Francois Marie Joseph Caron (1866-1945)

Art Nouveau

De jaren rond 1900 vormen de bloeitijd van de Art Nouveau, vaak ook aangeduid met de Duitse naam: Jugendstil. Deze nieuwe stijl manifesteerde zich overal in Europa, zij het in uiteenlopende verschijningsvormen. In Engeland gaf bijvoorbeeld Charles Rennie Mackintosh een geheel eigen interpretatie aan deze stroming in de bouwkunst. In zijn werk ontbreekt juist het zwierige krulwerk dat karakteristiek is voor de Art Nouveau in België en Frankrijk. In Spanje, of eigenlijk in Barcelona, was het Antoní Gaudí die weer een andere variant ontwikkelde. In Parijs werkten verschillende architecten in de Art Nouveau-stijl, met Hector Guimard, de ontwerper van de metro- ingangen, als primus inter pares. Ook Brussel was een belangrijk centrum voor de Art Nouveau. Hier bouwde Victor Horta een aantal spectaculaire huizen die nog steeds te bezichtigen zijn. In Duitsland heeft de Jugendstil een bescheiden rol gespeeld. Toonaangevende Duitse architecten beschouwden de Jugendstil als een oppervlakkig modeverschijnsel. Ook ons land heeft geen belangrijke bijdrage geleverd aan de Art Nouveau, althans niet in de architectuur. Den Haag is waarschijnlijk het rijkst aan voorbeelden. De Nieuwe Kunst manifesteerde zich sterker, maar wel ingetogen, op ander terrein. De Dijsselhofkamer, uit 1890, in het Haags Gemeentemuseum laat nog altijd goed zien dat het Nederlandse interieur toen wel degelijk is beïnvloed door de internationale mode.

De kleine meester van de Amsterdamse Jugendstil

Haarlemmerdijk 37-39

In Amsterdam had H.P. Berlage in 1893 met het kantoorgebouw van ‘De Algemeene’ aan het Damrak, reeds lang gesloopt, een andere trend gezet. Ook hij beschouwde de Jugendstil als een modeverschijnsel, en zijn invloed werd na 1893 alleen nog maar groter. G. van Arkel, besproken in een eerdere aflevering van 1900, had al in 1894 met Keizersgracht 766 bewezen dat hij heel goed wist wat de Jugendstil was, en hij zou in de jaren daarna nog wel flirten met het modeverschijnsel, maar ook op hem maakte Berlage indruk.
F.M.J. Caron, zo lijkt het, had helemaal geen affiniteit met de strenge beginselen van de zakelijkheid die Berlage propageerde. Hij debuteerde in 1890 met een doorwrocht ontwerp voor een woonwinkelhuis in de toen gangbare stijl van de Hollandse neorenaissance, Haarlemmerdijk 36, dat werd gepubliceerd in het Vademecum der Bouwvakken. Deze eer zal de jeugdige ontwerper zeker deugd gedaan hebben. Het bouwwerk is afgebroken en het is leerzaam om die treurige plek eens te gaan bekijken. In 1893 bouwde Caron Haarlemmerstraat 132-136, de St. Antonia Meisjesschool, behorende bij de Posthoornkerk. Ook dit opmerkelijke ontwerp is gepubliceerd. Het getuigt van uitgesproken eigenzinnige stilistische opvattingen. Diverse historische motieven worden door elkaar heen gebruikt en zo is een zeer rijk gevelbeeld ontstaan dat zich stilistisch moeilijk laat duiden. Vergelijkbare voorbeelden zijn in Amsterdam niet te vinden. Het lijkt er sterk op dat Engeland de bron van inspiratie is geweest, men sprak daar van de Free Style, een geavanceerde vorm van eclecticisme. Twee jaar later volgde een woonwinkelhuis, Leidsestraat 94, waarvan het winkelgedeelte helaas vernield is. Een deprimerend gegeven dat de Leidsestraat kenmerkt. De gevel is een optelsom van exotische, waaronder Moorse, en minder exotische motieven. Met name de beëindiging van de gevel, met het asymmetrisch geplaatste ronde torentje vormt een opmerkelijk gegeven.
In 1896 bouwde Caron Haarlemmerdijk 39, zijn meest uitgesproken Art Nouveau-ontwerp. Het ronde torentje uit de Leidsestraat is vervangen door een vierkante variant. De winkelpui, voor een visch & fruithandel, is rijk gedecoreerd met tegeltableaus. Boven deze pui zijn alleen op de middenas van de gepleisterde gevel ramen geplaatst. In hetzelfde jaar werd ook Utrechtsestraat 123 gerealiseerd, een winkelpui onder een oudere gevel. Waarschijnlijk op verzoek van de opdrachtgever koos Caron hier niet voor de Art Nouveau, maar voor een meer traditionele vormentaal. In 1899 verrees Nieuwmarkt 1, een markant hoekpand. Het ontwerp kan moeilijk beschreven worden als karakteristiek Art Nouveau, maar traditioneel is het zeker niet. Vervolgens maakte de nieuwe stijl echter een rentree in zijn oeuvre met Haarlemmerdijk 43, een woonwinkelhuis, en de verbouwing van Keizersgracht 329. Beide ontwerpen dateren uit 1900. Met name Keizersgracht 329 is interessant omdat Caron hier zelf woonde en ongetwijfeld ook kantoor hield. Hij gaf het onderste deel van het oude grachtenhuis een manifest Art Nouveaukarakter, als een enorm uithangbord voor zijn bedrijf. Het is niet bekend of er nog iets resteert van het interieur. Toch was dit bijna provocerende ontwerp eigenlijk al de zwanenzang van deze stijl in de praktijk van Caron. In de jaren die volgden kreeg zijn werk gaandeweg een ander karakter. Maar het bleef wel eigenzinnig, zoals bijvoorbeeld het wat gehavende Raadhuisstraat 44 uit 1903 laat zien. Haarlemmerdijk 37 oogt haast modern en vormt een duidelijk contrast met het tien jaar oudere ontwerp voor nummer 39. Wittenburgergracht 97-111 en Haarlemmerdijk 13-17, gebouwd in 1907 en 1911, zijn betrekkelijk sober, maar wel met zorg gedetailleerd.

Vroom en Dreesmann

In 1910 bouwde Caron, waarschijnlijk voor Vroom en Dreesmann, Damstraat 7. Dit is een spectaculair ontwerp met een geheel verglaasde gevel over drie bouwlagen. Al jaren eerder had hij Weesperstraat 68-70 gerealiseerd, de eerste winkel van V&D, die net als de gehele Weesperstraat verdwenen is. De samenwerking tussen architect en opdrachtgever beviel klaarblijkelijk goed, want Caron heeft later in zijn leven vrijwel uitsluitend gebouwd voor Vroom en Dreesmann. Het oudste en vrijwel geheel verdwenen deel van de vestiging aan de Kalverstraat was van zijn hand. Ook het filiaal aan de Vijzelgracht, hoek Noorderstraat, inmiddels danig mishandeld door beunhazen, is door hem ontworpen. Hij bouwde ook buiten Amsterdam voor het grootwinkelbedrijf, voor zover bekend in Deventer, Breda en Alkmaar.

Vincent van Rossem

(Uit: Binnenstad 237, december 2009)

Vorige aflevering: Harry Elte Phzn. (1880-1944) (Binnenstad 235)
Volgende aflevering: Dirk van Oort (1862-1933) (Binnenstad 240)

[Amsterdam 1900]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.