenhuis, namelijk een vrijstaande villa aan de Plantage Middenlaan, nr 58. Het is een vrije compositie omdat de regels van de grachtenwand niet van toepassing zijn, maar ook hier is de detaillering fijnzinnig en trefzeker. Tegelijkertijd verrees ook het nieuwbouwcomplex voor de Lutherse kerk, nu de aula van de Universiteit van Amsterdam, aan het Spui en de Handboogstraat. Dit was een prestigieuze opdracht die Breman aangreep om alle charmes van de neorenaissance in stelling te brengen. Het is een rijke compositie met een feestelijke detaillering. Het gedempte Spui zal nooit meer worden wat het was, een sprookjesachtige stedelijke ruimte, maar het ontwerp van Breman geeft onmiskenbaar allure aan het hedendaagse pleintje.

Nieuwe tijden

Het is Breman niet gelukt om zich aan te passen aan het tijdperk dat begon met de Beurs van Berlage. De neorenaissance was plotseling uit de mode en hij werd gedwongen om zich te bedienen van andere stijlmiddelen. Het Rembrandttheater uit 1902, op het Rembrandtplein, is helaas afgebrand. De ontwerptekening laat zien dat de Jugendstil hem wel lag, maar toch ontbreekt de bezieling. Aan het eind van zijn carrière bouwde Breman nog enkele belangrijke werken voor de Koninklijke Hollandse Lloyd. Het Lloyd Hotel, aan de Oostelijke Handelskade, met het bijbehorende ontsmettingsgebouw, was een onderkomen voor berooide emigranten uit Oost Europa, op weg naar de Nieuwe Wereld. De stilistische bravoure van zijn vroege werk zou nooit meer terugkeren, maar functioneel gezien had de architect een goed gebouw ontworpen. Hetzelfde geldt voor het hoofdkantoor van de Lloyd, op de hoek van de Martelaarsgracht en de Prins Hendrikkade, ook rond 1920 gebouwd. Het is een deftig neoclassicistisch gebouw, dat overigens werd afgekeurd door de Schoonheidscommissie omdat het te ‘ouderwets’ was. Vernieuwend kan het wat protserige bouwwerk zeker niet genoemd worden, maar dat wilde de opdrachtgever niet. Hier bediende de Lloyd passagiers, die flink betaalden voor een luxe overtocht, en ook de directie hield kantoor in dit gebouw. Cachet was vereist. Breman kreeg het budget om niet alleen een dure gevel te ontwerpen, maar ook een schitterend interieur. Dit was waarschijnlijk het laatste perfect ambachtelijk en traditioneel gedetailleerde interieur dat in Amsterdam gestalte heeft gekregen. Zoals gebruikelijk hebben ongeletterde dwazen uit de vastgoedwereld, bijgestaan door lieden die zichzelf architect noemen, dit paleis voor de wereldreiziger nog maar kort geleden geheel vernield. Wat resteert is een betonskelet met een ‘ouderwetse’ gevel.

Vincent van Rossem

(Uit: Binnenstad 233, maart 2009)

Vorige aflevering: A.W. Bos (1860-1954) (Binnenstad 232)
Volgende aflevering: Adolf L. van Gendt (1835-1901), Johan G. van Gendt (1866-1925), Adolf D.N. van Gendt (1870-1932) (Binnenstad 234)

[Amsterdam 1900]

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.